Voor het uitvoeren van risicoberekeningen voor omgevingsveiligheid zijn stofgegevens nodig, zoals de toxiciteit en de ontvlambaarheid. Voor een beperkt aantal stoffen is dit vastgelegd in de Handleiding risicoberekeningen BeviBesluit externe veiligheid inrichtingen. Voor een groot aantal stoffen is dit echter niet vastgelegd, en moet de opsteller van de QRAquantitative risk assessment hier een keuze in maken.

Wanneer de opsteller van een QRA een berekening moet uitvoeren voor een stof, die niet is opgenomen in Safeti-NLsoftware application fire explosion toxic impact - nederland, kan de opsteller een stoffenbestand aanvragen bij de helpdesk. Hierbij moet de aanvrager zelf de ontbrekende stofinformatie aanleveren. Dit betreft onder andere de vraag of een stof giftig en/of brandbaar is, de giftige eigenschappen en de interactie met water. In het document Selectiemethodiek toxische en ontvlambare stoffen staat beschreven hoe bepaald kan worden of een stof giftig en/of brandbaar is.

Wanneer een stof giftig is, moet er een probitrelatie worden afgeleid. De toetsgroep probitrelaties heeft voor een aantal veel gebruikte stoffen nieuwe probitrelaties opgesteld of probitrelaties herzien. Deze vernieuwde probitrelaties zijn nog niet voorgeschreven. Wel kunnen deze probitrelaties gebruikt worden voor bijvoorbeeld het in kaart brengen van de consequenties van toepassing van deze probitrelaties. De stofbestanden van de stoffen met vernieuwde probitrelatie met de status interim zijn als download beschikbaar.

Bij risicoberekeningen die ten behoeve van transport van gevaarlijke stoffen worden uitgevoerd, wordt gebruik gemaakt van stofcategorie├źn met bijbehorende voorbeeldstoffen. De stofindelingsmethode is op te vragen via de helpdesk. Een lijst van stoffen tot UN-nummer 3400 met daarin zowel de indeling voor spoor als voor weg en water is via de website van AVIV beschikbaar.