WebORCA is de webversie van het kwantitatieve risicomodel ORCAOccupational Risk Calculator, waarbij ORCA staat voor Occupational Risk CAlculator. ORCA is een instrument waarmee bedrijven risico’s op ernstige arbeidsongevallen kunnen prioriteren en verkleinen. Daarbij krijgen ze inzicht in de kosten en de effectiviteit van de voorgestelde maatregelen.

WebORCA berekent het risico van een of meerdere medewerkers van een bedrijf. Daarvoor zijn bedrijfsspecifieke gegevens nodig die moeten worden ingevoerd. Waar gaat het om?

  • Omschrijven van de werkzaamheden van een medewerker, inclusief de totale tijd per jaar die aan deze werkzaamheden besteed wordt;
  • Selecteren van de gevaren waaraan een medewerker gedurende deze werkzaamheden kan worden blootgesteld;
  • Bepalen van de tijd waaraan aan een medewerker aan deze gevaren wordt blootgesteld;
  • Selecteren van de kwaliteit van de werkomstandigheden tijdens de werkzaamheden van een medewerker.

Na invoer van deze gegevens geeft WebORCA per medewerker de risico’s per uur (of jaar) op ernstig letsel. Daarnaast kan worden ingezoomd op specifieke werkzaamheden van een medewerker, waardoor duidelijk wordt waar de grootste risico’s gelopen worden. In de laatste stap kan de gebruiker een selectie maken uit een aantal maatregelen dat het risico kan verkleinen. WebORCA berekent verschillende combinaties van maatregelen en kosten en presenteert deze aan de gebruiker.

Handleiding WebORCA

Helpdesk en ondersteuning

Voor technische en inhoudelijke ondersteuning bij het gebruik van WebORCA kunt u contact opnemen met de OrcaOccupational Risk Calculator helpdesk: orca@rivm.nl

U kunt contact opnemen met de helpdesk voor de volgende onderwerpen:

  •     Algemene vragen over ORCAOccupational Risk Calculator Occupational Risk Calculator   Occupational Risk Calculator  
  •     Technische ondersteuning
  •     Bezoek van een consultant voor toepassing van ORCA

 

Vragen en antwoorden Risicomodel

Modellering
 

Zijn de basisrisico’s voor elk van de gevaren die worden gebruikt in het model berekend per industrietak

Voor  ernstig letsel zijn de basisrisico’s berekend op basis van blootstelling van iedereen ongeacht sector of beroep. De risico’s op ernstig letsel tijdens het werken met verplaatsbare ladders zijn berekend op basis van  blootstelling en informatie gover ongevallen en blootstelling van iedereen in iedere sector en met ieder beroep onder de aanname dat een uur op een ladder even risicovol is onafhankelijk van sector of beroep.

Deze aanname is getoetst en gevalideerd voor de hoofdindeling in sectoren.

Waarom wordt er om de leeftijd gevraagd door het model?

Het model vraagt of een medewerker ouder dan 50 is. Tijdens de modellering bleek dat leeftijd in ieder geval van invloed is op de ernst van het letsel. De letsels bij ouderen zijn naar verhouding ernstiger dan bij jongeren. Het model houdt daar rekening mee. Leeftijd (of ervaring) kan ook van invloed zijn op de kans op een ongeval maar die relatie is niet in het model opgenomen.

Zijn gezondheidsrisico’s na langdurige blootstelling ook opgenomen in het model?

Het model berekent alleen risico’s van situaties die direct tot lichamelijk letsel leiden. Zoals vallen of getroffen worden door voorwerpen. De risico’s van langdurige blootstelling aan situaties die de gezond schaden zijn geen onderdeel van het huidige risicomodel.

 

Data en kwantificatie

 
Wat zijn de beperkingen van het model?

ORCAOccupational Risk Calculator is gebaseerd op ongevalsgegevens die zijn geselecteerd uit de ongevalsdatabase van de Inspectie SZWSociale zaken en werkgelegenheid. Deze selectie betreft de gemelde, onderzochte meldingsplichtige ongevallen. Deze data zijn nooit eerder op deze manier beschikbaar gemaakt. Daarmee komt een schat aan niet eerder toegankelijke informatie beschikbaar voor gebruikers. Toch heeft deze dataselectie ook  beperkingen.

