Een overzicht van de belangrijkste vragen over radon en thoron. Deze vragen gaan specifiek in op het recent gepubliceerde onderzoek naar Radon op werkplekken en in openbare gebouwen in Nederland


Algemene vragen over radon, thoron en gammastraling

 

1.    Wat zijn radon en thoron?

Radon en thoron zijn radioactieve edelgassen die van nature in onze leefomgeving aanwezig zijn. Radon en thoron ontstaan in de bodem en in daarvan gemaakte bouwmaterialen. Omdat deze edelgassen zich gemakkelijk verspreiden treffen we ze aan in alle woningen en gebouwen. Wanneer radon en thoron vervallen, ontstaan radioactieve dochterproducten die zich aan stofdeeltjes in de lucht kunnen hechten. De radon- en thorondochters die via de stofdeeltjes worden ingeademd en in de longen achterblijven, verhogen de kans op het ontstaan van longkanker.

2.    Wat zijn alfa-, bèta en gammastraling?

Als een radioactieve stof vervalt kan alfa-, bèta- en/of gammastraling vrijkomen. Gammastraling bestaat uit ‘lichtdeeltjes’ (fotonen) met een hele hoge energie. Omdat fotonen geen lading hebben, is gammastraling moeilijk af te schermen. Alfa-, en bètastraling bestaan wel uit geladen deeltjes en kunnen daarom gemakkelijker tegengehouden worden. Bij het vervallen van natuurlijke radioactieve stoffen in de bodem of in bouwmaterialen zal de uitgezonden alfa- en bètastraling door de bodem of het bouwmateriaal zelf worden geabsorbeerd. Gammastraling uit bouwmaterialen wordt niet volledig geabsorbeerd en veroorzaakt dus een verhoging van het stralingsniveau in een woonruimte.

3.    Hoe worden mensen blootgesteld aan radon en thoron?

Radon, dat een halveringstijd heeft van bijna 4 dagen, kan vanuit de bodem en vanuit bouwmaterialen in gebouwen terechtkomen. Omdat de halveringstijd van thoron veel korter is, namelijk ongeveer één minuut, is het thoron dat we in gebouwen aantreffen uitsluitend afkomstig uit de buitenste lagen van wanden, vloeren en plafonds. Radon en thoron worden ingeademd, zie ook 1.

4.    Hoe worden mensen blootgesteld aan gammastraling?

We worden allemaal dagelijks blootgesteld aan straling, waaronder ook gammastraling. Voor een belangrijk deel komt deze straling uit onze natuurlijke omgeving zoals uit de bodem en uit de kosmos. Wanneer bouwmaterialen worden gemaakt van bodemmateriaal komt gammastraling ook uit bouwmaterialen. Daarnaast wordt gammastraling - en straling die daar veel op lijkt - gebruikt voor andere toepassingen, bijvoorbeeld in de geneeskunde.

5.    Hoe komen radon en thoron in een gebouw?

Radon kan op verschillende manieren in een gebouw komen: (1) uit de bodem, via de kruipruimte, (2) uit bouwmaterialen en (3) van buiten. Thoron komt alleen vrij uit de buitenste lagen van wanden, vloeren en plafonds, of de wandafwerkmaterialen die daarop zijn aangebracht.

6.    Hoe komt gammastraling in een gebouw?

Gammastraling in een gebouw komt voornamelijk uit bouwmaterialen. Er komt ook gammastraling van buiten in een gebouw terecht, maar het grootste deel daarvan wordt door het gebouw afgeschermd. Bouwmaterialen zijn dus zelf een bron van gammastraling, maar ze schermen straling van buiten af.

7.    Verdwijnen radon en thoron na verloop van tijd uit de grond/bouwmaterialen?

Nee. Het ontstaan van radon en thoron is een natuurlijk proces dat voortdurend plaatsvindt. Doordat radon en thoron gasvormig zijn, kunnen ze vrijkomen uit de bodem en bouwmaterialen.

8. Waar vind ik meer informatie over radon en thoron?  


www.rivm.nl/Onderwerpen/R/Radon
www.autoriteitnvs.nl/onderwerpen/radon
www.arboportaal.nl/onderwerpen/ioniserende-straling

Naar boven

Algemene vragen over radioactiviteit  

 

9. Wat is radioactiviteit?


Alle stoffen zijn opgebouwd uit atomen. Sommige atomen zijn niet stabiel en zullen vroeg of laat vervallen; dat wil zeggen onder uitzending van ioniserende straling verandert de samenstelling van de atoomkern. Dat verschijnsel heet radioactiviteit.

