logo Rijksoverheid
  

Nieuwsbrief SNIV

Jaargang 10, Editie 4, 20 december 2018

• Deelnemers en aantallen
• Het doel van SNIV
• Nieuwe definities LLWI en UWI
• Monsterafname IAZ
• Terugblik Congres ‘Aanpak antibioticaresistentie in de ouderenzorg’
• Resultaten incidentiemeting t/m week 48van 2018
› Gastro-enteritis
› Influenza-achtig ziektebeeld
› Vermoedelijke Pneumonie
› Urineweginfecties
› Sterfte

Deelnemers en aantallen

 

14 instellingen nemen met 25 locaties deel aan de incidentiemeting
42 locaties deel aan de prevalentiemeting
 

 

Het doel van SNIV

Landelijk inzicht geven in het vóórkomen van infectieziekten in uw eigen verpleeghuis in vergelijking met dat van de andere deelnemende huizen. Uiteindelijk doel is het optimaliseren van de infectiepreventie in verpleeghuizen. Wilt u ook deelnemen aan één van de modules?
Mail dan naar sniv@rivm.nl.

We geven graag een presentatie over SNIV op uw locatie.

SNIV is binnen RIVM/CIb/EPI onderdeel van de projectgroep zorg gerelateerde infecties en antimicrobiële resistentie
 

Nieuwe definities LLWI en UWI

Onlangs zijn twee nieuwe richtlijnen vastgesteld door Verenso, namelijk de richtlijn Lage LuchtWeg Infecties (LLWI) en UrineWeg Infecties (UWI). Tot nu toe werd door SNIV voor LLWI de definitie van "Graffelman et al en Macfarlane et al" gebruikt en de Verenso richtlijn voor de UWI. Met het verschijnen van de nieuwe richtlijnen heeft het SNIV team in overleg met de adviescommissie besloten de definities aan te passen.
De definities zijn zo aangepast dat wanneer in de richtlijn aangegeven staat dat antibiotica behandeling gestart wordt er voor SNIV sprake is van een infectie. Daarmee heeft SNIV ook de term vermoedelijke pneumonie veranderd in LLWI. De incidentie deelnemers van SNIV ontvangen hierover persoonlijk bericht.

De implementatie van de nieuwe richtlijnen zal niet overal op hetzelfde moment plaatsvinden. We zullen dan ook via de algemene vragenlijst navragen op welk moment de nieuwe richtlijnen zijn ingevoerd en dus ook vanaf wanneer de nieuwe definities van SNIV zijn gebruikt. Zijn de nieuwe definities van Verenso nog niet geïmplementeerd dan gaan we ervanuit dat de oude SNIV definities nog worden gebruikt.

Tijdens de prevalentiemeting van april 2019 zullen de nieuwe definities in ieder geval wel van toepassing zijn. De prevalentiedeelnemers krijgen het nieuwe protocol van te voren toegestuurd.

We houden de deelnemers via de nieuwsbrief en mailingen op de hoogte van het verschijnen van de nieuwe definities op de website.

 

Monsterafname IAZ

Vanaf 1 januari 2019 stopt SNIV met de mogelijkheid keel-neus monsters bij verdenking op IAZ in te sturen. De respons op de kweek afname is te laag om goed bruikbare informatie over verwekkers op te leveren. Wanneer u nog kweeksetjes in uw bezit heeft wilt u die dan retour sturen, dit kan door het adreskaartje in het venster om te draaien zodat het adres van het RIVM te zien is.

 

Terugblik Congres ‘Aanpak antibioticaresistentie in de ouderenzorg’

Het congres vond 19 november plaats in Nieuwegein met zo'n 700 deelnemers. Mooi te zien dat er zoveel belangstelling uit het veld is over dit onderwerp. Zoals in de vorige nieuwsbrief aangegeven waren leden van het SNIV team aanwezig om twee workshops te leiden.

Hieronder een korte terugblik op het congres.

Workshop Gewoon doen: infectiepreventie:
De workshop, geleid door Kati Halonen en Paul Bergervoet (deskundigen infectiepreventie bij het RIVM) was druk bezocht. Twee maal 35 deelnemers die zeer enthousiast deelnamen aan de actieve workshop. Na een theoretisch deel over de verschillende BRMO's waarmee je in de dagelijkse praktijk geconfronteerd wordt, werden 7 casussen voorgelegd over bewoners met een BRMO. De in groepen verdeelde deelnemers moesten daarna praktisch laten zien welke maatregelen ze zouden nemen als ze met de voorbeelden uit de casus geconfronteerd werden. Dit leverde de nodige discussies op welke materialen nodig waren, handschoenen, maskers, mutsen, schort met lange mouw, halterschort etc etc. Vaak werd het kostenaspect genoemd als er keuzes gemaakt worden. Ook het kostenaspect werd vaak genoemd in de discussie welke materialen gekozen worden.
Over een ding was men het na afloop van de workshop wel eens. Bij BRMO moet je vooral toch GEWOON doen door Gewoon te DOEN.

De workshop Omgaan met dilemma’s: persoonlijke beschermingsmiddelen versus handhygiëne
Een van de, mede door SNIV georganiseerde,  workshops was;  ‘Omgaan met dilemma’s: Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBMs) versus Handhygiëne’.
De workshop werd georganiseerd door Renske Eilers (Wetenschappelijk medewerker RIVM) en Anja Haenen (deskundige infectiepreventie bij het RIVM).
Renske en Anja presenteerde beide hun kwalitatieve onderzoek naar dilemma’s die ervaren worden bij het dragen van PBMs  en het uitvoeren van handhygiëne. Daarna werden een aantal stellingen over dilemma’s aan de deelnemers voorgelegd met als doel inzicht te krijgen of dilemma’s bij PBMs ook voor handhygiëne gelden en vice versa. Tot slot werden aan het eind van de workshop de resultaten gedeeld van een onderzoek, waarin gekeken is naar de ervaringen van de cliënt met het gebruik van PBMs door het zorgpersoneel.

