Hoeveel omwonenden worden blootgesteld aan trillingen door treinen?

In Nederland liggen circa 845.000 woonadressen binnen 300 meter afstand van het spoor. Hier wonen circa 1.347.400 mensen van 16 jaar en ouder. Geschat wordt dat bij ongeveer 40 procent van deze adressen de maximale trillingssterkte hoger is dan de grens waarop trillingen voelbaar zijn. Bij zo’n 1 procent van deze adressen is de maximale trillingssterkte hoger dan de grenswaarde van 3,2 millimeter per seconde. 

Hebben omwonenden last van trillingen door treinen?

Op basis van de resultaten van het vragenlijstonderzoek wordt het aantal mensen in Nederland van 16 jaar en ouder dat ernstige hinder ondervindt van trillingen door treinen geschat op bijna 270.000. Hinder kan zich uiten in irritatie, boosheid en onbehagen. Verreweg de meeste hinder wordt daarbij veroorzaakt door de trillingen van goederentreinen.

Naar schatting ondervindt 16 procent van de personen van 16 jaar en ouder die binnen 300 meter van het spoor wonen, ernstige slaapverstoring door trillingen van goederentreinen. Het aandeel omwonenden dat ernstige slaapverstoring ondervindt door trillingen van reizigerstreinen wordt geschat op gemiddeld 3,6 procent.

Zijn mensen die langs het spoor wonen gemiddeld minder gezond?

Hier hebben de onderzoekers geen aanwijzingen voor gevonden. De waardering die de ondervraagden geven aan hun eigen gezondheid is iets beter dan op grond van landelijke cijfers van het CBSCentraal Bureau voor de Statistiek mag worden verwacht. In totaal waardeert zo’n 80 procent van de mensen die langs het spoor wonen de eigen gezondheid als (zeer) goed. Slechts 3,5 procent ervaart zijn of haar gezondheid als (zeer) slecht.

Hoe komt het dat sommige omwonenden meer last van trillingen hebben dan anderen?

Dit heeft meerdere oorzaken. De hoeveelheid hinder die mensen ervaren wordt op de eerste plaats bepaald door de sterkte van de trillingen. Bovendien ondervinden omwonenden beduidend meer hinder van goederentreinen dan van reizigerstreinen. Ook het type bebouwing rond het spoor speelt een belangrijke rol (de verdieping waarop men woont, of sprake is van vooroorlogse bouw, het type vloeren, etc.).

De hinder en slaapverstoring worden mede bepaald door de houding ten opzichte van treinverkeer, angst voor schade aan de woning, de mate waarin mensen de trillingen waarnemen en hun verwachtingen over toename of afname van de trillingen in de toekomst.

Wat kan de overheid doen om overlast van trillingen door treinen terug te brengen?

Volgens de onderzoekers zouden interventies zich primair op de bron moeten richten. Het RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu adviseert echter om ook in te zetten op contextuele en persoonlijk factoren, zoals houding, acceptatie, angst voor schade en te verwachten trillingssterktes in de toekomst. Mogelijkheden hiervoor zullen verder worden uitgewerkt: dat houdt in het ontwikkelen van instrumenten om mensen beter te informeren over kans op schade, transparant zijn over toekomstplannen, meer gebruik maken van sociale media en werkelijke treinintensiteiten.

Zijn trillingen door treinen hetzelfde als geluid?

Anders dan bij geluid, vindt de overdracht van trillingen niet plaats via de lucht (gasvormig medium), maar via vaste materie (bodem, vloeren, wanden en dergelijke). Trillingen worden gevoeld als het menselijk lichaam in contact komt met een trillend oppervlak. Naarmate de frequentie van de trillingen hoger komt te liggen, wordt het lichaam er minder gevoelig voor. Trillingen met frequenties lager dan 1 hertz worden door het lichaam waargenomen als een beweging.

Uit het RIVM-onderzoek blijkt dat hinder en slaapverstoring door trillingen niet verklaard kunnen worden door geluid van treinverkeer. Dit sluit niet uit dat geluid van treinen zelf weer tot hinder leidt, of dat mensen die hinder ondervinden van geluid ook weer meer hinder rapporteren door trillingen. Dit moet nog verder geanalyseerd worden.

Ik heb deelgenomen aan het onderzoek, wat zeggen de resultaten over mijn eigen situatie?

De resultaten uit dit onderzoek zijn alleen bedoeld om over de groep van omwonenden als geheel uitspraken te doen. Op basis hiervan kunnen geen conclusies worden getrokken over uw individuele situatie.

Is er verschil tussen reizigerstreinen en goederentreinen bij het veroorzaken van hinder?

Goederentreinen blijken de belangrijkste bron van trillingshinder. Het effect van trillingen van goederentreinen blijkt bij gelijke sterkte van trillingen aanmerkelijk groter (zo’n vijf keer zo groot). Het RIVM adviseert om hier bij de bepaling van een norm rekening mee te houden. Een bepaalde norm zal voor goederenlijnen een heel andere uitwerking hebben dan voor reizigerslijnen. Wanneer het aantal goederentreinen toeneemt, daalt de hinder van reizigerstreinen, maar omgekeerd is dat niet het geval.

Het is nog onduidelijk welke fysieke factoren het verschil in hinder tussen reizigerstreinen en goederentreinen kunnen verklaren (duur van event, type bakken, tijdstip, etc.). Wel is duidelijk dat ook niet trillingsgerelateerde aspecten een rol spelen, zoals het  horen, voelen en zien van bewegende voorwerpen. Men vindt trillingen van goederen minder acceptabel.

Kunnen de resultaten ook gebruikt worden om op lokaal niveau iets te zeggen?

De uitkomsten van het onderzoek zijn vooral geschikt om uitspraken te doen op landelijk niveau. Een onderverdeling in regio’s zou ook nog een optie kunnen zijn, maar wat de bevindingen betekenen voor specifieke trajecten kunnen we op basis van dit onderzoek niet zeggen.

Waarom heeft het RIVM dit onderzoek uitgevoerd?

Hoewel er al jaren klachten zijn, is nog onvoldoende onderzocht welke effecten trillingen door treinen hebben op de gezondheid van omwonenden en bij wie die zich voordoen. Om daar meer inzicht in te krijgen heeft het RIVM een vragenlijstonderzoek uitgevoerd onder 4.927 mensen die binnen 300 meter van het spoor wonen.