Go to abstract

Samenvatting

Sinds 2007 functioneert in Nederland een Erkenningscommissie die interventies gericht op gezondheidsbevordering, jeugdgezondheid en jeugdwelzijn beoordeelt. Kosten en kosteneffectiviteit van interventies spelen tot op heden niet of nauwelijks een rol in dit erkenningstraject. In dit rapport wordt geconcludeerd dat uitbreiding van het erkenningsstelsel met een formele beoordeling van kosteneffectiviteit momenteel (2012) niet aan de orde is, maar dat er wel mogelijkheden zijn om meer informatie over kosten en kosteneffectiviteit van interventies aan te bieden aan gebruikers van interventiedatabases.

Interventies krijgen op dit moment een erkenning op drie niveaus. In dit rapport wordt ingegaan op de vraag wat de voor- en nadelen zijn van het toevoegen van een vierde niveau van erkenning, namelijk 'bewezen kosteneffectief', aan het erkenningstraject voor interventies. Kosteneffectiviteit zou daarmee een formele plaats krijgen in het erkenningstraject. Ter beantwoording van de vraag onderzoeken we eerst of er elders (ook in het buitenland) ervaring bestaat met het erkennen of vaststellen van kosteneffectiviteit. We beschrijven op welke manier informatie over kosten en kosteneffectiviteit wordt ontsloten in interventie- en literatuurdatabases. Ook wordt een aantal opties besproken om informatie over kosten en kosteneffectiviteit van interventies beter toegankelijk te maken voor gebruikers van interventiedatabases.

Abstract

Since 2007, a recognition committee in the Netherlands judges interventions for health promotion, as well as interventions for youth health and wellbeing. Thus far, costs and cost-effectiveness hardly played a role in the approval procedure. Adding a formal fourth level of recognition at this point in time (2012) is deemed infeasible. However, several possibilities are described to improve the information about costs and cost-effectiveness of interventions for users of intervention databases.

Recognition may take place at three levels. This report describes the advantages and disadvantages of adding a fourth level of approval, 'evidence of being costeffective', giving a formal place to cost-effectiveness in the approval system. To answer the question whether adding this fourth level is feasible, the international experience on approval or assessment of cost-effectiveness was confronted with current practice in the Netherlands. Furthermore, different ways to include information on costs and cost-effectiveness by databases with interventions or literature were compared. Finally, several different ways to improve the information about costs and cost-effectiveness of interventions for users of intervention databases were discussed.

Overig

Grootte
459KB