Voor veel stralingsbronnen bestaat omvangrijke wet- en regelgeving om ons tegen de gevaren daarvan te beschermen, maar voor radon en thoron is dat in mindere mate het geval. Omdat radon en thoron van nature overal voorkomen, kun je de blootstelling hieraan maar gedeeltelijk beheersen. Ook het opstellen van grenzen is lastig.

Er wordt wel degelijk geprobeerd om onnodig hoge blootstellingen aan radon en thoron te verminderen. Zo heeft de Europese Raad van Ministers in december 2013 een richtlijn vastgesteld, waarin de lidstaten wordt opgedragen om een zogenaamd nationaal referentieniveau voor radonconcentraties in woningen, in werkruimten en in openbare gebouwen vast te stellen.

De Europese lidstaten zijn vrij om zelf een nationaal referentieniveau te kiezen, maar het mag niet hoger zijn dan 300 Bq/m3 (EUEuropean Union 2014). In Nederland zijn inmiddels nationale referentieniveaus vastgesteld en deze zijn sinds 6 februari 2018 opgenomen in het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming (BbsBesluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming). Zowel voor woningen, werkruimten en openbare gebouwen zijn in Nederland nationale referentieniveaus voor de jaargemiddelde radonconcentratie vastgesteld van 100 Bq/m3.Overschrijding van het referentieniveau moet zoveel mogelijk worden voorkomen. 

Omdat de kennis over thoron nog achterloopt bij die over radon, beperkt de Europese richtlijn zich voor thoron tot algemene voorschriften.

Meer informatie over wet en regelgeving is beschikbaar bij de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS).