Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu is wetenschappelijk sterk en geloofwaardig, heeft een goede relatie met partners en een sterk leiderschap. Ook spant het instituut zich in om innovatie en publiek engagement te bevorderen. Wel kan het RIVM zijn relatie met opdrachtgevers en het thema Global Health versterken. Daarnaast is het goed als het RIVM nog meer de samenleving ingaat en de interne bureaucratie vermindert. Dit concludeerde een audit-team van internationale zusterinstituten tijdens een organisatiegerichte evaluatie van het RIVM in april 2016. Het RIVM is een eind op weg met de verbeteracties.

Op verzoek van de Directieraad van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu hield de International Association of National Public Health Institutes (IANPHIInternational Association of National Public Health Institutes) een evaluatie van de RIVM-organisatie. Doel van de evaluatie was om de voortgang te beoordelen van de strategie van het RIVM - de zogenaamde Routekaart RIVM2020 - en de organisatieontwikkeling van het RIVM die is ingezet in 2012. Het ging om een “peer-to-peer evaluatie”.

De Directieraad RIVM ziet deze evaluatie als een belangrijke steun in de rug voor de in 2012 ingezette strategische richting en gaat aan de slag met de verbeterpunten.

Hieronder staat een samenvatting van de belangrijkste bevindingen per thema en de reactie van de Directieraad RIVM.

Aanleiding

Op verzoek van de Directieraad van het RIVM heeft de International Association of National Public Health Institutes (IANPHI) een evaluatie gehouden om de voortgang te beoordelen van de strategie van het RIVM (de routekaart RIVM 2020) en de organisatieontwikkeling van het RIVM.
Het ging om een “peer-to-peer evaluatie”. Deze organisatiegerichte evaluatie is heel waardevol voor de Directieraad (DRDokter) en de eigenaar (pSGplaatsvervangend Secretaris-Generaal VWSMinisterie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport ) en opdrachtgevers van het RIVM Op deze manier toetsen we of de strategische richting en de organisatieontwikkeling van het RIVM op orde is.

De evaluatie

De internationale evaluatiecommissie heeft in het kader van de evaluatie het RIVM bezocht (10-13 april 2016). Ter voorbereiding van dit bezoek heeft het RIVM, conform de IANPHI-leidraad, een zelfevaluatie uitgevoerd. Het rapport m.b.t. de zelfevaluatie (“IANPHI Assessment Report RIVM”) is vooraf beschikbaar gesteld aan de evaluatiecommissie.

Het door de commissie definitief vastgestelde rapport is formeel aan de DGDirectorate General van het RIVM aangeboden tijdens een IANPHI-bijeenkomst in China, oktober 2016.

Inmiddels heeft de Directieraad van het RIVM over de aanbevelingen een standpunt op hoofdlijnen en te nemen acties geformuleerd.

Bevindingen

De IANPHI-evaluatiecommissie was op veel punten positief over de RIVM-organisatie. De Directieraad ziet dat als een steun in de rug voor de in 2012 ingezette strategische richting. Daarnaast heeft de evaluatiecommissie een aantal aanbevelingen ter verbetering gegeven.

De RIVM- reactie op hoofdlijnen is gegroepeerd naar vier thema’s die we hieronder bespreken:
1. Relatie met de opdrachtgevers
2. RIVM midden in de samenleving
3. RIVM en Global Health
4. RIVM en bureaucratie

1. Relatie met opdrachtgevers

De evaluatiecommissie merkt het nodige op over de ingewikkelde en gedetailleerde aansturings- en verantwoordingsrelatie tussen opdrachtgever en opdrachtnemer. Dit gaan we graag oppakken samen met de ministeries VWS en I&MMinisterie van Infrastructuur & Milieu, de belangrijkste opdrachtgevers van het RIVM.
De actie richting opdrachtgevers is er vooral op gericht om de verbreding/thematisering en vooral ook meerjarigheid van de programmering sterker vorm te geven.

De opmerking van de IANPHI-commissie dat niet altijd helder is welke rol het RIVM heeft in de gehele keten van publieke gezondheid, nemen we serieus. De Directieraad constateert dat het RIVM dit beter zichtbaar kan maken in bijvoorbeeld de samenvatting van rapporten. Denk bijvoorbeeld aan de vermelding dat een rapport is opgesteld n.a.v. een maatschappelijk probleem, vragen van de minister of een motie/verzoek uit de Tweede Kamer. Daarbij is ook benoemd door de IANPHI dat onze doorlooptijd van onderzoek/advisering soms erg lang is gezien de omvang en actualiteit van de problematiek. Hun aanbeveling is om vaker sneller te acteren en te adviseren op basis van een 80%- versie i.p.v. alles tot 100% door te exerceren. Zij noemen dit een meer zakelijke invulling van wetenschap.

