Wat en waarom

Een circulaire economie is een economisch systeem waarin grondstoffen duurzaam worden gewonnen, minder grondstoffen per product nodig zijn en grondstoffen zo veel mogelijk worden hergebruikt of tot iets anders worden verwerkt (recycling). Puin uit de bouw kan bijvoorbeeld als fundering onder wegen dienen, oud papier is weer grondstof voor de papierindustrie en van plastic flessen kan nieuw plastic worden gemaakt. Op die manier bewegen we weg van de lineaire economie waar grondstoffen gewonnen, gebruikt en weggegooid worden. Ook het gebruik van plantaardig en dierlijk materiaal als hernieuwbare grondstof voor producten en energie (bio-based economie) kan gezien worden als belangrijke stap om de circulaire economie koolstofneutraal te maken.

Nog lang niet alle productieketens zijn duurzaam en veilig ‘gesloten’. Dat kan zijn omdat er veel energie nodig is voor recycling, of omdat producten gevaarlijke stoffen bevatten die dan in de levenscyclus terechtkomen of in het milieu kunnen belanden. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, dat staat voor een veilige en gezonde leefomgeving, heeft de expertise in huis om te beoordelen of de overgang naar een circulaire economie veilig,  gezond en duurzaam is.

Hoe en met wie

De overheid en de Europese Unie sturen erop aan dat Nederland in 2050 een circulaire economie heeft. Het RIVM werkt hieraan mee door afwegingskaders te ontwikkelen waarmee de impact van gesloten productketens op veiligheid, gezondheid en duurzaamheid zichtbaar en meetbaar kunnen worden gemaakt. Afvalwater bevat bijvoorbeeld fosfaatresten die als meststof ingezet kunnen worden. Maar er zitten ook ziekteverwekkers en medicijnresten in. Aan welke criteria moet het product voldoen om veilig, gezond en duurzaam te kunnen worden gebruikt?

Veiligheid van stoffen en producten en de beoordeling van duurzaamheid zijn nu nog vaak aparte werelden. Het RIVM probeert ze bijeen te brengen. We werken hierbij nauw samen met stakeholders, waaronder bedrijven in productketens. Hierdoor begrijpen we de vragen en behoeften uit de praktijk beter en kunnen we onze kennis bundelen met de praktijkkennis van bijvoorbeeld ondernemers. Ook wordt samengewerkt (lokale) overheden, omgevingsdiensten, planbureaus en kennisinstellingen.