10.    Waar komen we in aanraking met radioactiviteit?


We worden allemaal dagelijks blootgesteld aan straling. Voor een belangrijk deel komt straling uit onze natuurlijke omgeving. De natuurlijke straling waar mensen dagelijks aan blootgesteld worden kan van verschillende bronnen komen:

  • De kosmos: Kosmische straling is afkomstig van de zon en van bronnen buiten het zonnestelsel. (Op grote hoogte wordt kosmische straling minder afgeschermd door de atmosfeer. Mensen in een vliegtuig staan daardoor tijdelijk bloot aan een hogere dosis kosmische straling dan mensen die zich op zeeniveau bevinden.)
  • De bodem: straling uit de bodem wordt terrestrische straling genoemd. Die straling wordt veroorzaakt door verval van radioactieve stoffen die van nature in de aardbodem voorkomen sinds het ontstaan van de aarde.
  • Bouwmaterialen: bouwmaterialen schermen de straling uit de kosmos en de bodem deels af, maar kunnen zelf ook weer een bron van straling zijn. Dit geldt vooral voor bouwmaterialen die zijn gemaakt van steenachtige bodemmaterialen.

Straling wordt ook gebruikt voor andere (kunstmatige) toepassingen, bijvoorbeeld in de geneeskunde en in de industrie. De blootstelling aan straling die wordt toegepast bij medische procedures (bijv. CT scans) levert een belangrijke bijdrage in Nederland. De straling die wordt toegepast in de industrie, bijvoorbeeld voor allerlei metingen of in nucleaire installaties om energie op te wekken en om radio-isotopen te produceren, dragen nauwelijks bij aan de blootstelling aan straling van mensen in Nederland.

Op de website van het RIVM is meer informatie te vinden over de stralingsbelasting in Nederland.

Naar boven

Vragen over het onderzoek naar radon, thoron en gammastraling op werkplekken en in openbare gebouwen   

 

11.    Wat heeft het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu onderzocht?

Het RIVM heeft in 2016 en 2017 metingen uitgevoerd op werkplekken en in openbare gebouwen in Nederland, om een beeld te krijgen van de radonconcentratie, de concentratie van thorondochters en het gammastralingsniveau aldaar. De belangrijkste onderzoeksvragen van dit recente radon/thorononderzoek waren:
•    Wat is de gemiddelde waarde van de radonconcentratie, de thorondochterconcentratie en het gammastralingsniveau op werkplekken en in openbare gebouwen in Nederland?
•    In welke gebouwen (werkplekken en openbare gebouwen) zijn de hoogste jaargemiddelde radonconcentraties, thorondochterconcentraties en gammastralingsniveaus te verwachten?
•    Is een nationaal referentieniveau van 100 Bq/m3becquerel per kubieke meter voor werkplekken en voor openbare gebouwen haalbaar?
•    Welke maatregelen kunnen redelijkerwijs worden getroffen om de blootstelling van werknemers aan radon op de werkplek te reduceren?

12.    Wie hebben er aan het onderzoek meegedaan?

Voor dit onderzoek zijn, gedurende een jaar, metingen uitgevoerd bij ruim 400 bedrijven en instellingen verdeeld over heel Nederland. Er zijn bijvoorbeeld metingen uitgevoerd bij kantoren, scholen, ziekenhuizen, musea en kassen.

13.    Hoe heeft het RIVM de radon- en thorondochterconcentratie en het gammastralingsniveau gemeten?

De deelnemende bedrijven en instellingen hebben een of meer setjes met verschillende zogenoemde passieve detectoren toegestuurd gekregen, met de vraag om die in twee verschillende verblijfsruimten te plaatsen. Een setje met detectoren bestond meestal uit:
•    Twee detectoren waarmee de radonconcentratie kan worden bepaald, dat wil zeggen de gemiddelde waarde in de ruimte over de periode van plaatsing.
•    Een detector die speciaal ontworpen is om de tijdsgemiddelde thorondochterconcentratie te kunnen bepalen.
•    Een detector voor het meten van gammastraling.

Daarnaast zijn er een aantal instellingen die alleen een radondetector hebben ontvangen. Op deze locaties is dus alleen de radonconcentratie gemeten.

Op pagina 16 van het rapport is te lezen hoe die detectoren eruit zien en hoe die werken.

