Het onderzoek van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu naar radon en thoron in woningen verscheen in 2015. In de periode 2013-2014 heeft het RIVM de jaargemiddelde radonconcentratie en de jaargemiddelde concentratie thorondochters in 2500 woningen (gebouwd vanaf 1930) bepaald. Het is wereldwijd voor het eerst dat op deze schaal onderzoek is gedaan naar thoron in woningen. Radon werd wel al eerder onderzocht.

Onderzoek in het kort

In een representatieve groep van circa 2.500 woningen – gebouwd vanaf 1930 – heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu in de periode 2013-2014 de jaargemiddelde radonconcentratie en de jaargemiddelde concentratie  thorondochters bepaald, in opdracht van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS). Na een jaar werden de meeste detectoren naar het RIVM teruggestuurd. De detectoren zijn uitgelezen door de leveranciers in Zweden en Japan.

Ook hebben de bewoners een korte vragenlijst ingevuld. Zo kunnen de meetresultaten uitgesplitst worden naar bijvoorbeeld manieren van ventileren en rookgedrag. 

Daarnaast heeft het RIVM in een aanvullende (niet noodzakelijkerwijs representatieve) groep van circa 75 woningen extra metingen uitgevoerd. Doel was om meer inzicht te krijgen over het verband tussen de exhalatie van thoron uit de muur en de thorondochterconcentraties in de ruimte. Met exhalatie bedoelen we de hoeveelheid thoron die vrijkomt uit afwerkingsmaterialen in een woning.

Hoeveel radon en thoron is er gemeten in Nederland?

In ruim 2400 woningen is zowel een jaargemiddelde radon-concentratie als een jaargemiddelde thorondochterconcentratie bepaald. De gemiddelde concentratie radon, 15,6 Bq/m3, is laag in vergelijking met andere landen in Europa en is ongeveer 1/3 van wat gemiddeld wordt gemeten in de wereld. De Europese richtlijn geeft een maximum grenswaarde die 20 x hoger ligt (300 Bq/m3). 

Het RIVM heeft gemiddeld 0,64 Bq/m3 thoron gemeten. Omdat het meten van thoron in dit onderzoek nieuw nieuw is, zijn hier nog geen internationale referentiewaarden voor. Meer informatie over de radon en thoron concentraties in Nederlandse woningen is te vinden in het RIVM rapport ‘Radon en thoron in Nederlandse woningen vanaf 1930’.  Naar het rapport

Resultaten: de gemiddelde concentraties

  • In vrijwel alle Nederlandse woningen zijn de concentraties van zowel radon als thoron laag. 
  • De over alle woningen gemiddelde radonconcentratie bedraagt 15,6 Bq/m3becquerel per kubieke meter. In de helft van de woningen is de radonconcentratie lager dan 12,2 Bq/m3, en in 95 procent lager dan 37,9 Bq/m3. In 0,4 procent van de huizen zijn waarden gevonden tussen 100 en 200 Bq/m3.
  • In dit onderzoek is een jaargemiddelde thorondochterconcentratie bepaald van ongeveer 0,64 Bq/m3. In de helft van de woningen vinden we waarden lager dan 0,53 Bq/m3 en in 95 procent van de woningen is de thorondochterconcentratie lager dan 1,37 Bq/m3. Ongeveer 0,5 procent van de metingen is hoger dan 3 Bq/m3. 

Resultaten deelonderzoek thoronexhalatie

In circa 75 woningen zijn 155 zogenoemde thoronexhalatiemetingen uitgevoerd die aangeven hoeveel thoron er ter plaatste uit de wand komt. Soms is gemeten in verschillende ruimtes, maar soms ook op meerdere plaatsen op één muur. De resultaten:

  • In de helft van de gevallen was de thoronexhalatie lager dan 0,022 Bq/(m2s).
  • In ongeveer twee derde van alle exhalatiemetingen vinden we resultaten tot twee keer deze waarde.
  • Bij ongeveer tien procent van de metingen vinden we waarden variërend van tien tot vijftig keer de mediane waarde.

We vinden dus, grote verschillen in de exhalatie van thoron uit in de praktijk toegepaste wandafwerkmaterialen. Een hogere thoronexhalatiemeting hangt niet in alle gevallen samen met een hogere thorondochterconcentratie. Waarschijnlijk komt dat omdat de exhalatie van thoron op één bepaalde plek op de muur wordt bepaald, maar dat punt hoeft niet representatief te zijn voor het gehele oppervlak van de ruimte waar de thorondochterconcentratie gemeten is. Die concentratie is het resultaat van de exhalatie van alle oppervlakken in de ruimte.  

Positief oordeel internationale reviewcommissie

Omdat het RIVM er zeker van wil zijn dat de onderzoeksresultaten van hoge kwaliteit zijn, heeft  een internationale commissie van deskundigen een onafhankelijk oordeel uitgesproken over de kwaliteit van het onderzoek en de wijze waarop we de data hadden geïnterpreteerd. De algemene conclusie luidde dat het RIVM state of the art-technieken heeft ingezet voor het onderzoek, en dat het onderzoek naar thorondochters in deze omvang uniek is. Ook kon de commissie zich vinden in de manier waarop het RIVM de data had geïnterpreteerd. 

Eerder onderzoek

In 2010 verscheen het eindrapport van een onderzoek naar radonconcentraties in woningen die gebouwd waren in de periode 1994-2003. Uit dat onderzoek bleek dat de radonmetingen die waren uitgevoerd in de jaren '80 en '90 een fout bevatten: er is toen een te hoge waarde gemeten. Die meetfout zou, in elk geval gedeeltelijk, verklaard kunnen worden door het feit dat de toen gebruikte radondetectoren niet alleen gevoelig waren voor radon, maar ook voor thoron. Dat zou ook kunnen betekenen dat thoron in woningen een belangrijkere rol speelt dan gedacht. Om dit te onderzoeken, voerde het RIVM in de jaren erna enkele oriënterende onderzoeken uit, die dit vermoeden bevestigden. Het onderzoek uit 2013 en 2014 heeft daarover meer duidelijk gemaakt.

Meer informatie

 

Invloed van locatie, woning en gedrag

naar het rapport