Duurzaam gezonde stad

Toekomstbestendig omgaan met energie, voedsel, afvalstromen en klimaatverandering. Deze benadering wint aan aandacht, maar we komen daar wel vragen en dilemma’s tegen die nog niet zijn opgelost. De duurzaam gezonde stad heeft betrekking op de gezonde stad van nu èn van straks, hier maar ook elders. Het gaat dus om het maken van toekomstbestendige keuzes waarbij afwenteling op anderen wordt voorkomen. Dat betekent onder meer: zorg dragen voor een duurzame borging van energie, voedsel en grondstoffen en het tijdig inspelen op de gevolgen van klimaatverandering. De economie blijft daarbij belangrijk, maar moet wellicht op een andere manier georganiseerd worden. Steeds vaker wordt daarbij gesproken over een circulaire economie. Dit brengt soms lastige dilemma’s met zich mee: kiezen we voor nu of voor straks, of voor hier of voor daar. De duurzame gezonde stad vraagt niet alleen om een integrale benadering, maar ook op een systeembenadering. De aanpak is daarmee nog een slag complexer en uitdagender dan bij ‘Structuur en inrichting’.

Over de duurzaam gezonde stad

De duurzaam gezonde stad heeft betrekking op de gezonde stad van nu èn van straks.

Medio september zijn de ‘Sustainable Development Goals’ van de Verenigde Naties vastgesteld. Bijna allemaal hebben ze een relatie met leven in een stad, maar één van de doelen gaat er specifiek over: maak steden sociaal, veilig, weerbaar en duurzaam.

Om te zorgen dat een stad niet alleen op dit moment gezond is, maar ook gezond blijft voor onze kinderen in de toekomst, is het belangrijk om vanuit een integrale keten- en systeembenadering na te denken over thema’s zoals energie, klimaat, afval en voedsel. Al hoewel er steeds meer aandacht voor duurzaamheid is, is het sluiten van kringlopen en het denken in lange termijn, met oog voor de consequenties hier en elders, nog geen standaard manier van denken. Maar het is de uitdaging waar we nu voor staan om de duurzaam gezonde stad te realiseren.

Door aan duurzaamheid te werken, met aandacht voor later en elders, kan tegelijkertijd ook de gezondheid van de huidige stedelingen worden verbeterd. Maar het leidt soms wel tot lastige dilemma’s rond milieu en gezondheid. Daarvan vindt u er onder de thema’s van duurzame gezonde stad een aantal terug. RIVM heeft kennis over zowel milieu, duurzaamheid als gezondheid in huis, en kan zodoende ondersteunen bij het maken van slimme keuzes. Ook ontwikkelen en ontsluiten we in samenwerking met andere instituten methoden en instrumenten voor het meten van duurzaamheid.

Next Steps

Met de nieuwe denkrichtingen van duurzaam gezonde steden zijn we er nog niet. Concepten als de ‘circulaire stad’, waarin conform ecologische systemen de steden niet alleen duurzamer maar ook onafhankelijker en veerkrachtiger gemaakt worden, kunnen ons verder helpen. Ook kan het zoeken naar andere verdienmodellen ons verder helpen. Voor deze ‘next steps’ is ook weer een systeembenadering nodig, waarin we samen integraal, over de grenzen van ons eigen werkdomein, naar gezond leven in de gezonde leefomgeving kijken en daar aan werken. Wie maakt met ons deze volgende stap?

Belangrijke partners en samenwerkingsverbanden

Websites

Energie

Voor onze energievoorziening maken we nog veel gebruik van fossiele brandstoffen. Dit leidt tot uitstoot van schadelijke stoffen en door de uitstoot van broeikasgassen aan klimaatverandering, en daarmee tot diverse gezondheidsproblemen. Een ander probleem is dat deze energiebron eindig is. Er vindt momenteel een energietransitie plaats, van fossiele brandstoffen naar biobrandstoffen, warmtekrachtkoppeling, en wind- en zonne-energie. Daarnaast is het gebruik van elektrische auto’s en fietsen toegenomen. Het RIVM bekijkt wat het effect is van deze ontwikkelingen op milieukwaliteit en gezondheid. Rond thema’s als windenergie organiseert het RIVM dialogen tussen verschillende partijen en stelt het onafhankelijke kennis beschikbaar.

