Pneumokokkenziekte is een besmettelijke ziekte. Mensen krijgen het door een bacterie, de pneumokok.

Mensen kunnen verschillende ziektes krijgen door pneumokokken. Meestal hebben ze weinig klachten maar soms kunnen de klachten ernstig zijn.

Niet iedereen die besmet is met de pneumokok wordt ziek. De klachten kunnen zijn:

  • oorontsteking,
  • ontsteking van de bijholtes. Deze holtes zitten links en rechts naast de neus.

Soms zijn de klachten ernstig:

  • longontsteking:
    • hoge koorts,
    • hoesten en benauwd,
  • hersenvliesontsteking:
    • hoge koorts,
    • hoofdpijn,
    • een zere en stijve nek, vooral als je het hoofd voorover buigt,
  • bloedvergiftiging:
    • hoge koorts,
    • hoofdpijn,
    • braken,
    • verward en suf.

De tijd tussen het besmet raken en ziek worden is 1 tot 3 dagen.

  • De bacterie zit in de keel van iemand die besmet is. Door hoesten en niezen komen kleine druppeltjes met de bacterie in de lucht. Mensen kunnen deze druppeltjes inademen en besmet raken.
  • Door direct contact zoals zoenen.

Krijgt iemand antibiotica tegen pneumokokken? Dan is hij na 48 uur nadat hij begonnen is met de antibiotica niet meer besmettelijk.

Iedereen kan pneumokokkenziekte krijgen.

Sommige mensen hebben meer kans om ziek te worden:

  • kinderen onder de 3 jaar,
  • kinderen die meer dan 3 dagen per week naar de kinderopvang gaan,
  • kinderen uit gezinnen met meer dan 5 mensen,
  • tieners die veel in grote groepen samen zijn, bijvoorbeeld op een feest,
  • mensen die roken,
  • mensen die griep hebben gehad.

Sommige mensen kunnen er erger ziek van worden:

  • kinderen jonger dan 2 jaar,
  • mensen ouder dan 60 jaar,
  • mensen zonder milt of met een slecht werkende milt,
  • mensen die minder goede afweer hebben tegen ziektes,
  • mensen die al een ziekte hebben, bijvoorbeeld diabetes of een ziekte aan de longen of het hart.

Er zijn verschillende soorten pneumokokkenbacteriën. Iemand die de ziekte heeft gehad, bouwt er afweer tegen op. Maar alleen voor het soort pneumokok waar hij ziek door is geworden. Iemand kan dus vaker pneumokokkenziekte krijgen.

Inenten

Er is een inenting om de ziekte te voorkomen. Deze inenting is opgenomen in het Rijksvaccinatieprogramma. Baby’s krijgen deze inenting op het consultatiebureau. De inenting beschermt tegen veel soorten Pneumokokken maar niet tegen alle.

Volwassenen kunnen zich ook laten inenten. Dit is belangrijk als je erger ziek kunt worden van de Pneumokokken. Overleg hierover met je huisarts.

Bij hoesten of niezen:

  • Gebruik een papieren zakdoek. Heb je geen papieren zakdoek bij de hand? Hoest dan in de plooi van je elleboog.
  • Gebruik een zakdoek maar één keer.
  • Gooi de zakdoek na gebruik weg.
  • Was hierna je handen.
  • Het is niet nodig om bij iedereen die hoest of niest uit de buurt te blijven. Houd pasgeboren baby’s wel uit de buurt van hoestende en niezende mensen.

Was de handen met water en zeep:

Was regelmatig de handen met water en zeep. Zeker na hoesten, niezen en neus snuiten.

Handen wassen doet je zo:

  • Maak de handen goed nat onder stromend water.
  • Neem wat vloeibaar zeep uit een pompje.
  • Wrijf de handen over elkaar. Zorg dat er zeep op de binnenkant en buitenkant van de handen zit.
  • Wrijf goed alle vingertoppen in. Vergeet de duimen niet. Wrijf ook tussen de vingers.
  • Spoel de zeep goed af, onder stromend water.
  • Droog de handen goed af aan een schone handdoek of aan een papieren handdoek (keukenrol).

Zie ook de film 'Handen wassen - Doe het goed en vaak' van het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu.

Pneumokokkenziekte gaat niet vanzelf over. Een arts schrijft antibiotica voor. Als iemand antibiotica neemt, is hij na 2 dagen niet meer besmettelijk.

Door snelle behandeling worden de meeste mensen weer beter. Als iemand erg ziek is, is opname in het ziekenhuis nodig.

Soms blijven er nog klachten bestaan, bijvoorbeeld doofheid, scheel kijken of moeite met leren. Soms overlijdt iemand aan pneumokokkenziekte.

Voelt een kind zich goed? Dan kan het gewoon naar de kinderopvang of naar school. Thuisblijven helpt niet om te voorkomen dat anderen ziek worden.

Heeft je kind pneumokokkenziekte? Vertel het dan aan de pedagogisch medewerker of de leerkracht. Zij kunnen in overleg met de GGDGemeentelijke Gezondheidsdienst andere ouders informeren. Ouders kunnen dan letten op de klachten van pneumokokkenziekte bij hun kind.

Een volwassene met pneumokokkenziekte die zich goed voelt, kan gewoon werken.

Heb je meer vragen over pneumokokkenziekte?

Vraag het de GGD-afdeling Infectieziekten of de huisarts.