De kerncentrale Dodewaard is in maart 1997 buiten werking gesteld.

Op 9 april 2003 is de laatste splijtstof afgevoerd. De fase van veilige insluiting van de centrale, voor een periode van 40 jaar (de wachttijd), is op 1 juni 2005 begonnen.

Lucht

Deze tijdreeks van jaarlijkse lozingen eindigt in 2008: in dat jaar zijn er nog lozingen van H-3 naar lucht waargenomen. Vanaf dat jaar wordt er nog slechts een zeer geringe hoeveelheid aan H-3 in ventilatielucht waargenomen.

Vanaf 2006 zijn zowel C-14 als gammastralers in de lozingsmonsters van ventilatielucht niet meer waarneembaar.
Vanaf 2011 worden de C-14 lozingen na een vergunningswijziging niet meer gerapporteerd. De C-14 lozingen in ventilatielucht liggen vanaf die tijd onder de detectiegrens van de meetapparatuur (zie de kernenergiewet vergunning voor Dodewaard uit 2010).

Water

De emissies naar water na de sluiting in 1997 tot aan de veilige insluiting in 2005, worden veroorzaakt door waswater afkomstig van werkzaamheden. Afvalwaterlozingen zijn tijdens de veilige insluiting niet vergund. Mocht er toch radioactief besmet afvalwater ontstaan tijdens de wachttijd dan wordt dat opgevangen in tanks. Hiervoor zijn twee nieuwe opslagtanks geïnstalleerd met een capaciteit van circa 4000 liter. Het afvalwater uit de tanks wordt naar COVRACentrale Organisatie Voor Radioactief Afval afgevoerd.