Wat zijn de effecten van ruimtelijke inrichtingskeuzes op het gedrag en de ziektelast van burgers? Naast bescherming gaat het hier ook om gezondheidspreventie, d.w.z. het voorkómen van ziekten. De inrichting van de stad is een belangrijke factor die kan verleiden tot gezond gedrag. In een gezonde stad ligt het primaat bij wandelen en fietsen. Dit vraagt om straten die daarvoor aantrekkelijk en veilig zijn. Het gaat ook om groen en water in de stad. Dit biedt niet alleen ruimte om te ontmoeten, te bewegen, en te ontspannen, maar het biedt ook verkoeling en mogelijkheden voor waterberging. En tegelijk draagt het bij aan biodiversiteit, aan waardevermeerdering van woningen en aan een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Deze meer integrale aanpak helpt bij het vinden van oplossingen voor hedendaagse problemen zoals eenzaamheid, overgewicht en wateroverlast. Dit vereist een goede samenwerking met professionals uit verschillende domeinen (gezondheid, ruimte en milieu), en ook steeds meer in samenspraak met bewoners. Bovendien vraagt het in de praktijk om maatwerk per wijk of buurt: dat betekent een gedegen analyse van de lokale situatie, kennis van kansen en ambities, en vervolgens toewerken naar een oplossing die óók verbeteringen teweeg brengt op andere terreinen.

Over structuur en inrichting van de stad

De structuur en inrichting van de stad hebben effect op het gedrag en de ziektelast van burgers.

Een gezonde stad heeft meer te bieden dan een omgeving die schoon en veilig is. De structuur en inrichting van de stad is namelijk ook medebepalend voor het gedrag van haar bewoners. In een gezonde stad ligt het primaat bij wandelen en fietsen. Dit vraagt om straten die daar aantrekkelijk en veilig voor zijn. Het gaat ook om groen en water in de stad. Dit biedt niet alleen ruimte om te ontmoeten, te bewegen en te ontspannen, maar ook verkoeling en mogelijkheden voor waterberging. En het kan tegelijk bijdragen aan biodiversiteit, waardevermeerdering van woningen en een aantrekkelijk vestigingsklimaat. Een goede structuur en inrichting van de stad draagt er dus aan bij om hedendaagse problemen zoals eenzaamheid, overgewicht, en wateroverlast het hoofd te bieden. Dit vereist een integrale aanpak en samenwerking met professionals uit verschillende domeinen (o.a. ruimtelijk domein, gezondheid, milieu).

Bij “Structuur en inrichting van de stad” spelen vragen als:

  1. Wat is de feitelijke situatie op stad- en wijkniveau?
  2. Wat zijn de meest effectieve mogelijkheden om specifieke (gezondheids)problemen aan te pakken?
  3. Hoe zorg je voor betrokkenheid en participatie van burgers en professionals uit andere domeinen?

Het RIVM ontwikkelt en verzamelt bestaande kennis en ervaringen over de actuele gezondheidssituatie in steden en buurten. Tevens beoordeelt het RIVM interventies op hun effectiviteit en biedt ze handleidingen voor het opzetten, uitvoeren en evalueren van interventies op lokaal niveau. Daarbij wordt ook de samenleving zelf betrokken, door gegevens waar mogelijk op buurtniveau te ontsluiten en burgers te faciliteren (bijvoorbeeld met behulp van een app) om actief bij te dragen aan het gezonder maken van hun leefomgeving

Integrale aanpak

Werken aan een gezonde structuur en inrichting van de stad vereist veelal een integrale aanpak en samenwerking met professionals uit verschillende domeinen (o.a. ruimtelijk domein, gezondheid, milieu). Om dit integrale beleid vorm te geven heeft het RIVM, samen met anderen, tools ontwikkeld die helpen bij het realiseren, monitoren en evalueren van complexe opgaven, gericht op het bevorderen van de publieke gezondheid. In dergelijke opgaven werken diverse sectoren en partijen samen, zowel van binnen en als van buiten de volksgezondheid (preventie, zorg, ruimtelijke ordening, scholen, bedrijven, burgers).

Het RIVM is via verschillende netwerken en platforms betrokken bij het agenderen en concretiseren van de opgave voor gezonde ruimtelijke ontwikkeling. Dat gebeurt bijvoorbeeld in het Platform Gezond Ontwerp, waarin ruimtelijk ontwerpers en milieu- en gezondheidsexpertise samen worden gebracht en waarin de gedeelde kennis wordt vertaald naar de lokale context. Ook binnen het kenniscentrum Healthy Urban Living wordt gewerkt aan het koppelen van kennisvelden, stakeholders en beleidsterreinen.

