In het zuiden van Nederland zijn normoverschrijdingen van zink in het grondwater aanwezig. In het ondiepe grondwater zijn er hoofdzakelijk normoverschrijdingen in het zuidwestelijk zandgebied en de Peelhorst en oude rivierterrassen. De oorsprong hiervan is toe te wijzen aan de historische uitstoot van zinksmelterijen in de grensstreek met België. In het middeldiepe grondwater is een soortgelijk patroon zichtbaar. Het aantal normoverschrijdingen is echter lager. Bovendien bevinden de normoverschrijdingen zich meer in het zuidwesten van Nederland, namelijk in de zeekleigebieden en het zuidwestelijk zandgebied.

Inleiding

Zink is een van de meest mobiele sporenelementen. Door uitspoeling van zink door de belasting aan het maaiveld kan zink in het grondwater terecht komen[1]. De processen voor het uitspoelen van zink uit de bovengrond zijn beschreven door Boumans en Fraters (1993) [2].

Bemesting en atmosferische depositie zijn de belangrijke bronnen van zink in het grondwater. Er zit een sterk regionaal patroon in de atmosferische depositie van zink [3]. In de Kempen is de atmosferische depositie van zink tot in de jaren zeventig vele malen groter geweest dan in de rest van de provincie Brabant. Dit werd veroorzaakt door de uitstoot van stof uit de zinksmelterijen in de grensstreek met België. In de jaren zeventig is overgestapt op een andere productietechniek, waardoor deze uitstoot is gestopt [1].

Hiernaast wordt de bodem belast met zink door gebruik van dierlijke mest, kunstmest en zinkhoudende bestrijdingsmiddelen. In 2008 was de bijdrage van dierlijke mest en kunstmest op de landbouwgronden goed voor 86 % van de totale zinkbelasting. De normen voor gehalten van zink (en ook koper) in mengvoeders zijn medio 2000 aangescherpt. De hoeveelheid van deze metalen in dierlijke mest is hierdoor sterk afgenomen. Dit vertaalt zich in een afname van de netto belasting met zink op landbouwbodems. In 2000 is de belasting van landbouwgronden met zink vanuit dierlijke mest 961 g per hectare per jaar en in 2006 635 g per hectare per jaar [1].

Tussen 1990 en 2015 was er een afname in de totale emissie van zink naar de bodem, van 813.000 kgkilogram in 1990 tot 258.000 kg in 2015. Na een totale emissie van boven de 300.000 kg in 2017 en 2018, is in 2019 een veel lagere emissie van zink naar de bodem gemeten: 82.500 kg [4].

Toestand

Bij de ecodistrictsgroepen in het ondiepe grondwater (ca. 10 meter diepte) is de hoogste mediane concentratie zink aanwezig in het zuidwestelijk zandgebied. Eveneens hoog is de mediane concentratie in de Peelhorst en oude rivierterrassen.

Bij de homogene gebieden is de hoogste mediane concentratie zink in het ondiepe grondwater gevonden in akkerbouw op zand. Verder zijn er relatief hoge mediane concentraties in stedelijk gebied op zand en akkerbouw op zeeklei.

Bij de ecodistrictsgroepen in het middeldiepe grondwater (ca. 25 meter diepte) is de mediane concentratie zink het hoogst in de zeekleigebieden. Kijkend naar het 75-percentiel zijn de hoogste concentraties aanwezig in het zuidwestelijk zandgebied en de zeekleigebieden.

Bij de homogene gebieden in het middeldiepe grondwater is de hoogste mediane concentratie aanwezig in akkerbouw op zeeklei.

De gebruikte norm voor zink is de kwaliteitswaarde (zie Tabel 2 in Metingen: waar, wat en hoe?). Bij de ecodistrictsgroepen in het ondiepe grondwater zijn er vooral normoverschrijdingen in de Peelhorst en oude rivierterrassen. 23 % van de waarnemingen is boven de norm (138 µg/l). Daarnaast zijn in de zeekleigebieden (10 %) en de Centrale Slenk (9 %) relatief hoge percentages waarnemingen boven de norm. Voor de zeekleigebieden is de norm 58 µg/l, voor de Centrale Slenk is de norm 138 µg/l. In het middeldiepe grondwater zijn er met name normoverschrijdingen in het zuidwestelijk zandgebied (12 %) en de zeekleigebieden (11 %). De norm in het zuidwestelijk zandgebied is 138 µg/l.