De energietransitie heeft invloed op de inrichting van de omgeving, bijvoorbeeld waar het gaat over het gebruik van wind- of zonne-energie. Windturbines leiden soms overlast bij omwonenden, vooral door het geluid dat het met zich meebrengt. En soms tot gezondheidsklachten door negatieve gevoelens. Dit blijkt uit een literatuuronderzoek van RIVM. De resultaten daarvan kunt u vinden in een informatieblad voor GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)'en, bedoeld als hulp bij de beantwoording van vragen van o.a. burgers en gemeentebesturen.

Het is van belang dat er een goede dialoog plaatsvindt tussen verschillende partijen, en onafhankelijke kennis beschikbaar wordt gesteld. Dit gebeurt bijvoorbeeld in het Kennisplatform Windenergie, waarvoor RIVM in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu een pilot heeft opgezet en begeleid. Dit Kennisplatform is een initiatief van bij windenergie betrokken organisaties.

Naast het gebruiken andere energievormen draagt het terugdringen van ons energiegebruik bij aan oplossingen voor de energievraagstukken. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van energiezuinige apparaten. Of aan het gebruik van restwarmte en Warmte- en Koude Opslag (WKO). Bij WKO moet men alert zijn wat de invloed is van op het grondwater en bacteriewerking in de ondergrond, zo blijkt uit RIVM onderzoek.

Een andere manier om ons energiegebruik terug te dringen is door vaker gebruik te maken van de fiets voor korte afstanden. Dat is bovendien ook gunstig voor de milieukwaliteit en gezondheid, omdat het tot minder luchtvervuiling en minder geluidoverlast leidt. En het brengt mensen letterlijk in beweging. Uit een berekening van RIVM blijkt dat de ziektelast door lichamelijke inactiviteit na 1 jaar met maximaal 1,3% wordt teruggedrongen als volwassenen meer fietsen. Daarnaast draagt het bij aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen. De manier waarop de stad is ingericht kan mensen verleiden om vaker de fiets te pakken (zie ook ‘2: Structuur en inrichting’).

Ook energiezuinige woningen dragen bij aan de verlaging van ons energiegebruik. Maar tegelijk kan het ook leiden tot problemen met het binnenmilieu, wanneer niet goed geventileerd wordt. RIVM vergeleek hoe bewoners van eengezinswoningen met twee soorten mechanische ventilatiesystemen hun gezondheid ervaren, evenals de kwaliteit van het binnenmilieu. Bewoners van huizen met balansventilatiesystemen vonden de kwaliteit van het binnenmilieu minder goed dan bewoners van huizen met natuurlijke toevoer en mechanische afzuiging van lucht. Ook waren mensen met een balansventilatiesysteem minder positief over luchtkwaliteit en klaagden ze over droge lucht. Daarnaast ondervonden ze geluidhinder door het ventilatiesysteem, en waren ze niet tevreden over de mate waarin ze zelf het ventilatiesysteem kunnen regelen.

Een ander onderwerp van RIVM onderzoek is de toxiciteit van biobrandstoffen, zoals biodiesel en petroleum. Deze dieselmengsels kunnen worden toegepast om de Nederlandse doelstelling voor duurzame energiebronnen te halen. De gevolgen voor de gezondheid door veranderingen in de samenstelling van de motoruitstoot is onzeker. Om het potentiële effect op de menselijke gezondheid te onderzoeken, is in opdracht van het Ministerie van Infrastructuur en Milieu onderzocht wat de veranderingen van de toxiciteit van de uitstoot zal zijn. De beoordeling is gebaseerd op literatuurstudies van zowel metingen als toxicologische studies.

Meer informatie

Voedsel

We verspillen veel van ons voedsel. Jaarlijks gooien consumenten zo’n 14 procent van hun eten ongebruikt weg. Dat is ongeveer 50 kilo per persoon per jaar! Ook wordt veel van ons voedsel ver weg geproduceerd. Dit leidt tot extra energiegebruik vanwege het transport en het houdbaar maken van voedsel. Ook leidt het tot milieuvervuiling en gezondheidseffecten elders in de wereld, o.a. door gebruik van bestrijdingsmiddelen. Duurzaam voedsel, dat bij voorkeur dichter bij huis geproduceerd wordt, kan dit probleem verkleinen. Het RIVM onderzoekt wat het produceren en consumeren van duurzaam voedsel betekent voor de volksgezondheid.

Met de voedselconsumptiepeiling meet het RIVM wat de Nederlander dagelijks eet. Een recent RIVM onderzoek laat zien dat 10% van de producten die we consumeren 80% van de impact op het milieu bepaalt. Een groot deel van de consumptie van de producten vindt plaats in de stad.