De Directeur Generaal van het RIVM, André van der Zande, is in 2015 een jaar lang ambassadeur voor een Gezonde Leefomgeving in het kader van het Jaar van de Ruimte. Hiermee bevordert hij het maatschappelijke, politieke en professionele debat over de relatie tussen ruimtelijke ordening en gezondheid, juist vanuit een ruimtelijke context.

Het RIVM organiseert op 10 november 2015 het symposium “Maak ruimte voor gezondheid. Gezonde leefomgeving voor een gezonde levensloop”. Tijdens dit symposium discussiëren professionals uit verschillende disciplines over hoe onze leefomgeving levensloopbestendig gemaakt kan worden.

In het kader van de Volksgezondheid Toekomst Verkenning (VTV Volksgezondheid Toekomst Verkenning (Volksgezondheid Toekomst Verkenning) 2014) is een serious game ontwikkeld waarin je wordt uitgedaagd om de volksgezondheid van Nederland in 2040 op een zo hoog mogelijk niveau te brengen, rekening houdend met verschillende perspectieven. Samen met partners is deze game vervolgens doorontwikkeld in een instrument waarmee lokale spelers (o.a. burgers, wethouders, scholen en ambtenaren) gezamenlijk een breder draagvlak creëren voor hun gezondheidsbeleid.

Groen en blauw

Groen en water (‘blauw’) zijn belangrijke elementen voor de beleving van de stad, maar ook voor de gezondheid van mensen en voor biodiversiteit in de stad. Het kan gaan om grote gebieden, zoals parken en meren, maar even goed om verbindende groenstroken of kleine rustplekken in de stad. RIVM ontwikkelt en bundelt kennis en informatie over groen en water in de stad en de invloed daarvan op de gezondheid van mensen.

Er zijn veel inspirerende praktijksituaties van groen en water in de stad. In de GezondOntwerpWijzer kunt u daar voorbeelden van vinden.

Groen en water leveren belangrijke ecosysteemdiensten voor de stad. Ook maken ze de stad beweegvriendelijker en aantrekkelijker. En ze dragen bij aan het reguleren van waterberging, natuurlijk erfgoed en recreatie. In de Atlas Natuurlijk Kapitaal beschrijft het RIVM deze verschillende functies en maakt daarbij inzichtelijk wat deze diensten bijdragen aan het welzijn en de welvaart van de mens.

In de interventiedatabase bij het Loket Gezond Leven vindt u informatie over groene schoolpleinen.

In het onderzoek PHENOTYPE onderzoekt RIVM samen met internationale partners de positieve invloed van groen en water in de leefomgeving op de gezondheid van mensen. Wat is de invloed van de hoeveelheid groen op bijvoorbeeld de sociale contacten, beweging, en mentale gezondheid vam mensen? En maakt het uit hoeveel mensen er tijd doorbrengen, hoe het groen er uitziet, of hoe tevreden je er over bent? Samen met mensen van andere kennisinstellingen, van beleid en uit de praktijk worden deze inzichten vertaald naar richtlijnen voor de inrichting van groen en water in de praktijk.

RIVM heeft samen met de GGD Gemeentelijke Gezondheidsdienst (Gemeentelijke Gezondheidsdienst) Rotterdam in Overschie meegekeken. Daar werd een groene buitenruimte met hulp van bewoners heringericht. GGD en RIVM hebben geëvalueerd wat dit betekent voor de bewoners en wat het effect is op hun gezondheid is. Daaruit bleek dat de invloed van de aanpassing op gezondheid en welbevinden beperkt was, o.a. doordat er andere problemen in de buurt met een groot effect op welzijn speelden. Voor het slagen van een dergelijke interventie is dus van belang dat er voldoende aandacht en budget voor communicatie, begeleiding en ondersteuning bij activiteiten is, dat er duidelijke procesafspraken en gezamenlijke doelen en ambities met alle projectpartners zijn en dat er activiteiten voor en met bewoners georganiseerd worden in de groene buitenruimte.

Op de website van GGD Rotterdam is hier een filmpje over te vinden.

