Zonkracht

De zon zendt continu straling uit van verschillende golflengten, waaronder zichtbaar licht en UVultraviolet-straling (roze lijn in de figuur). De atmosfeer van de aarde laat slechts een deel van deze ‘buitenaardse’ straling door tot de grond (blauwe lijn), wat door het RIVM wordt gemeten.

De metingen worden per golflengte met de gevoeligheid van de huid (rode lijn) vermenigvuldigd, zodat het UV wordt gewogen. Die vermenigvuldiging is in de figuur als het oranje gebied weergegeven. De grootte van dit gebied wordt het effectief UV genoemd. Als het effectief UV eenmaal is bepaald, kan het met 40 worden vermenigvuldigd om de zonkracht te berekenen. Door het effectief UV van meerdere metingen op te tellen, kunnen dag, maand- en jaarsommen worden berekend.

Metingen

Voor de metingen worden twee identieke opstellingen gebruikt, die beide in Bilthoven staan. De metingen worden iedere 12 minuten opnieuw uitgevoerd. Na een paar berekeningen wordt de zonkracht op de website geplaatst.

Model

De UV-straling wordt niet alleen gemeten, maar ook gemodelleerd. In het model gaat het zonlicht (net als in het echt) eerst door een laag van de atmosfeer die ozon bevat. Van iedere golflengte van het spectrum wordt berekend welk percentage de ozonlaag passeert, afhankelijk van de dikte van de ozonlaag op dat moment. Daarna wordt aangenomen dat de overgebleven UV-straling een laag van de atmosfeer passeert waar bewolking kan zijn. Hierdoor wordt nog meer UV weerkaatst of opgenomen. Het model berekent, afhankelijk van de bewolking op dat moment, welk percentage door het wolkendek komt en uiteindelijk de grond bereikt.

Het model heeft hiervoor wel goede waarden nodig die de hoeveelheid ozon en bewolking beschrijven. De dikte van de ozonlaag wordt iedere dag bepaald aan de hand van verschillende meetopstellingen, zowel satellieten als grondopstellingen (zoals van het KNMI). Het effect van bewolking wordt ter plaatse door het RIVM bepaald.