Explosie in regio Arkhangelsk in het noorden van Rusland

Update 29 augustus

Op 26 augustus liet de Russische meteorologische dienst weten dat er toch radioactieve deeltjes zijn gevonden na het incident in de omgeving van Severodvinsk in Rusland op 8 augustus. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu volgt de berichtgeving over het incident nauwgezet. Dat doen we door gegevens te verzamelen en verwerken om de aard en omvang van een eventuele besmetting zo snel en zo goed mogelijk in te schatten. Tot op heden is nog niet duidelijk wat de oorzaak is geweest van de explosie en het vrijkomen van de gemeten stoffen.

Hoewel het RIVM geen formele meetgegevens heeft, hebben we in verschillende internationale media meetresultaten kunnen vinden uit de omgeving van Severodvinsk, ongeveer 60-70 kilometer van de locatie van het incident. De mensen in Severodvinsk zijn – volgens de berichten in de media - blootgesteld aan een dosis van hooguit een paar microsievert. Daarbij heeft de verhoging van het stralingsniveau ongeveer twee uur geduurd. Zo’n blootstelling is vergelijkbaar met de hoeveelheid straling van een röntgenfoto bij de tandarts, of een vlucht binnen Europa. Hoe verder de wind de vrijgekomen radioactieve stoffen meeneemt, hoe meer de concentratie verdunt en hoe minder mensen worden blootgesteld aan de straling die de radioactieve deeltjes afgeven.

Het RIVM meet voortdurend de radioactiviteit in de lucht in Nederland. Van een verhoogde concentratie radioactiviteit is nog altijd geen sprake. Op basis hiervan verwacht het RIVM geen risico’s voor de volksgezondheid.

  • Interview op NOS Radio 1 (26 augustus) met Lars Roobol, stralingsdeskundige RIVM, over de situatie in Rusland
  • Podcast NPO Radio 1 (27 augustus) met Lars Roobol, stralingsdeskundige RIVM, over de situatie in Rusland

 

Update  9 en 19 augustus

Volgens verschillende persberichten was er in de ochtend van donderdag 8 augustus 2019 een explosie in de regio Arkhangelsk in het noorden van Rusland. Op ongeveer 45 kilometer van de explosie vandaan ligt de stad Severodvinsk, een stad met 200.000 inwoners. Volgens de persberichten werd daar tussen 11.50 en 12.30 uur lokale tijd (10.50 en 11.30 uur Nederlandse zomertijd) een verhoogd stralingsniveau gemeten. Rond 14.00 uur lokale tijd was het stralingsniveau weer naar de normale, natuurlijke achtergrondwaarde gezakt. De oorzaak van de explosie is niet officieel bekendgemaakt; in de pers wordt onder andere gesproken over een mislukt militair experiment met een raket.

Het RIVM meet (net als de landen rondom ons) continu de straling in de lucht en kijkt ook naar radioactieve deeltjes in neerslag. Hoewel het RIVM de berichten niet kan verifiëren, hebben we wel extra aandacht besteed aan onze meetgegevens en het huidige weerbeeld. Het weerbeeld in Rusland was zo dat de wind eventueel vrijgekomen radioactieve deeltjes steeds verder van Nederland weg voerde, richting China. Hoe verder de wind de radioactieve stofdeeltjes meeneemt, hoe meer de concentratie verdund raakt. De stralingsbelasting voor mensen die verder weg wonen is dan al snel verwaarloosbaar.

Tot op heden (19 augustus) hebben we geen verhoogde straling gevonden in Nederland. Ook in andere West-Europese landen is geen verhoogd stralingsniveau gemeten. In Noorwegen wordt 6-8 keer per jaar een zeer kleine hoeveelheid radioactief jodium in de lucht aangetroffen. Ook in de week na het incident is dit radioactieve jodium daar in de lucht aangetroffen, maar het hoeft niet zo te zijn dat dit met de explosie te maken heeft. We houden de verdere berichtgeving in de gaten.

Nationaal Meetnet Radioactiviteit: toelichting verhoogde meetwaarden van meetpost ‘s-Heerenhoek

Het Nationaal Meetnet Radioactiviteit (NMRNationaal Meetnet Radioactiviteit) van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu meet op ongeveer 170 plaatsen in ons land de straling in de omgeving. De natuurlijke straling is in Nederland niet op elk punt in het land hetzelfde. (zie Stralingskaart van de Nederlandse bodem. Bron: Blaauboer en Smetsers (1996))

 

 

De meetpost van het NMR in 's-Heerenhoek geeft structureel hogere waarden aan dan het merendeel van de NMR-meetposten op andere locaties in Nederland.  Het RIVM heeft onderzocht wat de verhoging van de NMR-meetpost in 's-Heerenhoek veroorzaakt. De verhoging heeft te maken met de omgeving waar de meetpost staat.

De NMR-meetpost in 's-Heerenhoek staat op een grasveld direct naast een voetpad. Dit voetpad is gefundeerd met materiaal dat in licht verhoogde mate in de natuur voorkomende radioactieve stoffen bevat. Dit komt wel meer voor bij funderingsmateriaal voor wegen en dijklichamen door de gebruikte bouwstoffen. Doordat de NMR-meetpost direct naast het voetpad staat kan deze meetpost het radioactieve materiaal in de funderingslaag van het pad detecteren. Op enkele meters afstand van het voetpad is deze verhoging nog nauwelijks te meten.

Ondanks dat het nog steeds om lage waarden gaat, is door de locatie de achtergrondstraling van deze meetpost van het NMR structureel hoger dan het merendeel van de NMR-meetposten in Nederland. Het niveau van de gemeten straling in 's-Heerenhoek is vergelijkbaar met niveaus die gemeten worden op plekken in bijvoorbeeld de Belgische Ardennen waar deze radionucliden ook van nature in de bodem voorkomen.

 


Ruthenium-106 in West-Europa

Begin oktober 2017 hebben diverse landen in het westen en zuiden van Europa gemeld dat er radioactief ruthenium-106 in de lucht is gevonden. Het was toen onduidelijk wat de bron hievan was. Een kernongeval kon worden uitgesloten omdat er in dat geval meerdere radioactieve stoffen gevonden worden. Onder andere Italië, Oostenrijk, Tsjechië en Noorwegen hebben een melding gemaakt. Inmiddels wordt het niet meer in de lucht gemeten.  Zowel het Duitse BFSBundesamt für Strahlenschutz als het Franse IRSN zijn eind oktober tot de conclusie gekomen dat de bron van het Ruthenium-106 naar alle waarschijnlijkheid gezocht moet worden in de regio tussen de Oeral en Wolgograd. Verspreiding vanuit een ander gebied lijkt onwaarschijnlijk. Lees meer.


Kleine hoeveelheid jodium-131 in Europese lucht

In de tweede helft van januari 2017 hebben diverse landen in Noord-West Europa gemeld dat er radioactief jodium-131 in de lucht is gevonden. Noorwegen was het eerste land dat het meldde en sindsdien hebben ook Finland, Polen, Tsjechië, Duitsland, Frankrijk en Spanje de detectie van jodium-131 gerapporteerd. In de lucht in Nederland hebben we dit niet gedetecteerd. Lees meer.