De milieu-impact vindt niet alleen plaats in Nederland. Bij de bepaling van de milieu-impact wordt ook gekeken naar de productie van importproducten, het vervoer daarvan en emissies die elders effect hebben, zoals verzurende stoffen.

Steeds meer mensen eten biologische, lokaal geproduceerde producten. Bewoners van steden gebruiken daarvoor vaak braakliggende grond om met buurtgenoten groenten te verbouwen. Deze niet-commerciële 'buurtmoestuinen' kunnen - evenals de traditionelere volkstuintjes - bijdragen aan de gezondheid en de kwaliteit van de leefomgeving. Door in deze moestuinen te werken eten ze meer (zelfgekweekte) groenten en fruit. Er zijn ook aanwijzingen dat stress afneemt en er meer sociale contacten in de buurt ontstaan. Op deze manier kunnen buurtmoestuinen gezondheidsproblemen helpen voorkomen. Wel is het belangrijk dat de risico's door eventuele bodem- en luchtverontreiniging tot een minimum wordt beperkt. Dit blijkt uit een recent literatuuronderzoek van het RIVM. Het onderzoek geeft per gezondheidseffect aan met welke indicatoren deze gemeten kunnen worden. De bevindingen worden onder andere gebruikt voor onderzoek naar moestuinen in verschillende Europese landen.

Op de GezondOntwerpWijzer vindt u onder het thema 'Groen en water' praktijkvoorbeelden van buurtmoestuinen en stadslandbouw.

Meer informatie

Klimaat

Klimaatverandering gaat in de komende decennia de weersomstandigheden in stedelijke gebieden sterk beïnvloeden. Meer en heviger regenbuien zullen vaker wateroverlast en verontreinigd water veroorzaken. Hittegolven treden vaker op, en kunnen met name onder ouderen en mensen met een zwakke gezondheid tot verhoogde sterfte leiden. Mensen zijn meer blootgesteld aan UV ultraviolet (ultraviolet) straling. Daarnaast neemt de lengte van het hooikoortsseizoen toe en krijgen epidemieën vanuit tropisch gebieden meer kans. RIVM geeft inzicht in de gezondheidseffecten en biedt praktijkgerichte oplossingen voor de effecten van klimaatverandering.

RIVM heeft recent een overzichtsrapport gepubliceerd over de gezondheidseffecten van klimaat. Daaruit bleek o.a. dat hittegolven, die meer ziekte- en sterfgevallen tot gevolg hebben, vaker voorkomen en vorstperioden juist minder vaak. Het effect van hitte is groter in stedelijke gebieden, omdat deze extra opwarmen en 's nachts minder afkoelen. Ook blijkt dat vooral ouderen en mensen met luchtwegaandoeningen of hart- en vaatziekten zijn gevoelig voor extreme warmte tijdens hittegolven. Vaak overlijden zij eerder omdat hun gezondheidsklachten verergeren door de hitte; er zijn circa 13% meer sterfgevallen tijdens een hittegolf.

Onlangs heeft het RIVM in opdracht van het ministerie van VWS Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ) het Nationaal Hitteplan aangepast. Dit plan heeft tot doel organisaties er tijdig op te attenderen dat een periode van aanhoudend warm weer wordt verwacht. Dat zijn onder andere GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst)’en, brancheorganisaties en het Nederlandse Rode Kruis. Zij waarschuwen vervolgens hun achterban en regionale contacten, die via het Nationaal Hitteplan maatregelen aangereikt krijgen waarmee de gevolgen van de aanhoudende hitte kunnen worden beperkt.

Door klimaatverandering daalt de temperatuur in de stratosfeer. Vorming en afbraak van ozon zijn afhankelijk van die temperatuur. Daarom beïnvloedt klimaatverandering de hoeveelheid ozon en daardoor de UV-instraling. Blootstelling aan UV-straling afkomstig van de zon is één van de oorzaken van huidkanker (jaarlijks 25.500 nieuwe gevallen, en mensen die daaraan 650 overlijdens) en staar.

Groen en water in de stad kunnen verkoeling leveren en mogelijkheden voor waterberging om gevolgen van klimaatverandering (hittestress en wateroverlast) tegen te gaan. Daarbij is het wel van belang rekening te houden met eventuele ongewenste neveneffecten, zoals ongedierte, infectieziekten en allergieën. Groen en water in de stad hebben ook andere positieve effecten op de gezondheid en economie. Dit wordt ook duidelijk uit o.a. de Atlas Natuurlijk Kapitaal, die recent door RIVM in samenwerking met andere partners gelanceerd is. In deze Atlas zijn o.a. kaarten te vinden die laten zien wat Nederland aan ‘natuurlijk kapitaal’ bezit.