  1. Niet alle meldingsplichtige ongevallen in Nederland worden gemeld. Dat betekent dat het model dus de risico’s voorspelt van gemelde meldingsplichtige ongevallen en niet van alle ongevallen. We gaan er wel van uit dat alle dodelijke ongevallen worden gemeld.
  2. Het model voorspelt alleen kansen op een ongeval met dodelijk, permanent en ernstig herstelbaar letsel. Een ongeval is namelijk alleen meldingsplichtig als er ernstig letsel is. Daarmee wordt dodelijk letsel (overlijden tot binnen een jaar na het ongeval), permanent letsel en letsel met ziekenhuisopname binnen 24 uur envan  minimaal 24 uur bedoeld.  Een ongeval dat resulteert in een gebroken been, een behandeling in de polikliniek en volledig herstel na 6 weken geen meldingsplichtig ongeval is. De kansen op ongevallen met minder ernstig letsel zijn niet bekend (hoewel die wel geschat zouden kunnen worden). Omdat de ongevallen vaak nog dezelfde dag worden onderzocht en eerder zijn afgerond dan de medewerker weer aan het werk is, is het verzuim ook niet op zo’n manier bekend dat het model daar uitspraken over kan doen
  3. De meldingsplicht geldt alleen voor medewerkers in loondienst of voor zelfstandigen als deze onder gezag van anderen werken. Een zelfstandige die onder eigen gezag werkt, hoeft een ongeval ongeval niet te melden. Tevens geldt de meldingsplicht alleen voor ongevallen die plaatshebben op een ‘arbeidsplaats’ en daar valt in veel gevallen rijden op de openbare weg niet onder. Verkeersongevallen tijdens woonwerk verkeer of tijdens het werk worden dus niet als arbeidsongeval beschouwd. Voor sommige beroepen, waarbij veel tijd rijdend op de openbare weg wordt doorgebracht, is het daardoor niet mogelijk een volledig risicoprofiel te bereken.
  4. Voor bepaalde sectoren geldt dat andere inspecties het onderzoek doen met hetzelfde effect: ontbrekende data en daardoor een onvolledig risicoprofiel. Het gaat dan om mensen die offshore werken (behalve onderzoekers), bemanning van schepen (behalve uitzendkrachten) en bemanning van vliegtuigen (voor de tijd dat ze aan boord zijn).

Vragen en antwoorden WebORCA

Blootstelling

 
Ons werk is niet te beschrijven in periodiek terugkerende activiteiten van een gelijke duur en omstandigheden. Hebben we dan nog iets aan WebORCA?

Dat ligt aan het doel. Het heeft geen zin om  risico’s  voor een jaar te voorspellen als het werk onvoorspelbaar is  door wisselende omstandigheden, locaties of activiteiten. Wel kan, voorafgaand aan elke klus of uitgaand van een hypothetische klus een soort risicobegroting worden gemaakt voor de activiteit.

 
Hoe kan ik als gebruiker bepalen of iemand wel of niet blootgesteld is aan een risicovolle situatie? 

Bij de vraag aan welke van de gevaren of risicovolle situaties een persoon bloot kan staan bij het uitvoeren van een activiteit zijn 2 punten van groot belang:

  1. Ten eerste en dat kan niet genoeg onderstreept worden, wordt de gebruiker van WebORCA niet gevraagd zelf een risico in te schatten. “Tijdens deze activiteit wordt er drie uur op het dak gewerkt maar overal is randbeveiliging dus dat hoeft niet te worden ingevoerd”. Er wordt puur en alleen gevraagd naar de tijd dat een bepaald ongeval zou kunnen gebeuren, hoe onwaarschijnlijk dat de gebruiker ook lijkt. Als de kans inderdaad klein is dan komt dat op basis van de blootstelling, de werkomstandigheden en de basisrisico’s vanzelf wel uit het risicomodel.  Dat is een meerwaarde van het ORCAOccupational Risk Calculator.  ORCA berekent voor elk gevaar, elke activiteit, elke functie de kansen (klein of groot) op een ernstig letsel. Dit in tegenstelling tot veel kwalitatieve risicomodellen waarbij  de gebruiker zelf eenen inschatting moet geven over risico en letsel, om tot een selectie van gevaren te komen waarvoor men beducht moet zijn,.
  2. Ten tweede : De basisrisico’s waarmee het model rekent, zijn mede gebaseerd op de gegevens over blootstelling aan bepaalde situaties in Nederland uit een online enquete. Methodisch is het dus van belang dat de gebruiker dezelfde definities hanteert als in dit onderzoek. Deze definities zijn in WebORCA opgenomen en het is belangrijk om deze bij het bepalen van de blootstelling goed door te nemen en te toetsen welke situatie het meest van toepassing is (daarom staat in de toelichting ook vaak wat niet wordt verstaan onder een bepaalde situatie).
Hoe weet ik nu of iemand anders of een groep bovenmatige kracht gebruikt en zich overtilt of kan overtillen?

Dat is inderdaad een lastige inschatting omdat er niet wordt gevraagd naar een bepaalde externe norm; bijvoorbeeld of er lasten van meer dan 25kg puur handmatig worden getild of verplaatst. Er wordt gevraagd naar de mogelijkheid dat een persoon a) meer kracht gebruikt dan nodig is (waardoor voorwerpen los- of wegschieten) of b) niet de kracht heeft die nodig is (iets is te zwaar of wordt te zwaar) en vooral dat laatste kan per individu verschillen.
 

Waarom wordt er nog gevraagd naar het gevaar van het rijden met een voertuig? Ongevallen op de openbare weg maken toch geen deel uit van de data waarmee het risicomodel rekent?