Door in moestuinen te werken bewegen mensen meer en eten ze meer (zelfgekweekte) groenten en fruit. Ook zijn er aanwijzingen dat hun stress afneemt en er (meer) sociale contacten in de buurt ontstaan. Op deze manier kunnen buurtmoestuinen gezondheidsproblemen helpen voorkomen. Wel is het belangrijk dat de risico's door eventuele bodem- en luchtverontreiniging tot een minimum worden beperkt. Dit blijkt uit een recent literatuuronderzoek van het RIVM. Het onderzoek geeft per gezondheidseffect aan met welke indicatoren deze gemeten kunnen worden. De bevindingen worden onder andere gebruikt voor onderzoek naar moestuinen in verschillende Europese landen.

Groen in de stad kan ook ingezet worden in de zorg. In een factsheet over dagbesteding op zorgboerderijen beschrijft RIVM de resultaten van een onderzoek naar de bijdrage van dagbesteding op zorgboerderijen en reguliere dagbesteding aan de maatschappelijke participatie van mensen met dementie en hun mantelzorgers. Ook worden aanbevelingen gegeven voor deze vorm van dagbesteding. De factsheet is van belang voor belanghebbenden in de dementiezorg, waaronder gemeenten, casemanagers, sociale wijkteams, aanbieders van dagbesteding, mantelzorgers en mensen met dementie.

Het is van belang om bij groen en water in de stad ook oog te hebben voor de risico’s die dit met zich meebrengt, zoals de ziekte van Lyme door tekenbeten en infectieziekten recreatiewater, en ongedierte. RIVM brengt deze risico’s in kaart en doet er onderzoek naar. Op de themasite over Lyme vindt u hierover meer informatie.

Het RIVM heeft ook een draaiboek gemaakt over infectieziekten in recreatiewater.

Meer informatie

Mobiliteit

Door de toenemende bevolkingsdichtheid in steden, het stijgende aantal vervoersmiddelen en groeiende mobiliteit neemt de druk op de openbare ruimte en milieu toe. Tegelijk geven jongeren steeds meer de voorkeur aan combinaties van fiets, OV openbaar vervoer (openbaar vervoer) en autodelen in plaats van eigen autobezit. Dit heeft invloed op de mobiliteitsstromen in de stad. Maar er zijn meer factoren die iemands de keuze of iemand de fiets pakt of toch met de auto gaat, zoals de infrastructuur binnen een stad. RIVM onderzoekt dit en voert Health Impact Assessments uit om te beoordelen wat de gezondheidseffecten zijn van verschillende vervoerskeuzes en ruimtelijke plannen.

De aanwezige weg- en railinfrastructuur zorgt ervoor dat we werk, winkels en andere voorzieningen kunnen bereiken. Dat transport kan op verschillende wijzen plaatsvinden, bijvoorbeeld per auto, per (brom)fiets, openbaar vervoer of te voet. Veel gemotoriseerd verkeer heeft negatieve gezondheidseffecten, onder andere door luchtverontreiniging, geluidsoverlast en verkeersongevallen. Het parkeren van auto’s zorgt daarnaast voor een grote ruimtedruk. Drukke (spoor)wegen kunnen bovendien barrières vormen voor de bereikbaarheid aan weerszijden van die weg. Een Health Impact Assessment (HIA Health Impact Assessment (Health Impact Assessment)) beoordeelt het effect van een beleidsvoorstel op de gezondheid en veiligheid van omwonenden.

In de gemeente Vught was het RIVM in 2014 betrokken bij het uitwerken van een HIA die samen met bewoners en andere stakeholders in het kader van een infrastructurele herstructurering werd uitgevoerd.

De manier waarop de stad is ingericht kan mensen verleiden om vaker de fiets te pakken Uit een berekening van RIVM blijkt dat de ziektelast door lichamelijke inactiviteit na 1 jaar met maximaal 1,3% wordt teruggedrongen als volwassenen meer fietsen. Daarnaast draagt het bij aan het terugdringen van de uitstoot van broeikasgassen.

Bijna driekwart van de kilometers van het personenvervoer worden in de auto afgelegd. Het aantal fietskilometers is tussen 2004 en 2013 met 7 procent toegenomen. Meer actief vervoer is om verschillende redenen wenselijk, zowel vanuit het oogpunt van milieukwaliteit als van de gezondheid. Uit het AVENUE-onderzoek van het RIVM blijkt onder andere dat in Nederland nog veel van de autoverplaatsingen tot 7,5 kilometer vervangen kunnen worden door actievere transportmodaliteiten. In het AVENUE-project is ook een review gemaakt van de effectiviteit van verschillende interventies. Het gaat dan zowel om ruimtelijke ingrepen als om interventies in de persoonlijke sfeer.

