Nationaal Meetnet Radioactiviteit: toelichting verhoogde meetwaarden van meetpost ‘s-Heerenhoek

Het Nationaal Meetnet Radioactiviteit (NMRNationaal Meetnet Radioactiviteit) van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu meet op ongeveer 170 plaatsen in ons land de straling in de omgeving. De natuurlijke straling is in Nederland niet op elk punt in het land hetzelfde. (zie Stralingskaart van de Nederlandse bodem. Bron: Blaauboer en Smetsers (1996))

 

De meetpost van het NMR in 's-Heerenhoek geeft structureel hogere waarden aan dan het merendeel van de NMR-meetposten op andere locaties in Nederland.  Het RIVM heeft onderzocht wat de verhoging van de NMR-meetpost in 's-Heerenhoek veroorzaakt. De verhoging heeft te maken met de omgeving waar de meetpost staat.

De NMR-meetpost in 's-Heerenhoek staat op een grasveld direct naast een voetpad. Dit voetpad is gefundeerd met materiaal dat in licht verhoogde mate in de natuur voorkomende radioactieve stoffen bevat. Dit komt wel meer voor bij funderingsmateriaal voor wegen en dijklichamen door de gebruikte bouwstoffen. Doordat de NMR-meetpost direct naast het voetpad staat kan deze meetpost het radioactieve materiaal in de funderingslaag van het pad detecteren. Op enkele meters afstand van het voetpad is deze verhoging nog nauwelijks te meten.

Ondanks dat het nog steeds om lage waarden gaat, is door de locatie de achtergrondstraling van deze meetpost van het NMR structureel hoger dan het merendeel van de NMR-meetposten in Nederland. Het niveau van de gemeten straling in 's-Heerenhoek is vergelijkbaar met niveaus die gemeten worden op plekken in bijvoorbeeld de Belgische Ardennen waar deze radionucliden ook van nature in de bodem voorkomen.

 


Ruthenium-106 in West-Europa

Begin oktober 2017 hebben diverse landen in het westen en zuiden van Europa gemeld dat er radioactief ruthenium-106 in de lucht is gevonden. Het was toen onduidelijk wat de bron hievan was. Een kernongeval kon worden uitgesloten omdat er in dat geval meerdere radioactieve stoffen gevonden worden. Onder andere Italië, Oostenrijk, Tsjechië en Noorwegen hebben een melding gemaakt. Inmiddels wordt het niet meer in de lucht gemeten.  Zowel het Duitse BFSBundesamt für Strahlenschutz als het Franse IRSN zijn eind oktober tot de conclusie gekomen dat de bron van het Ruthenium-106 naar alle waarschijnlijkheid gezocht moet worden in de regio tussen de Oeral en Wolgograd. Verspreiding vanuit een ander gebied lijkt onwaarschijnlijk. Lees meer.


Kleine hoeveelheid jodium-131 in Europese lucht

In de tweede helft van januari 2017 hebben diverse landen in Noord-West Europa gemeld dat er radioactief jodium-131 in de lucht is gevonden. Noorwegen was het eerste land dat het meldde en sindsdien hebben ook Finland, Polen, Tsjechië, Duitsland, Frankrijk en Spanje de detectie van jodium-131 gerapporteerd. In de lucht in Nederland hebben we dit niet gedetecteerd. Lees meer.