Daarnaast heeft RIVM gekeken hoe de ambities op het gebied van klimaat, water, bodem en gezondheid aan elkaar gekoppeld kunnen worden. Dit heeft o.a. kaarten opgeleverd over hoe het percentage onbedekte bodem en de hoeveelheid groen per woning zich verhoudt tot bestaande richtlijnen die het klimaatbeleid ondersteunen. Op basis van deze kaarten kunnen gemeenten beleidsafwegingen maken, bijvoorbeeld op welke plek in een wijk de investering in parken en plantsoenen het meeste loont.

Ook heeft RIVM verkend wat succesfactoren voor klimaatadaptatie zijn in verschillende Europese steden. Dit onderzoek geeft een overzicht van wat steden zelf rapporteren als lokale en gemeenschappelijke succesfactoren voor groene ruimte en stadslandbouw. Op basis daarvan schetst het RIVM hoe de Nederlandse overheid, lokale overheden, burgers en marktpartijen effectief kunnen werken aan (meer) groen in de stad.

Bij extreem veel regen in korte tijd kan de riolering het regenwater niet meer direct kan afvoeren. Het regenwater op straat of in huis kan dan verontreinigd zijn met opborrelend rioolwater of honden- en vogelpoep. Mensen die met dit water in contact komen, hebben een 3 tot 7 keer hogere kans op (milde) gezondheidsklachten zoals diarree, overgeven, keelpijn of huidklachten. Dit blijkt uit een peiling van het RIVM.

Meer informatie

Afval

De hoeveelheid afval neemt niet meer toe in Nederland, maar we produceren ieder jaar nog steeds zo'n 60 miljoen ton. 40% daarvan komt van consumenten. De gevolgen zijn nadelig voor het milieu: het draagt bij aan lucht-, water- en bodemvervuiling en aan de uitstoot van broeikasgassen. En dat laatste zorgt weer voor klimaatverandering. Ook exporteren we een deel van ons afval naar andere landen, wat daar nadelige effecten kan hebben op milieu en gezondheid. Het is dus belangrijk om afvalstromen te verminderen of opnieuw te gebruiken. Het RIVM onderzoekt het nut van hergebruik van biotische reststromen.

Er zijn verschillende manieren waarop het afvalprobleem teruggedrongen kan worden:

  1. afvalpreventie
  2. hergebruik
  3. recycling en andere nuttige toepassingen

In de Nederlandse grote steden wordt slechts 21% van het consumentenafval nuttig toegepast, terwijl het landelijk gemiddelde iets meer dan 50% bedraagt. Het nuttig toepassen van biotische reststromen, zoals gft groente, fruit en tuin (groente, fruit en tuin), voor het maken van producten die normaal gemaakt worden van fossiele bronnen, wordt ‘biobased chemie’ genoemd. Het RIVM onderzoekt op welke manier dit kan bijdragen aan een beter milieu en een gezondere bevolking. Ook analyseert het RIVM de sociaal-economische aspecten en de gevolgen voor klimaat, voedselvoorziening, energie- en waterverbruik en biodiversiteit. Daarnaast adviseert het RIVM de overheid over aanpassingen in regelgeving die nieuwe toepassingen van de ‘biobased chemie’ mogelijk maken.

Materiaal dat vrijkomt bij bouw- en sloopactiviteiten vormt één van de grootste  afvalstromen in Nederland. Momenteel wordt 95 procent van dit afval verwerkt en weer geschikt gemaakt voor gebruik. Het RIVM heeft in opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu onderzocht wat beleidsmatig nodig is om hergebruik van afvalwater te stimuleren. Binnen de afvalwaterketen worden veel initiatieven ontplooid om hergebruik te bevorderen, bijvoorbeeld van fosfaat en cellulose uit afvalwater. Er blijken echter enkele beperkende omstandigheden zijn. Zo is er geen duidelijk beleid voor hergebruik van afvalwater; het beleid is tot nu toe vooral geënt op waterkwaliteit. Ook wordt niet beleidsmatig gestimuleerd dat afvalwater wordt hergebruikt waardoor dat niet structureel plaatsvindt. Bij bouwstoffen is dat wèl het geval. Ook is niet duidelijk welke producten ermee kunnen worden gemaakt. Door de komende tijd enkele praktijkvoorbeelden te onderzoeken hoopt het RIVM dichter bij oplossingen te komen.

Meer informatie