Naar boven

Resultaten van het onderzoek naar radon, thoron en gammastraling op werkplekken en in openbare gebouwen 

Zie ook hoofdstuk 4 tot en met 6 in het rapport.

14.    Hoeveel radon en thoron is er gemeten op werkplekken en in openbare gebouwen in Nederland?

Het RIVM heeft op ruim 400 werkplekken en openbare gebouwen meetgegevens verzameld. De gemiddelde concentratie radon op de meetlocaties is 16 Bq/m3. Dit is laag in vergelijking met andere landen in Europa. Wereldwijd is de radonconcentratie gemiddeld 40 Bq/m3. De gemeten radonconcentraties liggen vrijwel allemaal onder het referentieniveau in Nederland van 100 Bq/m3.

Het RIVM heeft in dit onderzoek gemiddeld 0,4 Bq/m3 thoron gemeten. In andere landen is nog weinig onderzoek gedaan naar thoron in gebouwen. Wat we in dit onderzoek op werkplekken en in openbare gebouwen aan thoron hebben gemeten ligt in lijn met de waarden die volgens internationale organisaties (UNSCEARUnited Nations Scientific Committee on the Effects of Atomic Radiation en ICRPInternational Commission on Radiological Protection) in gebouwen verwacht kunnen worden.

15.    Hoeveel gammastraling is er gemeten op werkplekken en in openbare gebouwen in Nederland?

Het RIVM heeft op in totaal ruim 300 werkplekken en openbare gebouwen meetgegevens voor gammastraling verzameld. Het gemiddelde gammastralingsniveau is 2,2 µSv/dag. De resultaten van deze meetcampagne komen goed overeen met de waarden die in een eerder onderzoek op werkplekken en in een onderzoek in nieuwbouwwoningen zijn gevonden. Een blootstelling van 2,2 µSv/dag geeft een omgevingsjaardosis van 0,8 mSvmillisievert/jaar. Dit is ruim onder de effectieve dosis van 1,3 mSv/jaar die kan worden aangehouden als we de blootstelling aan gammastraling van bouwmaterialen (met een referentiewaarde van 1 mSv/jaar) en de blootselling aan kosmische straling combineren.

16.    Wat betekent Bq/m3?

Bq/m3 staat voor becquerel per kubieke meter een maat voor de activiteitsconcentratie in lucht. Becquerel staat voor het aantal atomen dat per seconde vervalt. Het is de meeteenheid voor radioactiviteit. Als we het hebben over een (radio)activiteitsconcentratie (bijvoorbeeld in lucht), dan wordt die uitgedrukt in Bq/m3. Een activiteitsconcentratie van 1 Bq/m3 in lucht betekent dat er in één kubieke meter lucht per seconde één atoom vervalt. Meer uitleg over radioactiviteit en radon en thoron vindt u op pagina 49 tot en met 59 van het rapport.

17.    Waarom noemt het RIVM de radon- en thorondochterconcentratie en het gammastralingsniveau op werkplekken en in openbare gebouwen laag?

De gemiddelde concentraties die in dit onderzoek zijn gemeten zijn laag in vergelijking met de meeste andere landen in Europa en daarbuiten. In Nederland is de gemeten gemiddelde concentratie op werkplekken en in openbare gebouwen 16 Bq/m3. Wereldwijd is de gemiddelde concentratie ongeveer 40 Bq/m3, volgens de internationale wetenschappelijke commissie UNSCEAR (United Nations Scientific Committee on the Effects of Atomic Radiation).

Voor thoron is de vergelijking met andere landen moeilijker te maken, omdat er weinig gegevens beschikbaar zijn. Wat we in dit onderzoek aan thoron hebben gemeten op werkplekken en in openbare gebouwen (gemiddeld 0,4 Bq/m3), ligt wel in lijn met de waarden die volgens internationale organisaties UNSCEAR (0,3 Bq/m3) en ICRP (0,04-2,0 Bq/m3) in gebouwen verwacht kunnen worden. De gemeten concentraties thorondochters in het huidige onderzoek zijn ook vergelijkbaar met de meetwaarden die in een eerder onderzoek in woningen zijn gevonden.

De resultaten van de metingen naar gammastraling (gemiddeld 2,2 µSv/dag) zijn vergelijkbaar met die in eerder uitgevoerde onderzoeken in Nederland.
 
Meer informatie en voorbeelden vindt u in het rapport in hoofdstuk 7 op pagina 41.