Er wordt toch naar gevraagd omdat:

  1. er een aantal uitzonderingen zijn voor ongevallen op de openbare weg. Een belangrijke uitzondering is bijvoorbeeld de situatie waarin personen voor het uitoefenen van hun werk zich als passagier op een voertuig op de openbare weg bevinden. Denk aan vuilnismannen die achterop de vuilniswagen staan of wegwerkers die vanuit de laadbak pionnen plaatsten voor een wegafzetting.
  2. het hierbij vooral gaat om situaties die zich op de arbeidsplaats voordoen. Een arbeidsplaats is meestal het terrein waar een bedrijf gevestigd is en dan moet bij deze risicovolle situatie gedacht worden aan heftrucks in magazijnen of vrachtwagens bij het laden en lossen, maar een arbeidsplaats kan ook een locatie buiten zijn. Denk aan het gebruiken van een hoogwerker om bijvoorbeeld bomen te snoeien.
Valt extreem hoge omgevingstemperatuur onder het gevaar extreme hete en koude oppervlakten?

Ja, mits die hoge omgevingstemperatuur het gevolg is van straling of convectie van een heet oppervlak zoals de hitte van smeltovens of hete lucht die wordt afgevoerd of toegevoegd voor een droogproces. Het opgesloten raken in een vriescel valt onder het gevaar ‘besloten ruimte’.

 
Ik wil een risicovolle situatie meer dan een keer opnemen in een activiteit, kan dat?

Nee, dat kan niet en dat is jammer want het kan natuurlijk zijn dat persoon in een activiteit bloot staat aan het gevaar te worden aangereden door een vrachtwagen en een trein. Qua ongevalsmechanisme hetzelfde gevaar maar wellicht met andere werkomstandigheden en blootstellingsduur. Dat kan een gebruiker nu niet aangeven. Het is in de risicoberekening niet mogelijk activiteiten elkaar in tijd te laten overlappen. De enige mogelijkheid om een degelijke situatie te modelleren is om een extra functieomschrijving te maken waarin alleen dit extra gevaar wordt opgenomen.

 
Wat is het gemiddeld betrouwbaarheidsniveau?

In ORCA kan gekozen worden uit verschillende betrouwbaarheidsniveau’s. Deze zijn gerelateerd aan de in Nederland gemeten kwaliteit van de werkomstandigheden. Dat betekent dat ORCA bij keuze van een gemiddeld betrouwbaareidsniveau aan een werkomstandigheid een waarde toekent die gelijk is aan de gemiddelde waarde uit de enquête voor dezelfde werkomstandigheid.

 
Hoe verhoudt het betrouwbaarheidsniveau zich tot de kwaliteit van de werkomstandigheden?

De kwaliteit van de werkomstandigheid wordt bepaald door de tijd die er is om de kans op een ongeval te verminderen (of beter: om een barrière te versterken) uitgedrukt ten opzicht van de totale blootstellingstijd van de werkomstandigheid aan het gevaar.

Bijvoorbeeld: Om de kwaliteit van de stabiele plaatsing van een ladder te bepalen is aan de respondenten gevraagd of de antislipvoetjes van de poten van de ladder regelmatig worden vervangen en onder welke hoek de ladder is neergezet. Daaruit bleek dat in gemiddeld 14% van de tijd dat mensen mobiele ladders voor hun werk gebruiken (blootstellingstijd) deze versleten antislipvoetjes hadden en dat in 16% van de tijd de ladder zo tegen de muur geplaatst was dat deze kon gaan schuiven. Als dus voor ‘gemiddeld’ wordt gekozen zijn dit waarden waarmee het model gaat rekenen.

De verdeling van de gerapporteerde kwaliteit is bij nagenoeg alle werkomstandigheden waarnaar is gevraagd scheef. Bij een normale verdeling zijn er ongeveer evenveel respondenten die boven het gemiddelde als onder het gemiddelde zitten. In dit geval bleek ongeveer 70% van de respondenten beter te scoren dan het gemiddelde. Dat betekent eigenlijk dat in Nederland voor iedere barrière geldt dat voor een grote groep de kwaliteit wat beter is dan gemiddeld en voor een kleine groep de kwaliteit behoorlijk slechter is dan gemiddeld. Het is overigens niet zo dat die kleine groep altijd dezelfde samenstelling heeft.

 

Risicoberekening
 

Waarom geeft het risicomodel alleen de kans op dodelijk, permanent en herstelbaar ernstig letsel met ziekenhuisopname en niet de kans op minder ernstig letsel?

De kansberekeningen in ORCA zijn gebaseerd op de bij de Inspectie SZWSociale zaken en werkgelegenheid gemelde, onderzochte meldingsplichtige ongevallen. Alleen ongevallen met dodelijk, permanent en ernstig herstelbaar letsel zijn meldingsplichtig.

 
Wat betekent het Nederlands gemiddelde bij de risicoberekening? Is dat het risico van de gemiddelde Nederlander?

Het Nederlands gemiddelde is niet het risico van de gemiddelde Nederlander. Het Nederlands gemiddelde is een berekening van het risico op basis van de gegevens die gebruiker in ORCA invoert over de gevaren waaraan men blootstaat en de blootstellingsduur. De risicoberekening gebruikt dan vervolgens de gemiddelde kwaliteit van de werkomstandigheden, zoals opgegeven door de respondenten die ook bloot stonden aan de geselecteerde gevaren.