Het Besluit externe veiligheid inrichtingen (BeviBesluit externe veiligheid inrichtingen) schrijft voor dat het plaatsgebonden risico en het groepsrisico berekend moeten worden voor inrichtingen met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen.  In de Regeling externe veiligheid inrichtingen (ReviRegeling externe veiligheid inrichtingen) is opgenomen dat de rekenmethode bestaat uit de Handleiding Risicoberekeningen Bevi  en het rekenprogramma Safeti-NL.

De Handleiding Risicoberekeningen Bevi beschrijft de vastgestelde rekenmethode voor het berekenen van de risico’s met Safeti-NL voor de volgende typen inrichtingen:

  • BrzoBesluit risico's zware ongevallen Besluit risico's zware ongevallen -inrichtingen
  • Stuwadoorsbedrijven
  • Ammoniakkoelinstallaties
  • PGS15-inrichtingen
  • Gastransportinrichtingen en mijnbouwwerken
  • Opslag van vergiftigde gassen in cilinders
  • Inrichtingen met meer dan 50 m3kubieke meter kubieke meter  propaan in een insluitsysteem
  • Inrichtingen met een cyanidehoudend bad ten behoeve van het aanbrengen van metaallagen
  • Opslag van ammoniumnitraathoudende meststoffen op inrichtingen

Voor andere typen inrichtingen die onder het Bevi vallen is een rekenmethode ontwikkeld, maar nog niet opgenomen in de Handleiding Risicoberekeningen Bevi. Deze rekenmethoden zijn wel afgestemd met deskundigen, en geadviseerd wordt deze te gebruiken voor de risicoberekeningen. Het betreft de volgende typen inrichtingen:

  • Spoorwegemplacementen (op aanvraag bij de helpdesk)
  • LPGLiquefied Petroleum Gas-tankstations (op aanvraag bij de helpdesk)

Ten slotte zijn er inrichtingen die nog niet onder het Bevi vallen, omdat er andere regelgeving voor geldt of omdat het type inrichting pas sinds enkele jaren bestaat. Ook hiervoor zijn rekenmethoden ontwikkeld. Deze rekenmethoden zijn afgestemd met deskundigen, en geadviseerd wordt deze te gebruiken voor risicoberekeningen. Het betreft de volgende type inrichtingen:

  • LNGLiquefied Natural Gas-tankstations en -bunkerstations
  • Waterstoftankstations
  • Benzinetankstations

De Revi  schrijft vanaf 1 april 2020 versie 4 van de Handleiding Risicoberekeningen Bevi en versie 8 van Safeti-NL voor. De actuele versies zijn versie 4.2 van de Handleiding en versie 8.21 van Safeti-NL. Voorgaande versies van de Handleiding en de aanpassingen zijn op te vragen bij de helpdesk.

Met de invoering van Safeti-NL versie 8 zijn veel modelverbeteringen doorgevoerd, zoals beschreven in RIVM rapport 2018-0039. Een van de verbeteringen in Safeti-NL versie 8 is het kratermodel voor ondergrondse leidingen. Met dit kratermodel kunnen de risico’s van ondergrondse buisleidingen beter in kaart worden gebracht. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft een verkennend onderzoek gedaan naar de consequenties van het toepassen van het kratermodel. Hieruit blijkt dat het kratermodel tot aanzienlijk grotere risicocontouren en aandachtsgebieden leidt. Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat heeft daarom besloten op grond van rechtszekerheid de toepassing van het kratermodel vooralsnog niet wettelijk voor te schrijven voor andere gevaarlijke stoffen dan aardgas en waterstof. Het kratermodel is daarom nog niet voorgeschreven in deze versies van de Handleiding Risicoberekeningen Bevi en de Handleiding Risicoberekeningen BevbBesluit Externe Veiligheid Buisleidingen. Het is wel mogelijk in Safeti-NL versie 8 te rekenen met het nieuwe kratermodel. Het RIVM adviseert om die mogelijkheid te gebruiken, om zo het technisch inhoudelijke inzicht te verkrijgen in de externe veiligheidsrisico’s van ondergrondse buisleidingen volgens de laatste stand van de wetenschap.

De Revi biedt de mogelijkheid een andere rekenmethode toe te passen wanneer deze gelijkwaardig is aan de rekenmethodiek Bevi (artikel 8d), dan wel wanneer de voorgeschreven rekenmethodiek niet passend is (artikel 8c). De procedure hiervoor is beschreven in het document ‘Procedure alternatieve rekenpakketten’.

Domino-effecten ontstaan wanneer het falen van een gevarenbron leidt tot het falen van een andere gevarenbron. Artikel 7 van het Brzo bepaalt dat inrichtingen geïdentificeerd moeten worden waar zware ongevallen kunnen leiden tot domino-effecten bij naburige bedrijven. Zowel aan de veroorzaker van het risico als aan het blootgestelde bedrijf stelt het Brzo aanvullende eisen. Voor de identificatie van deze zogenaamde domino-inrichtingen is het instrument Identificatie Domino-Effecten (IDE) ontwikkeld. Met dit document kan vastgesteld worden of de afstand tussen twee Brzo-inrichtingen zodanig is dat een domino-effect mogelijk is.

Het RIVM heeft een checklist ontwikkeld voor het beoordelen van risicoberekeningen met Safeti-NL 6.54 voor Bevi-inrichtingen. Deze is nog niet geactualiseerd naar Safeti-NL versie 8, maar biedt nog wel waardevolle informatie.