Bij de homogene gebieden in het ondiepe grondwater is het percentage normoverschrijdingen het hoogst in akkerbouw op zand (22 %), bij een norm van 138 µg/l. Ook in gras/maïs op zeeklei (15 %) en stedelijk gebied op zand (12 %) zijn de percentages normoverschrijdingen relatief hoog. Voor gras/maïs op zeeklei is de norm 58 µg/l, voor stedelijk gebied op zand is de norm 138 µg/l. In het middeldiepe grondwater zijn er voornamelijk normoverschrijdingen in akkerbouw op zeeklei (13 %). De norm in akkerbouw op zeeklei is 58 µg/l.

Kaarten, boxplots en tabellen

In de onderstaande uitklapschermen staan de kaarten, boxplots en tabellen voor zink 2015-2018.  

Naar de leeswijzer bij de resultaten

Ecodistrictgebieden

Kaart 1. Mediane zinkconcentratie per gebied in het ondiepe grondwater t.o.v. grondwaterkwaliteitsnorm, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Kaart van Nederland met mediane zinkconcentratie per gebied in het ondiepe grondwater in ecodistrictgebieden in de periode 2015-2018

Figuur 1. Spreiding van de mediane zinkconcentratie per gebied in het ondiepe grondwater, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Figuur waarop de spreiding van de gebiedsgemiddelde zinkconcentratie in het ondiepe grondwater in ecodistrictgebieden in de periode 2015-2018 wordt getoond

Tabel 1. Statistische gegevens bij figuur 1.

Percentiel 10% 25% 50% 75% 90%
1. duinen en strandwallen 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
2. laagveengebieden 1,8 2,0 2,0 2,9 3,8
3. polders en droogmakerijen 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
4. zeekleigebieden 2,0 2,0 4,1 26,4 39,5
5. rivierkleigebieden 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
6. beekdalcomplexen 2,0 2,0 2,0 27,7 64,6
7. hoogveengebied 2,0 2,0 2,0 2,5 3,0
8. Gelderse Vallei en Veluwezoom 2,0 2,0 2,0 3,0 3,4
9. oostelijk dekzandgebied met geïsoleerde stuwwallen 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
10. keileemgebieden 2,0 2,0 2,0 13,1 26,4
11. Utrechtse Heuvelrug en Veluwe 2,0 2,0 2,0 7,2 10,9
12. Centrale Slenk 2,0 2,0 2,3 14,5 14,5
13. zuidwestelijk zandgebied 2,0 4,4 38,4 81,2 147,7
14. Peelhorst en oude rivierterrassen 2,0 2,0 21,7 123,7 234,1
15. krijt- en lössgebied 2,0 2,0 2,0 6,6 11,2

 

Tabel 2. Aanvullende data bij de mediane zinkconcentratie per gebied in het ondiepe grondwater, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Ecodistrictgroep Aantal unieke filters Aantal waarnemingen 2015-2018 Rapportage-grens (ug/l) Percentage waarnemingen onder de rapp. grens Norm (ug/l) Percentage waarnemingen boven de norm
1. duinen en strandwallen 15 45 <4 96 58 0
2. laagveengebieden 27 59 <4 85 58 4
3. polders en droogmakerijen 17 32 <4 91 58 0
4. zeekleigebieden 41 70 <4 64 58 10
5. rivierkleigebieden 28 58 <4 81 138 4
6. beekdalcomplexen 9 27 <4 56 138 0
7. hoogveengebied 19 49 <4 84 138 0
8. Gelderse Vallei en Veluwezoom 10 27 <4 85 138 0
9. oostelijk dekzandgebied met geïsoleerde stuwwallen 29 86 <4 91 138 0
10. keileemgebieden 38 112 <4 61 138 0
11. Utrechtse Heuvelrug en Veluwe 19 54 <4 65 138 0
12. Centrale Slenk 22 60 <4 57 138 9
13. zuidwestelijk zandgebied 16 48 <4 33 138 6
14. Peelhorst en oude rivierterrassen 22 63 <4 35 138 23
15. krijt- en lössgebied 4 8 <4 75 138 0

Kaart 2. Mediane zinkconcentratie per gebied in het middeldiepe grondwater t.o.v. grondwaterkwaliteitsnorm, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Kaart van Nederland met mediane zinkconcentratie per gebied in het middeldiepe grondwater in ecodistrictgebieden in de periode 2015-2018

Figuur 2. Spreiding van de mediane zinkconcentratie per gebied in het middeldiepe grondwater, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Figuur waarop de spreiding van de gebiedsgemiddelde zinkconcentratie in het diepe grondwater in ecodistrictgebieden in de periode 2015-2018 wordt getoond

Tabel 3. Statistische gegevens bij figuur 2.

