Cellulosevezels vormen het hoofdbestanddeel van de meeste planten. Ze kunnen worden verkregen uit diverse natuurlijke plantaardige bronnen, zoals houtpulp, katoen, vlas en hennep.


Algemeen gebruik
Cellulosevezels worden gebruikt in de fabricage van veel verschillende producten, zoals papier, textiel en karton. De cellulose waaruit deze vezels bestaan (of een gemodificeerde vorm daarvan) wordt eveneens gebruikt in de voedingsindustrie als anti-aanbakmiddel, emulgator, hulpstof, stabilisator, verdikkingsmiddel, en voor het aanbrengen van textuur. In de cosmetische industrie wordt cellulose gebruikt voor gelijksoortige doelen.

Toepassing binnen de tabaksindustrie
De bruine, gesnipperde vulling van de meeste sigaretten bestaat uit een mengsel van tabaksbladeren en een papierachtig product, de zogenaamde 'gereconstitueerde tabak'. Dit product wordt gemaakt van gepureerde stengels van de tabaksplant en andere tabaksplantresten.

De tabaksproducenten voegen cellulose toe aan deze gereconstitueerde tabak om het te binden en aan te vullen. Zij verwerken cellulose ook in het filter en in het papier dat om de tabak wordt gewikkeld. Dit papier vormt een hoofdbestanddeel van de sigaret. Het bepaalt hoe de sigaret opbrandt en hoeveel rook er wordt gevormd. In het algemeen is het zo dat naarmate een sigaret meer cellulose bevat er ook meer rook wordt geproduceerd.

Cellulosevezels zitten van nature al in tabak (5–12%). De maximale hoeveelheid cellulosevezels die aan de tabak wordt toegevoegd bedraagt rond 6% van het totale tabaksgewicht van één sigaret.

Schadelijke gezondheidseffecten
Cellulosevezels worden over het algemeen beschouwd als veilig voor gebruik in voedingsproducten en cosmetica. Dit betekent echter niet dat het ook automatisch veilig is om ze in verbrande vorm te inhaleren. De toegevoegde cellulosevezels worden allemaal verbrand tijdens het roken. Hierbij worden veel schadelijke stoffen gevormd die de ogen en de bovenste luchtwegen kunnen irriteren (bijvoorbeeld acroleïne), of die kankerverwekkend zijn (o.a. polycyclische aromatische koolwaterstoffen, benzo(a)pyreen, benzeen, furaan en formaldehyde). Deze stoffen zijn door het International Agency for Research on Cancer (een vooraanstaand instituut in kankeronderzoek) geclassificeerd als kankerverwekkend.

Invloed op de rookverslaving
Cellulosevezels in sigaretten kunnen indirecte schade toebrengen vanwege de vorming van aldehyden (bijvoorbeeld aceetaldehyde) die de verslaving aan sigaretten kunnen vergroten door het versterken van de verslavende werking van nicotine. Aldehyden reageren snel en produceren andere stoffen, zoals de stof harman, die de verslaving aan sigaretten bevordert door een stemmingsverhogend effect op de hersenen. Het kan er uiteindelijk toe leiden dat meer sigaretten worden gerookt en zo ook de oorzaak zijn van een hogere mate van blootstelling aan de giftige stoffen in sigarettenrook.

Voor sommige producten worden smaakmakers zoals vanille toegevoegd aan cellulose, zoals tijdens het proces van papier maken. Hierdoor krijgt de rook die opstijgt vanaf het brandende eind van de sigaret (de zogenaamde rookpluim) een aangenamer aroma. Dit is niet alleen zorgwekkend omdat het mogelijke bedenkingen over het roken weg zou kunnen nemen, maar ook omdat het in niet-rokers de tolerantie voor deze rook zou kunnen vergroten en zo hun blootstellingsniveau kan verhogen.

© Afbeelding: Federal Office of Public Health FOPHFederal Office of Public Health, Switserland