Wat en waarom?

Een patiënt heeft koorts en een gezwollen lymfklier. De voor de hand liggende oorzaken zijn al uitgesloten. Welke bacterie of virus is hiervan de oorzaak? Als een laboratorium in bijvoorbeeld een ziekenhuis dit niet verder kan of wil onderzoeken, gaat het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu dat doen. Vaak gaat het dan om bijzondere ziekteverwekkers. 

Het RIVM beschikt over technieken om ook van ziekteverwekkers die niet vaak voorkomen, te kunnen achterhalen welke het is. Samen met informatie over de patiënt kan dan de definitieve diagnose gesteld worden. De aangetroffen bacterie veroorzaakt bijvoorbeeld de ‘kattekrab-ziekte’ en de patiënt blijkt recent door een kat te zijn gekrabd.

Het RIVM onderzoekt ook bijzondere parasieten. Zo is bekend dat de helft van alle vossen in Zuid-Limburg een lintworm bij zich draagt. Als een besmette vos poept in bijvoorbeeld een zandbak, dan kan een kind hiermee besmet raken, en ziek worden. Om zeker te weten dat een patiënt een vossenlintworm bij zich draagt, zijn meerdere onderzoeken nodig op het RIVM.

Het RIVM onderzoekt jaarlijks zo'n 5000 menselijke gevallen heel nauwkeurig. Dat gebeurt als er sprake is van een bepaalde bron (bijvoorbeeld een dier), als de ziekteverwekker van mens op mens kan overgaan, en als het een ernstige ziekte betreft die veel onrust veroorzaakt.

Hoe en met wie?

Het RIVM onderzoekt kleine hoeveelheden bloed, weefsel of micro-organismen om de samenstelling te bepalen (monsters), en helpt zo bij het stellen van de juiste diagnose.  Ook geeft het RIVM voorlichting over deze zeldzame ziekteverwekkers, om zoveel mogelijk te voorkomen dat mensen er door besmet raken. 

Verder wordt onderzoek  gedaan om nieuwe micro-organismen of nieuwe groepen patiënten te signaleren, om de bron van zulke infecties te vinden en om kennis over besmettingsroutes via mens of dier te vergaren. De kennis en deskundigheid wordt voortdurend bijgehouden. Wat speelt er? Zijn er nieuwe analyse methoden? Dit gebeurt door congressen te bezoeken en mee te doen in wereldwijde netwerken.

Voor een aantal in Nederland zeldzame ziektes is het RIVM referentielaboratorium, bijvoorbeeld voor polio. Dat betekent dat laboratoria, nationaal en internationaal, hun polio-monsters naar het RIVM-laboratorium sturen om te laten controleren of ze de micro-organismen juist hebben geïdentificeerd. Ook kunnen ze om advies vragen. 

Het RIVM werkt nauw samen met universiteiten en andere laboratoria zodat Nederland over een landelijk dekkend netwerk van laboratoria beschikt. Op het gebied van ziekteverwekkers uit voedsel of in water is het RIVM een belangrijke adviseur van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). We zijn op dit gebied een zogeheten WHO collaborating centre.