De CVGG nu in productie! Hoe voelt dat? ‘Nou, dit is wel een feestje waard’, zegt Gerda. ‘We hebben er jaren naar toe gewerkt. Dus dit moment van in productie gaan is een mooie mijlpaal. Ik ben trots op de gebruiksvriendelijkheid van het systeem en de positieve reacties van gebruikers. We hebben onderweg best tegenvallers gehad, dus we hebben nog niet alles kunnen doen. Maar gelukkig hebben we nog tijd.’ Over tijd gesproken, hoe is de CVGG begonnen? De eerste stappen richting de CVGG werden al in 2015 gezet. ‘De uitvoering van de Omgevingswet zou samenkomen in het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO). Onderdeel daarvan waren de informatiehuizen voor bijvoorbeeld geluid, lucht of externe veiligheid.’ ‘De ontwikkeling van het DSO is telkens getoetst. En zoals dat vaker gaat bij grote ICT-projecten, moest er steeds meer functionaliteit in. Het DSO werd daardoor te ingewikkeld. Daarom kregen de ministeries in 2018 de opdracht om zelf de benodigde ICT voor informatieproducten te ontwikkelen en deze later op het vereenvoudigde DSO aan te sluiten. Voor geluid werd dat de CVGG.’ Waarom is het RIVM gevraagd de CVGG te ontwikkelen? ‘Het RIVM was al aangewezen voor de informatiehuizen Lucht en Geluid. En we werken als ministerie nauw samen met RIVM-experts. Ook de rekenmethode voor geluid is in beheer bij het RIVM. Dus er is steeds meer expertise gebundeld en dat maakte de keuze voor het RIVM heel logisch.’ Wat was uw rol als opdrachtgever? ‘In 2018 was de nieuwe beleidsontwikkeling voor geluid al ingezet. Bijvoorbeeld dat de geluidproductieplafonds (GPP’s) ook voor provinciale wegen en industrieterreinen zouden worden ingevoerd en dat geluid gemonitord moest gaan worden. Mijn verantwoordelijkheid als opdrachtgever was om de digitale ondersteuning van dat beleid vorm te geven. Dus we zijn begonnen om te kijken wat daar minimaal voor nodig is. De volgende stap was om deze nieuwe regels te vertalen naar de ontwikkeling van een systeem. Daar heb ik met het ontwikkelteam veel overleg over gehad en ben ik door de RIVM’ers flink op doorgezaagd. Vervolgens is het dan aan I&W om daar natuurlijk ook tijd en geld voor in te zetten, en die interne processen begeleid ik ook.’ Hoe plan en prioriteer je in dit ontwikkelproces? ‘Gelukkig hoeft niet alles tegelijk klaar te zijn. Er zit een fasering in de Omgevingswet. Het rijk, gemeenten en provincies hoeven bijvoorbeeld nog niet vanaf 1 januari monitoringsgegevens aan te leveren. Logischerwijs komt de monitoring van geluid na de invoering van de GPP’s. Dus zo volgt de prioritering eigenlijk uit het proces en de regelgeving. Het was voor de ontwikkeling wel prettig dat de Omgevingswet vaak is uitgesteld. Vorig jaar dacht ik dat we er wel bijna klaar voor waren, maar er moest dit jaar toch nog veel gebeuren. Dankzij dat extra uitstel kon ik het moment van in productie gaan met nog meer vertrouwen tegemoet zien.’ Wat is de kracht van dit project? ‘De kracht van het project is de samenwerking in de ontwikkeling. Vanaf het begin is de ondersteuning voor bronhouders een belangrijke pijler geweest. Daar gaat het om. Zij moeten er mee werken. Dus zaten we eind 2018 al om de tafel met provincies en gemeenten. En we hadden een apart overleg met RWS en ProRail omdat zij al een eigen geluidregister hadden en als eerste aan de CVGG moeten aanleveren. Ook is er een klankbordgroep die feedback geeft op demo's van wat er maandelijks is ontwikkeld en een technische adviesgroep adviseert over het Informatiemodel Geluid (IMG). Verder hebben we vanaf het begin met een nieuwsbrief gecommuniceerd en zijn er oefensessies geweest. Op die manier wilden we de interactie met gebruikers creëren en feedback krijgen.’ Hoe gaat die samenwerking nu in de praktijk? ‘Niet alle partijen werken al met een geluidregister. RWS en ProRail hebben al veel ervaring en zij ontwikkelen ook een eigen systeem op basis van het IMG. Dat geeft soms wat meer discussie. En er is afstemming nodig, bijvoorbeeld in de planning van de implementatie van een nieuwe versie van het IMG. Begrip voor elkaar hebben is dan belangrijk en daar doen we ons best voor. Voor andere bronhouders zoals provincies en gemeenten is dit helemaal nieuw. Zij hebben nog minder ervaring, dus die interactie is ook minder. Soms oefenen ze al wel maar ze zullen het nog in de praktijk gaan ervaren.’ Hoe nu verder? ‘Op basis van de praktijkervaringen zullen we verbeteringen doorvoeren. En we hebben nog ideeën om de CVGG uit te bouwen. Het RIVM beheert ook rekensoftware. Er zijn dus mogelijkheden om dat te koppelen. Dan kun je meer doen met de data in de CVGG en deze ook gebruiken voor onderzoek. We werken nu toe naar de beheerfase, en daarmee kom ik als opdrachtgever op termijn wat meer op afstand. Maar voorlopig is de wensenlijst nog lang genoeg om als ontwikkelteam mee aan de slag te gaan.’ Samenwerking met RIVM Dat de samenwerking met het RIVM erg goed is verlopen wil Gerda tot slot nog graag benadrukken. ‘Er is veel deskundigheid in de organisatie, ook op IT-gebied. En het CVGG-team heeft veel gedaan aan de ondersteuning van bronhouders. Wat ook heel fijn is, is dat veel mensen in het team al vanaf het begin betrokken zijn. Die continuïteit is erg belangrijk.' |