Percentiel 10% 25% 50% 75% 90%
1. duinen en strandwallen 2,0 2,0 2,0 5,5 9,7
2. laagveengebieden 1,8 2,0 2,0 4,7 7,2
3. polders en droogmakerijen 2,0 2,0 2,0 5,8 9,6
4. zeekleigebieden 2,0 2,0 8,7 31,5 59,8
5. rivierkleigebieden 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
6. beekdalcomplexen 2,0 2,0 2,0 5,4 5,4
7. hoogveengebied 2,0 2,0 2,0 3,0 4,1
8. Gelderse Vallei en Veluwezoom 2,0 2,0 2,0 6,7 7,1
9. oostelijk dekzandgebied met geïsoleerde stuwwallen 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
10. keileemgebieden 2,0 2,0 2,0 8,3 15,9
11. Utrechtse Heuvelrug en Veluwe 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
12. Centrale Slenk 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
13. zuidwestelijk zandgebied 2,0 2,0 2,3 32,8 69,5
14. Peelhorst en oude rivierterrassen 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
15. krijt- en lössgebied 2,0 2,0 2,0 2,9 3,9

 

Tabel 4. Aanvullende data bij de mediane zinkconcentratie per gebied in het middeldiepe grondwater, ecodistrictgebieden, 2015-2018.

Ecodistrictgroep Aantal unieke filters Aantal waarnemingen 2015-2018 Rapportage-grens (ug/l) Percentage waarnemingen onder de rapp. grens Norm (ug/l) Percentage waarnemingen boven de norm
1. duinen en strandwallen 15 15 <4 73 58 0
2. laagveengebieden 27 32 <4 75 58 0
3. polders en droogmakerijen 17 16 <4 62 58 0
4. zeekleigebieden 37 39 <4 38 58 11
5. rivierkleigebieden 28 29 <4 86 138 4
6. beekdalcomplexen 9 14 <4 71 138 0
7. hoogveengebied 18 21 <4 81 138 6
8. Gelderse Vallei en Veluwezoom 10 10 <4 70 138 0
9. oostelijk dekzandgebied met geïsoleerde stuwwallen 28 41 <4 95 138 0
10. keileemgebieden 37 40 <4 70 138 0
11. Utrechtse Heuvelrug en Veluwe 17 17 <4 82 138 0
12. Centrale Slenk 21 21 <4 86 138 0
13. zuidwestelijk zandgebied 16 16 <4 56 138 12
14. Peelhorst en oude rivierterrassen 22 22 <4 86 138 0
15. krijt- en lössgebied 3 3 <4 100 138 0

Homogene gebieden

Figuur 3. Spreiding van de mediane zinkconcentratie per gebied in het ondiepe grondwater, homogene gebieden, 2015-2018.

Figuur waarop de spreiding van de gebiedsgemiddelde zinkconcentratie in het ondiepe grondwater in homogene gebieden in de periode 2015-2018 wordt getoond

Tabel 5.  Statistische gegevens bij figuur 3.

Percentiel 10% 25% 50% 75% 90%
1. bos, natuur/duinzand 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
2. gras-mais/veen 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
3. gras-mais/zeeklei 2,0 2,0 2,0 13,6 13,6
4. akkerbouw/zeeklei 2,0 2,0 4,9 14,3 32,5
5. stedelijk geb./antropogeen (laag NL) 2,0 2,0 2,0 4,1 5,4
6. gras-mais/rivierklei 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
7. gras-mais/zand 2,0 2,0 2,0 14,3 32,3
8. akkerbouw/zand 2,0 2,0 17,9 27,7 27,7
9. bos, natuur/zand 2,0 2,0 2,0 23,4 41,6
10. stedelijk gebied/zand 2,0 2,0 7,5 43,8 71,1
11. gras-mais/moerig 2,0 2,0 2,0 3,0 4,4
12. stedelijk geb./antropogeen (hoog NL) 2,0 2,0 2,0 5,7 7,4

 

Tabel 6. Aanvullende data bij de mediane zinkconcentratie per gebied in het ondiepe grondwater, homogene gebieden, 2015-2018.