Het was een leuke interactieve workshop waarin een aantal dillema’s rondom handhygiëne en PBMs besproken zijn. Hieronder een korte samenvatting van een aantal dilemma’s die een rol kunnen spelen.  In de praktijk is het belangrijk deze dilemma’s te kennen omdat je ze mee kunt nemen in de ontwikkeling en invoering van verbeterplannen.

De deelnemers bleken veel dilemma’s die Renske en Anja gevonden hebben in hun studies te herkennen.
Zo werd de beschikbaarheid van materialen veel genoemd als belemmerd voor zowel handhygiëne als PBM’s en dan vooral in de thuiszorg. Bij beschikbaarheid van materialen gaat het over de beschikbaarheid van handalcohol op de juiste plekken maar ook over bijvoorbeeld  verschillende maten schorten met lange mouwen etc.  De deelnemers gaven aan vertrouwen te hebben in de persoonlijke beschermingsmiddelen om verspreiding van BRMO te voorkomen.

De deelnemers gaven ook aan dat persoonlijke hygiëne van bewoners geen rol zou moeten spelen in het uitvoeren van handhygiëne. De stelling luidde; Bij een bewoner met een slechte persoonlijke hygiëne pas ik vaker handhygiëne toe. De deelnemers gaven aan dat dat in de praktijk vaak (onbewust) wel gebeurt. Bij PBM’s gold dat voor de meeste deelnemers niet, PBMs  worden veel meer gezien als bescherming van jezelf, het moet gewoon en je doet het gewoon.

Zowel voor Handhygiëne als PBMs geld dat men elkaar aanspreekt op momenten dat het niet goed wordt uitgevoerd. Soms is het wel lastig, bijvoorbeeld bij medewerkers die niet in vaste dienst zijn.

Vrijwel iedereen gaf aan dat men aangesproken kan worden, maar het is wel belangrijk op welke manier dat gebeurd en of het door iemand is die het zelf goed doet.
Er was ook twijfel, werkt het in de praktijk ook echt zo? Een deelnemer gaf bijvoorbeeld aan: ‘eerlijk gezegd speelt schaamte over iets wat je niet goed doet wel mee en reageer je daar toch geprikkeld op’. Bij thuiszorgmedewerkers speelt mee dat ze vrijwel altijd alleen werken en dan kun je elkaar moeilijker aanspreken. Soms hoor je iets via een cliënt en aanspreken gaat dan vaak via de mail.

 

Resultaten incidentiemeting t/m week 48van 2018

De incidentie van het huidige jaar 2018 is weergegeven in paars, het bijbehorende 5-wekelijkse lopend gemiddelde (trend) in rood. De trends van de afgelopen jaren zijn weergegeven in groen (2016), blauw (2015), zwart (2014) en donkergrijs (2013).

Gastro-enteritis

De incidentie van Gastro-enteritis is in het voorjaar hoog met een piek rond week 13. Opvallend is dat de er in het najaar van 2018 geen stijging van de incidentie is te zien zoals in bijna alle voorgaande jaren. de trend van 2018 is alleen vergelijkbaar met die van 2017. 

Gastro-enteritis

Influenza-achtig ziektebeeld

Zoals te verwachten zijn er in de zomermaanden geen bijzonderheden te melden over de aantallen influenza-achtige ziektebeelden. In het najaar van 2018 is t/m week 48 geen sprake van een stijgende incidentie.

Influenza-achtig ziektebeeld

Vermoedelijke Pneumonie

De trendlijn van de vermoedelijke pneumonie is gedurende het hele jaar vergelijkbaar met andere jaren.

Vermoedelijke pneumonie

Urineweginfecties

De trendlijn van urineweginfecties heeft zich vanaf week 31 naar boven gebogen, naar een relatief hoge incidentie. Aan het eind van het jaar is er weer een scherpe buiging naar beneden waardoor het op het niveau van 2017 uitkomt. 

Urineweginfecties

Sterfte

De incidentie en de trendlijn hebben zich bewogen naar de het hoogste niveau van de afgelopen jaren.

Mortaliteit
Colofon

Projectteam SNIV

Marjolein Korndewal,
arts-epidemioloog, 030 - 274 40 01
Kati Halonen,
deskundige infectiepreventie, 030 - 274 35 61
Ing. Anja Haenen,
deskundige infectiepreventie, 030 - 274 43 33
Paul Bergervoet,
deskundige infectiepreventie, 030 - 274 32 17
Rudy Hertroys,
datamanager, 030 - 274 86 65
Ilse Schinkel,
secretaresse, 030 - 274 35 05
 

RIVM

Epidemiologie & Surveillance
Postbus 1
Interne postbak 75
3720 BA Bilthoven
Tel. 030 - 274 2445
Fax 030 - 274 4409
E-mail sniv@rivm.nl
Website http://www.sniv.nl

 

SNIV is binnen RIVM/CIb/EPI onderdeel van de afdeling Zorggerelateerde Infecties en Antimicrobiële resistentie (ZIA). Afdelingshoofd: Dr. Ir. Sabine de Greeff
Diagnostiek binnen SNIV wordt uitgevoerd door het IDS.