Met behulp van de HEAT-tool van de WHO World Health Organization (World Health Organization ) kan de (economische) winst doorgerekend worden die gepaard gaat met de toename van het aandeel fietsers en voetgangers als gevolg van het beweegvriendelijker maken van de leefomgeving. Deze tool is mede ontwikkeld met behulp van het RIVM.

Om beleidsmakers en professionals inzicht te geven in de mogelijke oplossingen van milieu- en gezondheidsproblemen die door transport ontstaan heeft het RIVM een bijdrage geleverd aan een in internationaal verband ontwikkelde toolbox met relevante onderzoeksresultaten, duurzame oplossingen, veelbelovende projecten en effectschattingsmethoden op het gebied van transport, gezondheid en milieu.

Het RIVM heeft ook een brochure uitgebracht voor iedereen die op lokaal niveau aan de slag wil met gezonde mobiliteit, zoals fietsen, lopen en openbaar vervoer. Deze brochure bevat tips uit de praktijk en enkele succesvoorbeelden.

Meer informatie

Beweegvriendelijke omgeving

Een leefomgeving die uitnodigt om in de vrije tijd actief te bewegen (fietsen, lopen of sporten) draagt bij aan een gezonde bevolking. Het RIVM bundelt kennis en inzichten voor keuzes in beleid en praktijk.

Een beweegvriendelijke inrichting van de leefomgeving is een van de sporen via welke gezondheidsbevordering in wijk of gemeente kan worden vormgegeven. Het Centrum Gezond Leven (CGL Centrum Gezond Leven (Centrum Gezond Leven)) van het RIVM bundelt in de interventiedatabase Gezond en Actief Leven, kennis en inzichten in het aanbod en de kwaliteit van leefstijlinterventies. Het RIVM doet dat samen met partners, NISB Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen) en Trimbos-instituut.

Het Centrum Gezond Leven biedt ook handreikingen met informatie, tips en praktijkvoorbeelden om aan de slag te gaan met gezondheidsbevordering in wijk en gemeente.

Naast het gezin is de school een voor de hand liggende omgeving voor het bevorderen van de gezondheid en een gezonde leefstijl bij kinderen en jongeren. Gezondheid en onderwijsresultaten blijken nauw samen te hangen. Samen met partners heeft het RIVM daarom een programma Gezonde School ontwikkeld.

In de door het RIVM samengestelde GezondOntwerpWijzer staan tal van mogelijkheden beschreven via welke sport en spel kan worden geïntegreerd in een beweegvriendelijke omgeving.

Om het sport- en beweegklimaat van gemeentes te verbeteren en in te spelen op lokale behoeftes aan georganiseerde en ongeorganiseerde sport biedt de website sportopdekaart.nl van het RIVM inzicht in de lokale situaties ten aanzien van o.a. deelname, aanbod en beleid. Dit vormt de basis voor onderbouwde keuzes voor beleid en praktijk.

Meer informatie

 

Sociale aspecten

Niet alleen de fysieke, maar ook de sociale leefomgeving waarin we worden geboren, opgroeien, leven, werken en oud worden, is van invloed op onze gezondheid. De mate waarin we roken, drinken en bewegen wordt sterk bepaald door het gedrag van de groep waarin we verkeren. En als je wilt stoppen met ongezond gedrag hangt het succes daarvan sterk af van de steun die je ondervindt van mensen in je directe omgeving. Voor de mentale gezondheid is het belangrijk om in contact te komen en te blijven met andere mensen. Sociale participatie is niet iedereen in dezelfde mate gegeven. We zien hier verschillen naar sociaaleconomische status, leeftijd, etniciteit, locatie en vooral opleiding. Dit verschil draagt mede bij aan gezondheidsverschillen. Ook je gezondheid kan van invloed zijn op je sociale relaties en participatie in de samenleving. Als door gezondheidsproblemen sociale relaties verwateren, kan dat leiden tot eenzaamheid, die vervolgens weer kan leiden tot depressie. De structuur en inrichting van de fysieke leefomgeving heeft ook invloed op sociale relaties. Zo kan een park uitnodigen tot sociale contacten, en kan de aanwezigheid van een buurthuis bijdragen aan de sociale cohesie in een buurt. Daarbij is het van belang wat de doelgroep zelf belangrijk vindt, en wat zij zelf als een gezonde en prettige leefomgeving beschouwen. RIVM ontwikkelt en bundelt kennis rond dit thema.

