| Het congres vond 19 november plaats in Nieuwegein met zo'n 700 deelnemers. Mooi te zien dat er zoveel belangstelling uit het veld is over dit onderwerp. Zoals in de vorige nieuwsbrief aangegeven waren leden van het SNIV team aanwezig om twee workshops te leiden. Hieronder een korte terugblik op het congres. Workshop Gewoon doen: infectiepreventie: De workshop, geleid door Kati Halonen en Paul Bergervoet (deskundigen infectiepreventie bij het RIVM) was druk bezocht. Twee maal 35 deelnemers die zeer enthousiast deelnamen aan de actieve workshop. Na een theoretisch deel over de verschillende BRMO's waarmee je in de dagelijkse praktijk geconfronteerd wordt, werden 7 casussen voorgelegd over bewoners met een BRMO. De in groepen verdeelde deelnemers moesten daarna praktisch laten zien welke maatregelen ze zouden nemen als ze met de voorbeelden uit de casus geconfronteerd werden. Dit leverde de nodige discussies op welke materialen nodig waren, handschoenen, maskers, mutsen, schort met lange mouw, halterschort etc etc. Vaak werd het kostenaspect genoemd als er keuzes gemaakt worden. Ook het kostenaspect werd vaak genoemd in de discussie welke materialen gekozen worden. Over een ding was men het na afloop van de workshop wel eens. Bij BRMO moet je vooral toch GEWOON doen door Gewoon te DOEN. De workshop Omgaan met dilemma’s: persoonlijke beschermingsmiddelen versus handhygiëne Een van de, mede door SNIV georganiseerde, workshops was; ‘Omgaan met dilemma’s: Persoonlijke beschermingsmiddelen (PBMs) versus Handhygiëne’. De workshop werd georganiseerd door Renske Eilers (Wetenschappelijk medewerker RIVM) en Anja Haenen (deskundige infectiepreventie bij het RIVM). Renske en Anja presenteerde beide hun kwalitatieve onderzoek naar dilemma’s die ervaren worden bij het dragen van PBMs en het uitvoeren van handhygiëne. Daarna werden een aantal stellingen over dilemma’s aan de deelnemers voorgelegd met als doel inzicht te krijgen of dilemma’s bij PBMs ook voor handhygiëne gelden en vice versa. Tot slot werden aan het eind van de workshop de resultaten gedeeld van een onderzoek, waarin gekeken is naar de ervaringen van de cliënt met het gebruik van PBMs door het zorgpersoneel. Het was een leuke interactieve workshop waarin een aantal dillema’s rondom handhygiëne en PBMs besproken zijn. Hieronder een korte samenvatting van een aantal dilemma’s die een rol kunnen spelen. In de praktijk is het belangrijk deze dilemma’s te kennen omdat je ze mee kunt nemen in de ontwikkeling en invoering van verbeterplannen. De deelnemers bleken veel dilemma’s die Renske en Anja gevonden hebben in hun studies te herkennen. Zo werd de beschikbaarheid van materialen veel genoemd als belemmerd voor zowel handhygiëne als PBM’s en dan vooral in de thuiszorg. Bij beschikbaarheid van materialen gaat het over de beschikbaarheid van handalcohol op de juiste plekken maar ook over bijvoorbeeld verschillende maten schorten met lange mouwen etc. De deelnemers gaven aan vertrouwen te hebben in de persoonlijke beschermingsmiddelen om verspreiding van BRMO te voorkomen. De deelnemers gaven ook aan dat persoonlijke hygiëne van bewoners geen rol zou moeten spelen in het uitvoeren van handhygiëne. De stelling luidde; Bij een bewoner met een slechte persoonlijke hygiëne pas ik vaker handhygiëne toe. De deelnemers gaven aan dat dat in de praktijk vaak (onbewust) wel gebeurt. Bij PBM’s gold dat voor de meeste deelnemers niet, PBMs worden veel meer gezien als bescherming van jezelf, het moet gewoon en je doet het gewoon. Zowel voor Handhygiëne als PBMs geld dat men elkaar aanspreekt op momenten dat het niet goed wordt uitgevoerd. Soms is het wel lastig, bijvoorbeeld bij medewerkers die niet in vaste dienst zijn. Vrijwel iedereen gaf aan dat men aangesproken kan worden, maar het is wel belangrijk op welke manier dat gebeurd en of het door iemand is die het zelf goed doet. Er was ook twijfel, werkt het in de praktijk ook echt zo? Een deelnemer gaf bijvoorbeeld aan: ‘eerlijk gezegd speelt schaamte over iets wat je niet goed doet wel mee en reageer je daar toch geprikkeld op’. Bij thuiszorgmedewerkers speelt mee dat ze vrijwel altijd alleen werken en dan kun je elkaar moeilijker aanspreken. Soms hoor je iets via een cliënt en aanspreken gaat dan vaak via de mail. |