Homogeen gebied Aantal unieke filters Aantal waarnemingen 2015-2018 Rapportage-grens Percentage waarnemingen onder de rapp. grens Norm (ug/l) Percentage waarnemingen boven de norm
1. bos, natuur/duinzand 9 27 <4 93 58 0
2. gras-mais/veen 16 34 <4 91 58 0
3. gras-mais/zeeklei 13 21 <4 76 58 15
4. akkerbouw/zeeklei 24 41 <4 61 58 4
5. stedelijk geb./antropogeen (laag NL) 7 14 <4 86 58 0
6. gras-mais/rivierklei 14 28 <4 86 138 7
7. gras-mais/zand 76 222 <4 67 138 1
8. akkerbouw/zand 9 26 <4 42 138 22
9. bos, natuur/zand 47 137 <4 53 138 9
10. stedelijk gebied/zand 8 24 <4 38 138 12
11. gras-mais/moerig 9 23 <4 87 138 0
12. stedelijk geb./antropogeen (hoog NL) 14 40 <4 65 138 7

Figuur 4. Spreiding van de mediane zinkconcentratie per gebied in het middeldiepe grondwater, homogene gebieden, 2015-2018.

Figuur waarop de spreiding van de gebiedsgemiddelde zinkconcentratie in het diepe grondwater in homogene gebieden in de periode 2015-2018 wordt getoond

Tabel 7.  Statistische gegevens bij figuur 4.

Percentiel 10% 25% 50% 75% 90%
1. bos, natuur/duinzand 2,0 2,0 2,0 9,7 9,7
2. gras-mais/veen 1,8 2,0 2,0 4,7 6,0
3. gras-mais/zeeklei 2,0 2,0 2,0 11,8 16,6
4. akkerbouw/zeeklei 2,0 2,0 14,1 44,8 59,8
5. stedelijk geb./antropogeen (laag NL) 2,0 2,0 2,1 11,8 17,4
6. gras-mais/rivierklei 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
7. gras-mais/zand 2,0 2,0 2,0 2,1 2,3
8. akkerbouw/zand 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
9. bos, natuur/zand 2,0 2,0 2,0 2,1 2,1
10. stedelijk gebied/zand 2,0 2,0 2,0 5,7 6,3
11. gras-mais/moerig 2,0 2,0 2,0 2,0 2,0
12. stedelijk geb./antropogeen (hoog NL) 2,0 2,0 2,0 2,3 2,3

 

Tabel 8. Aanvullende data bij de mediane zinkconcentratie per gebied in het middeldiepe grondwater, homogene gebieden, 2015-2018.

Homogeen gebied Aantal unieke filters Aantal waarnemingen 2015-2018 Rapportage-grens Percentage waarnemingen onder de rapp. grens Norm (ug/l) Percentage waarnemingen boven de norm
1. bos, natuur/duinzand 9 9 <4 67 58 0
2. gras-mais/veen 16 19 <4 74 58 0
3. gras-mais/zeeklei 12 13 <4 62 58 0
4. akkerbouw/zeeklei 23 24 <4 33 58 13
5. stedelijk geb./antropogeen (laag NL) 6 6 <4 67 58 0
6. gras-mais/rivierklei 14 14 <4 93 138 0
7. gras-mais/zand 75 86 <4 81 138 1
8. akkerbouw/zand 9 9 <4 78 138 0
9. bos, natuur/zand 43 47 <4 81 138 2
10. stedelijk gebied/zand 8 8 <4 62 138 0
11. gras-mais/moerig 8 10 <4 90 138 0
12. stedelijk geb./antropogeen (hoog NL) 14 17 <4 82 138 0

Referenties:

[1] Van Vliet, M. E., Vrijhoef, A., Boumans, L. J. M., & Wattel-Koekkoek, E. J. W. (2010). De kwaliteit van ondiep en middeldiep grondwater in Nederland: In het jaar 2008 en de verandering daarvan in 1984-2008. RIVMRijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu rapport 680721005.

[2] Boumans, L.J.M. en B. Fraters (1993). Cadmium, lood, zink en arseen in het freatische grondwater van de zandgebieden van Nederland. Rapport 712300001. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Bilthoven.

[3] Grift, B. van der, J. Rozemeijer, M.E. van Vliet en H.P. Broers (2004), De kwaliteit van het grondwater in de provincie Noord-Brabant, Rapportage over de toestand van 2003 en trends in de periode 1992 t/m 2003. Rapportnummer NITG 04-206-A, Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen TNO, Utrecht.

[4] Emissieregistratie, 2021. Ter reproductie van de gebruikte grafieken/kaarten, volg de stappen: 1) selecteer “Zinkverb. (als Zn)” onder Stof; 2) selecteer alle beschikbare jaren onder Jaar; 3) selecteer Bodem onder Compartiment en 4) klik op “Weergeven in grafiek >” of “Weergeven in kaart >”.