Het Centrum Infectieziektebestrijding heeft burgers direct betrokken bij iedere stap in de ontwikkeling van een nieuwe app voor de mobiele telefoon over teken, die in april online komt. ‘Als een wandelaar moet wachten totdat hij weer thuis aan de koffie zit, is de prangende informatiebehoefte alweer voorbij.’

Een wandelaar ziet een klein beestje over zijn arm lopen. Meteen maakt hij een foto. Hij importeert de foto in de ‘tekenapp’ en kan deze vervolgens vergelijken met afbeeldingen van teken. Het is een van de mogelijkheden van de nieuwe applicatie die het Centrum Infectieziektebestrijding momenteel aan het ontwikkelen is. Ook kan een klein medisch dossier worden bijgehouden voor het geval de huisarts  geraadpleegd moet worden. En met de tekenradar kan de gebruiker zien hoe het gesteld is met de activiteit van de teken in een bepaald gebied.

Al deze onderdelen van de app zijn direct voortgekomen uit de wensen van potentiële gebruikers. Dat gebeurde met de methodiek CeHRes Roadmap van de Universiteit Twente waarbij ieder stapje in de ontwikkeling wordt gecheckt bij de doelgroep. Desirée Beaujean van het Centrum Infectieziektebestrijding RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu werkt samen met onderzoeker Evelien Belfroid die gedetacheerd is bij het RIVM vanuit de Universiteit Twente. Beaujean: ‘We hebben eerst mogelijke gebruikers onderzocht en gegroepeerd in twee doelgroepen: ouders met kinderen en mensen die veel ‘in het groen’ komen, dat wil zeggen mensen die veel wandelen in duingebieden of veel op de camping staan. Daarna organiseerden we een bijeenkomst om meer informatie te verzamelen over wat deze mensen weten over en doen met teken en de ziekte van Lyme. Hieruit blijkt dat ze alleen bereid zijn zichzelf op teken te controleren na een wandeling, niet om zich in te smeren met DEETdiethyltoluamide of om kleding met lange mouwen aan te doen. Die informatie hebben we gebruikt bij de ontwikkeling van de app. De insteek van de app is de bereidheid jezelf te checken op teken.’

Bijsturen

Belfroid vult aan: ‘Bij ieder stapje betrekken we de potentiële gebruiker. In februari was een eerste testversie van de app gereed. Die legden we voor aan onze doelgroep. Zij konden dan weer bijsturen. Zit alles op de juiste plek? Is het handig in gebruik? Door het veelvuldige contact met de gebruikers sluiten we heel goed aan bij hun wensen en behoeftes.’ Dat er rekening wordt gehouden met de wensen van de gebruiker lijkt op zich niet heel vreemd. Toch blijkt het in de praktijk zelden te gebeuren. Beaujean: ‘Vaak zijn er te weinig financiële middelen om zo’n heel traject, inclusief evaluaties, te doorlopen. Gebrek aan tijd is een andere reden.’

Bakje koffie

Vorig jaar lanceerde Beaujean en haar team de serious game ‘teekcontrol’ om kinderen spelenderwijs bewust te laten worden van teken. Nu is voor een app gekozen omdat is gebleken dat mensen meteen informatie willen als ze mogelijk gebeten zijn door een teek. Informatie in een app is altijd en overal beschikbaar. ‘Als een wandelaar moet wachten totdat hij weer thuis is met een bakje koffie voor zijn neus, is de prangende informatiebehoefte alweer voorbij.’ Voor andere infectieziekten keek Beaujean naar de mogelijkheid van Facebook. ‘Veel mensen denken dat bedrijven of instellingen per definitie zichtbaar moeten zijn op Facebook. We hebben onderzocht of informatie over hoofdluis geschikt is voor dit sociale media netwerk. Dat bleek niet het geval. Op Facebook deelt men vooral leuke dingen. Informatie over hoofdluis willen ouders krijgen via traditionele kanalen als school of de apotheek.’ Beaujean en Belfroid hopen dat de app wat angst kan wegnemen rondom de ziekte van Lyme. Beaujean: ‘Het zou mooi zijn als we wat fabeltjes de wereld uit kunnen helpen. De mogelijkheid om foto’s van teken te vergelijken kan ook helpen om angst weg te nemen. Lang niet elk beestje blijkt een teek te zijn.’ Belfroid: ‘We hopen dat mensen zich door de app vaker gaan controleren op teken. Dat gaan we natuurlijk ook weer onderzoeken.’

Tekst: Suzanne Bremmers