'Meedoen' is zowel voor de samenleving in zijn geheel als voor het individu van belang. Het RIVM heeft een verkenning uitgevoerd van omgevingsmaatregelen die op lokaal niveau worden ingezet om te bevorderen dat volwassenen met een chronische ziekte of lichamelijke beperking kunnen (blijven) deelnemen aan de samenleving. Voorbeelden daarvan zijn het verbeteren van toegankelijkheid van woningen en gebouwen of de kennis over het aanbod aan sport- en vrije tijdsactiviteiten verbeteren. Over de effecten van deze maatregelen blijkt echter nog weinig bekend te zijn in de literatuur. Uit navraag bij experts blijkt dat de meningen over effecten en haalbaarheid divers zijn. Bevorderende factoren voor de haalbaarheid van de maatregelen die genoemd werden, zijn onder andere: een structurele financiering, de wensen van de doelgroep betrekken bij de ontwikkeling van beleid, en de mate waarin de maatregel aansluit bij bestaand beleid. Belemmerende factoren zijn bijvoorbeeld: (angst voor) hoge kosten, onjuiste afbakening van de doelgroep van de maatregel, en een risico dat mensen afhankelijk worden gemaakt maken van hulp door de maatregel aan te bieden.

Laagopgeleide jongeren vertonen vaker een ongezonde leefstijl dan hoogopgeleide jongeren. Ze beginnen hier ook eerder mee. In vergelijking met hoogopgeleide jongeren roken zij meer, gebruiken ze vaker cannabis, drinken ze vaker grote hoeveelheden alcohol en hebben ze vaker op jonge leeftijd riskante seks. De aanpak van deze ongezonde leefstijl is onvoldoende, blijkt uit onderzoek van RIVM in samenwerking met het Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen & Verslaving (IVO Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving (Instituut voor Onderzoek naar Leefwijzen en Verslaving)), het Trimbos-instituut, de Universiteit Utrecht en het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP Sociaal en Cultureel Planbureau (Sociaal en Cultureel Planbureau)). Het is onder meer belangrijk om de sociale omgeving van het kind, en dan vooral de ouders, meer bij de interventies te betrekken. En om de interventies op meerdere plaatsen, zoals

Bij de inrichting van de stad is het belangrijk de beleving van de bewoners zelf te kennen, en hen ook te betrekken bij hun leefomgeving. Daarom ontwikkelt het RIVM, samen met bewoners en andere partijen, een applicatie (app) voor mobiele telefoons en tablets: WAtsAP Working on the Development of a mobile Application for a CommuniTy baSed neighbourhood Audit: citizens assessing the health Potential of their direct living environment (Working on the Development of a mobile Application for a CommuniTy baSed neighbourhood Audit: citizens assessing the health Potential of their direct living environment). Met deze app kunnen bewoners de leefomgeving in hun buurt beoordelen en activeren bij het gezonder maken van hun wijk.

Bewoners van Amsterdam Slotermeer vinden een gezellige buurt en goed contact met de buren minstens zo belangrijk voor hun gezondheid als een groene leefomgeving of sportvoorzieningen om de hoek. Praten over gezondheid blijkt bovendien een cultuur overstijgende, verbindende functie te hebben. Dat blijkt uit onderzoek van het RIVM, dat werd uitgevoerd samen met buurtbewoners en stichting Eigenwijks in opdracht van Stadsdeel Nieuw-West.

Het Centrum voor Gezond Leven biedt via het Loket Gezond Leven informatie en kennis voor een integrale aanpak van depressie en de rol van de sociale en fysieke omgeving daarbij. U vindt daar ook een overzicht van interventies voor het tegengaan van o.a. depressie.

In de GezondOntwerpWijzer, ontwikkeld door RIVM, vindt u o.a. diverse aanbevelingen, praktijkvoorbeelden, instrumenten over hoe u bewoners en andere doelgroepen kunt betrekken bij het ontwikkelen van een gezonde leefomgeving.

In de Atlas Leefomgeving vindt u de Leefbaarometer, waar mensen op postcodeniveau informatie kunnen vinden over leefbaarheidsaspecten in hun buurt.

Het RIVM pleit in o.a. de Volksgezondheidstoekomstverkenningen voor een wijkgerichte aanpak voor het bevorderen van de gezondheid. Daarmee kunnen diverse chronische ziekten tegelijk worden voorkomen. Hierbij werken zorgverleners en gezondheidsbevorderaars vaak samen met partijen buiten het terrein van de volksgezondheid en zorg. Voorbeelden zijn sociale ondersteuning, maar ook het stimuleren van bewegen en gezond gedrag, maar ook maatregelen op het gebied van groen in de wijk, het binnenmilieu van woningen. Daarmee kunnen ook gezondheidsachterstanden worden verminderd.

Meer informatie