Naar boven

18.    Wat is een (maximale) referentieniveau?

Het Besluit basisveiligheidsnormen straling beschrijft een referentieniveau als: waarde voor een effectieve dosis of equivalente dosis of voor een activiteitsconcentratie in een radiologische noodsituatie of in een bestaande blootstellingsituatie waarvan overschrijding zoveel mogelijk wordt voorkomen;
Europese regelgeving verplicht lidstaten om uiterlijk in 2018 een nationaal referentieniveau voor radonconcentraties op werkplekken en voor radonconcentraties in openbare gebouwen vast te stellen met een maximum van 300 Bq/m3. Bij radonconcentraties hoger dan het referentieniveau moet actie worden ondernomen om de concentraties zoveel mogelijk te reduceren. In Nederland is een nationaal referentieniveau van 100 Bq/m3 vastgesteld. Het nationale referentieniveau in Nederland ligt daarmee onder het maximale toegestane referentieniveau binnen Europa. Wel kan in bijzondere gevallen de minister een hoger referentieniveau, tot 300 Bq/m3, vaststellen.

19.    Wat is het verschil met het maximale referentieniveau van 300 Bq/m3 en het referentieniveau van 100 Bq/m3 die ook genoemd wordt in het rapport?

De Wereldgezondheidsorganisatie en de International Commission on Radiological Protection (ICRP) adviseren overheden om een zo laag mogelijk nationaal referentieniveau te kiezen in het gebied tussen 100 en 300 Bq/m3. Volgens de Europese richtlijn moest een nationaal referentieniveau gekozen worden van ten hoogste 300 Bq/m3. In Nederland is nu een nationaal referentieniveau van 100 Bq/m3 vastgesteld. In bijzondere gevallen kan de minister een hoger referentieniveau, tot 300 Bq/m3, vaststellen.

20.    Hoe kan het dat de concentraties in Zuid Limburg en het rivierengebied gemiddeld hoger zijn in vergelijking met de gemiddelde concentratie in Nederland?

Dat komt omdat er in deze gebieden van nature meer radon vrijkomt uit de bodem. Radon kan op drie manieren in de woning komen: vanuit de bodem (vaak via de kruipruimte), vanuit de buitenlucht en vanuit bouwmaterialen. De invloed van de lokale bodemsoort en gesteldheid is waarschijnlijk het grootst. In sommige grondsoorten, zoals löss en rivierklei, zit meer radium dan in bijvoorbeeld zand- en veengronden. In Zuid-Limburg treffen we vooral löss aan en in het rivierengebied rivierklei. Het RIVM gaat er van uit dat dat de reden is dat de radonconcentratie in gebouwen in die gebieden iets hoger is dan elders in Nederland.

21.    Kan ik ook de meetresultaten van de deelnemers aan het onderzoek in zien?

De resultaten per locatie zijn alleen bestemd voor de deelnemer aan het onderzoek zelf. Deze resultaten mag het RIVM niet vrijgeven. Dit heeft te maken met de wet op de op de privacy. In het rapport kunt u de resultaten van het totale onderzoek vinden met de gemiddelde radon- en thorondochterconcentraties en het gammastralingsniveau in de onderzochte gebouwen. Deze resultaten vindt u in hoofdstuk 4 tot en met 6 op pagina 29 t/m 40 van het rapport.

Naar boven

Vragen over mogelijke maatregelen 

 

22.    Wat kan ik doen om de concentratie radon- en thorondochters op mijn werkplek/gebouw laag te houden/te verlagen

Radon en thoron zijn van nature in onze leefomgeving aanwezig. Het is dan ook niet te voorkomen dat het in een gebouw aanwezig is. In Nederland is de gemiddelde concentratie relatief laag en van ventilatie weet het RIVM dat het een zinvolle en kosteneffectieve maatregel is. Eventueel vervolgonderzoek kan meer kennis opleveren over mogelijke aanvullende maatregelen.

In gebouwen kunnen radon en thoron ophopen. Ventileren van de ruimte verlaagt de hoeveelheid aanwezige radon.
Voor thoron helpt ventileren ook omdat de stofdeeltjes waar radioactieve stoffen aan zijn gehecht, naar buiten worden afgevoerd.

Het extra schoonmaken van een gebouw heeft op de radon en thoron concentraties geen invloed. Veel fijne stofdeeltjes blijven na het stofzuigen achter in het gebouw.

