In 2013 en 2014 heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu ruim 2500 woningen in Nederland vanaf bouwjaar 1930 onderzocht. Voor radon zien we verschillen per regio en per bouwperiode van de woningen. Tevens is gekeken naar de invloed van roken en ventileren.

Invloed locatie woning

  • De locatie van de woning is niet van invloed op de thorondochterconcentratie.
  • Bij de radonconcentratie zien we een plaats afhankelijkheid die vooral gerelateerd lijkt aan de bodemsoort ter plaatse: in Noord- en West-Nederland is de gemiddelde radonconcentratie lager, en in het rivierengebied en Zuidoost-Nederland hoger. De hoogste regiogemiddelde waarde, van ongeveer 40 Bq/m3, treffen we aan in Zuid-Limburg.
  • In vergelijking met andere Europese regio’s, zoals delen van België, Frankrijk, Tsjechië, het Verenigd Koninkrijk en Zweden, is de radonconcentratie in Nederlandse woningen laag.

Invloed soort woning

  • In eengezinswoningen is de radonconcentratie gemiddeld hoger dan in meergezinswoningen (flats, appartementen en dergelijke). In woningen vanaf 2000 is de gemiddelde radonconcentratie 22 procent lager dan de gemiddelde waarde over alle woningen sinds 1930. Aan de in 2004 gemaakte afspraak tussen overheid en bouwwereld om de blootstelling aan straling in nieuwbouwwoningen niet te laten toenemen, is wat radon betreft dus voldaan.
  • Bij de thorondochterconcentratie zien we geen verschil tussen eengezins- en meergezinswoningen. Ook de locatie is niet van invloed op de thorondochterconcentratie. Wel zien we verschillen tussen huizen uit deze en de vorige eeuw: de thoron-dochterconcentratie in woningen die vanaf 2000 zijn gebouwd, is gemiddeld ruim 15 procent lager dan de gemiddelde waarde over alle woningen.

Invloed roken

  • In huizen waar volgens de bewoners wordt gerookt, is de gemiddelde radonconcentratie 12% lager dan in huizen waar niet wordt gerookt.
  • Dit resultaat lijkt gunstig voor rokers, maar dit kleine voordeel valt in het niet bij het feit dat de gezondheidsrisico’s van radon voor rokers 25 keer zo hoog zijn als voor nooit-rokers.
  • In huizen waar volgens de bewoners wordt gerookt, is de gemiddelde thorondochterconcentratie 8% lager dan in huizen waar niet wordt gerookt. Net als bij radon past hier de opmerking dat dit gunstige resultaat voor rokers in het niet valt tegen het 25 keer hogere gezondheidsrisico.