In Nederland vindt vervoer van gevaarlijke stoffen plaats door buisleidingen en over weg, water en spoor. Het grootste deel van dit vervoer (52%) gaat via pijpleidingen en met binnenvaartschepen (41%). Het vervoer over de weg (6,5%) en over het spoor (1,4%) is maar een klein deel van het totale transport. Toch valt vervoer over het spoor het meeste op, doordat het vaak door steden gaat. Daardoor raakt het letterlijk de leefomgeving van burgers.
Er zijn risico’s verbonden aan het vervoer van gevaarlijke stoffen. Bij een ongeval kunnen gevaarlijke stoffen vrijkomen. Dit kan leiden tot schade of zelfs dodelijke gevolgen hebben voor mensen of voor het milieu. Bijvoorbeeld doordat er een explosie plaatsvindt, brand ontstaat of een gifwolk ontsnapt.

Voor een goede balans tussen het vervoer van gevaarlijke stoffen en de veiligheid van omwonenden is het Basisnet ontwikkeld. In Nederland nemen we daarmee extra veiligheidsmaatregelen bovenop Europese wetgeving. Het Basisnet is een landelijk aangewezen netwerk voor het vervoer van gevaarlijke stoffen en stelt eisen aan zowel het vervoer van gevaarlijke stoffen als aan de omgeving. Langs de transportassen zijn risicoplafonds vastgesteld die aangeven hoe groot het risico mag zijn op een bepaalde afstand vanaf de transportas. Het vervoer van gevaarlijke stoffen moet binnen deze risicoplafonds blijven. Daarnaast stelt het Basisnet beperkingen aan de ruimtelijke ontwikkeling rond de transportassen.

Het RIVM ontwikkelt en beheert de rekenmethoden die gebruikt worden om de risico’s van het vervoer van gevaarlijke stoffen voor omgeving en omwonenden vast te stellen. Met deze methoden wordt gecontroleerd of de risicoplafonds overschreden worden. Daarnaast doet het RIVM onderzoek naar maatregelen die het vervoer van gevaarlijke stoffen veiliger maken.