23.    Waarom adviseert het RIVM niet meer maatregelen?

Het is erg afhankelijk van de precieze situatie welke maatregelen zinvol zijn in gebouwen waar de radonconcentratie hoog is. De verblijfstijd van werknemers speelt bijvoorbeeld een rol, en ook het gemak waarmee bepaalde maatregelen kunnen worden toegepast. Over individuele situaties kan het RIVM helaas geen uitspraak doen.

24.    Helpt het ook om het huis goed stofvrij te houden?

De stofdeeltjes waar radon- en thorondochters zich aan hechten zijn zo klein dat je ze niet met het oog kunt zien. Het lukt dus niet om die weg te halen met een stofdoek of een stofzuiger. Ventilatie helpt wel omdat er dan verse lucht in het huis komt waar veel minder van deze minuscule stofdeeltjes in zitten en de radioactieve stofdeeltjes juist het huis verlaten.

25.    Wat doet de overheid om de blootstelling aan radon en thoron laag te houden?

De overheid monitort de stralingsbelasting in de woon- en werkomgeving. Het onlangs afgeronde onderzoek van het RIVM maakt daar onderdeel van uit.
De rijksoverheid ontwikkelt daarnaast een actieprogramma.

26.    Wat doen de overheid en bedrijfsleven om de blootstelling aan gammastraling laag te houden?

Met ingang van 6 februari 2018 is er een nieuw Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming van kracht. In dit besluit is een referentieniveau opgenomen voor gammastraling uit bouwmaterialen. Dit betekent dat de blootstelling binnenshuis aan gammastraling uit bouwmaterialen zo veel mogelijk onder het referentieniveau moet blijven. Producenten van bouwmaterialen moeten daarom toetsen of het bouwmateriaal dat zij maken niet zorgt voor overschrijding van het referentieniveau wanneer het bouwmateriaal wordt toegepast in een gebouw.

27.    Kan ik de hoeveelheid radon en thoron in een gebouw zelf meten?

Het meten van radon en thoron is ingewikkeld en werk voor specialisten. Er zijn wel radonmeters te koop, maar onduidelijk is of deze geschikt zijn voor de Nederlandse situatie. De rijksoverheid gaat een nationaal actieprogramma radon ontwikkelen. In het nationaal actieprogramma radon zal ook informatie over het belang van radonmetingen en beschikbare meetmethodes worden opgenomen.

Naar boven

Vragen in relatie tot gezondheid  

 

28.    Hebben radon en thoron effect op de gezondheid?

Ja. Radon en thoron kunnen een negatief effect hebben op de gezondheid. Van nature veranderen radon en thoron in radioactieve stoffen die zich aan zwevende stofdeeltjes in huis hechten. Na inademen blijven ze achter in de longen en geven daar straling af. Die straling kan bijdragen aan het ontstaan van longkanker. Rokers hebben een grotere kans hierop. Er is geen sprake van andere gezondheidsschade/effecten van betekenis bij de aanwezige radonconcentraties in de Nederlandse woningen.

29.    Hoe groot is de kans op longkanker door radon en thoron in Nederland?

In totaal krijgen meer dan 12.000 mensen per jaar longkanker in Nederland. In een eerder onderzoek naar radon en thoron in woningen is berekend dat bij ongeveer 400 mensen per jaar radon en thoron hiervan de oorzaak zijn. Dit zijn vooral rokers, omdat het schadelijke effect van radon en thoron op de longen van rokers 25 keer groter is dan het effect op mensen die nooit gerookt hebben.

30.    Heeft gammastraling effect op de gezondheid?

Gammastraling kan leiden tot ongewenste gezondheidseffecten. Blootstelling aan gammastraling levert een kleine bijdrage aan het risico op het krijgen van kanker doordat gammastraling de lichaamscellen kan beschadigen. Dit risico neemt toe naarmate mensen meer worden blootgesteld. Het is dus belangrijk dat de blootstelling aan straling zo laag mogelijk is. Met betrekking tot gammastraling ontstaan de gezondheidseffecten door uitwendige bestraling van het lichaam.

Naar boven

Video Natuurlijke straling op werkplekken en in openbare gebouwen in Nederland

Het RIVM heeft onderzoek gedaan naar natuurlijke straling op werkplekken en in openbare gebouwen in Nederland. In deze video worden kort de resultaten van het onderzoek besproken
Sprekers: Pauline Goemans,onderzoeker stralingsbescherming. Ronald Smetsers, topexpert straling.