2. Midden in de samenleving

Dit is een breed aangeroerd thema met onder meer aanbevelingen om burgers als doelgroep veel explicieter te bedienen. De suggestie om jaarlijks een publieksconferentie te organiseren, wordt overgenomen. De aanbeveling is ook in lijn met de uitkomsten van het TNS/NIPO influentials-onderzoek omtrent het imago van het RIVMvan najaar 2015.
Ook ondersteunt de IANPHI-evaluatie onze strategie op het gebied van sociale media, maar benadrukt dat de externe publieke zichtbaarheid van het RIVM nog veel meer versterkt kan worden.

3. Thema Global Health

Het RIVM heeft een goede internationale reputatie en werkt intensief samen met internationale partners. Wel vond de commissie dat de samenwerking zich grotendeels beperkt tot Europa en zich primair richt op de ondersteuning van de nationale taak van het RIVM, op wetenschappelijke productie en op kennisdeling.
Het RIVM zou nauwelijks actief zijn in minder ontwikkelde landen en voert weinig activiteiten uit die primair een humanitair/ontwikkelingsdoel dienen. Volgens de IANPHI-commissie onderscheidt het RIVM zich in dat opzicht negatief van vergelijkbare zusterinstituten.

Het RIVM zal zelf onderzoeken hoe vanuit de huidige internationale activiteiten, relaties en netwerken het thema Global Health meer aandacht kan krijgen. De Directieraad doet enerzijds momenteel een verkenning naar de verschillende mogelijkheden die er zijn voor het RIVM om meer te doen met Global Health dan nu het geval is. Zo bieden de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties daar aanknopingspunten voor.

Anderzijds is er ook wel een en ander af te dingen op de constatering van de IANPHI. Zo steunt Nederland bijvoorbeeld in belangrijke mate de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO), onder meer  via acht WHO Collaborating Centers bij het RIVM en via een aanzienlijk financieel programma van het ministerie VWS dat in belangrijke mate inhoudelijk wordt ingevuld door het RIVM. Daarmee is de kennis ook voor derde landen bereikbaar en implementeerbaar. Bovendien trekt Nederland en ook het RIVM aan onderwerpen met een globaal belang, bijvoorbeeld Antibioticaresistentie. Het RIVM werkt eraan om deze activiteiten internationaal beter onder de aandacht te brengen.

4. Bureaucratie

Ook heeft IANPHI opmerkingen over de interne bureaucratie van het RIVM. Een en ander vergt feitelijk een cultuuromslag om interne regels waarop wordt getoetst en afgerekend om te vormen naar voorzieningen die medewerkers beter ondersteunen in hun werk.
Ook dient benoemd te worden dat sommige bureaucratie voortkomt uit rijksbrede regels waar soms wel een eigen invulling aan te geven is voor het RIVM, maar soms ook niet. Zo vragen momenteel bijvoorbeeld de praktische uitdagingen die (kunnen) ontstaan door nieuwe regelgeving (nationaal en Europees) rond privacy en databescherming veel aandacht.

Uitwerking vervolgacties

De vervolgacties uit de audit zijn waar mogelijk al SMART gemaakt en worden belegd en uitgewerkt binnen de staf- en lijnorganisatie van het RIVM, onder andere via het jaarplan RIVM 2017.

De rapportage en het standpunt van de Directieraad RIVM zijn door de minister van VWS doorgezonden naar de Tweede Kamer der Staten Generaal.

Betrokkenheid Commissie van Toezicht RIVM (CvT)

Zoals aangegeven was de IANPHI-evaluatie was een organisatiegerichte en strategische evaluatie in  opdracht van de Directieraad RIVM. Dit is anders dan de in de Wet op het RIVM beoogde werkwijze bij wetenschappelijke audits; daar treedt de Commissie van Toezicht op als opdrachtgever voor de audit.

De CvT was wel volledig betrokken bij de IANPHI-evaluatie. Gedurende en na afloop van het traject zijn twe leden van de CvT (liaison officers) en de voorzitter betrokken bij de verschillende processtappen. De rapportage en het standpunt van de Directieraad RIVM zijn op 6 oktober 2016 besproken met de Commissie van Toezicht. De CvT was onder de indruk van de stevige analyse van de evaluatiecommissie en vond deze herkenbaar. De CvT onderschrijft de reactie van het RIVM op de aanbevelingen. Verder heeft de CvT waardering uitgesproken voor de transparante wijze waarop de DR de gesprekken met de commissie heeft gevoerd.

Bespreking met eigenaar en coördinerend opdrachtgevers

De bevindingen uit de evaluatie en het DR-standpunt zijn op 27 oktober 2016 besproken met de eigenaar (pSG VWS) en coördinerend opdrachtgevers (DGV, DG , DgDirectorate General Agro, ANVS). Daarbij ging het om de vraag hoe de belangrijkste aanbevelingen op de genoemde thema’s opgevolgd kunnen worden.
De opdrachtgevers en eigenaar vonden de IANPHI-analyse herkenbaar en steunen de reactie van de Directieraad RIVM op hoofdlijnen op de genoemde thema’s. Er is steun voor het streven naar meerjarige opdrachten en het thematisch bundelen van vragen en voor het streven naar minder bureaucratie. Ook de rol van het RIVM middenin de samenleving als betrouwbare adviseur werd omarmd.