RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

PBT-nieuwsbrief oktober 2012

PBT = Persistent - Bioaccumulerend - Toxisch De PBT nieuwsbrief geeft informatie over ontwikkelingen op het gebied van wetgeving, stoffen-beoordelingen, methodiekontwikkeling, en discussies die spelen op het gebied van de beoordeling van PBT-stoffen.

Voor wie?

Deze nieuwsbrief is bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is in wat er zoal gebeurt binnen de PBT kaders, zowel voor mensen uit de overheid, industrie, als wetenschap.

Deze nieuwsbrief is niét bedoeld als éénrichtingsverkeer. Er wordt ook ruimte geboden aan andere partijen om bijvoorbeeld een discussie te starten, een workshop aan te kondigen, onderzoeksnieuws te melden of nieuws uit andere kaders door te geven. 

Naar boven

Mannen in beschermende kleding

PBT workshop - terugblik

door Caroline Moermond en Patrick Zweers

Het RIVM organiseerde op 12 december 2011 een nationale workshop voor PBT-beoordeaars, beleidsmakers van de ministeries en anderen die met PBT-beoordelingen van doen hebben. Het doel van de workshop was:

  • Het overbrengen van het belang en de positie van de PBT-beoordeling
  • Kennisoverdracht omtrent het uitvoeren van PBT-beoordelingen
  • Verbinden van/kennismaking met PBT-gerelateerde kaders
  • Bediscussiëren van verschillen tussen de kaders en de gevolgen daarvan

Tijdens de welbezochte workshop is er flink gediscussieerd over tal van onderwerpen. De link voor het verslag van de workshop staat in de kolom aan de rechterkant van deze pagina.

Het aan de workshop ten grondslag liggende artikel over de verschillende manieren waarop in de stoffen-kaders PBT-stoffen beoordeeld worden is inmiddels gepubliceerd (Moermond et al., 2012. Integr Environ Assess Manag 8 (2): 359-371)

Naar boven

PBT discussiepunten

Tijdens de PBT workshop zijn een aantal PBT-gerelateerde discussiepunten geïnventariseerd. Door het RIVM zijn deze discussiepunten verder uitgewerkt in een discussiepunten-document, te vinden via een link aan de rechterzijde van deze pagina. Dit document vormt een eerste aanzet tot een nationale discussie en geeft aan hoe het PBT-team van het RIVM deze discussiepunten op wenst te pakken. Indien er door bepaalde kaders al een oplossingsrichting wordt ingegeven dan staat dit ook aangegeven, echter, het overzicht is nog niet compleet en uitdrukkelijk een 'levend document' met ruimte voor input van andere experts en stakeholders. Uw bijdrage en commentaar wordt ten zeerste op prijs gesteld.

Naar boven

IJsbeer

Prioritering POP’s / PBT’s

door Theo Traas

Binnen het kader van het Verdrag van Stockholm over persistente organische verontreinigingen (POP’s) kunnen partijen bij het verdrag voorstellen doen om stoffen toe te voegen. In het kader van REACH kunnen persistente, bioaccumulatieve en toxische stoffen (PBT's) worden geïdentificeerd via de zogenoemde Annex XV procedure. Inmiddels zijn er een aantal screeningmethoden ontwikkeld om potentiële POP's of PBT's te identificeren, meestal gebaseerd op QSAR berekeningen. Veel van deze methodes geven echter een ja/nee antwoord, terwijl voor prioritering van verder uitzoekwerk aan deze stoffen een meer genuanceerde indicator nodig is. Om die reden was er zowel vanuit POP als REACH kader behoefte aan een methodiek die snel laat zien hoe sterk de geschatte POP/PBT eigenschappen van een stof zijn en hoe deze zich verhoudt tot bekende POP's of PBT's.

Het eerste doel van de vorig jaar afgeronde RIVM studie was dan ook om een methode te ontwikkelen die een inzichtelijke prioritering mogelijk maakt, gebaseerd op geschatte eigenschappen op basis van hun chemische structuur. De methode berekent een score tussen 0 en 1 voor persistentie (P) en bioaccumulatie (B) voor een bepaalde stof die opgeteld kan worden tot een gecombineerde PB score.
Het tweede doel van de studie was om een screening te doen van een grote set van bestaande verbindingen, leidend tot een lijst van geprioriteerde stoffen met POP/PB(T) eigenschappen. Hieruit kunnen stoffen voor nadere studie worden geselecteerd. De lijst werd samengesteld uit commercieel relevante stoffen vanuit industriële chemicaliën, pesticiden, biociden en farmaceutica. In totaal werd voor circa 65.000 stoffen een structuur toegekend op basis waarvan de stoffen gerangschikt konden worden op PB score.

De nieuw ontwikkelde methodiek werd succesvol geverifieerd aan de hand van bestaande POP, PBT en vPvB stoffen. De continue PB score  tussen 0 en 2 maakt het mogelijk om snel stoffen met een hoge potentie voor PBT of POP eigenschappen te onderscheiden van stoffen met een lage kans op POP of PBT eigenschappen. In de PBT werkgroep van ECHA onder REACH is de methode al gebruikt en uitgebreid met een indicator voor het toxiciteitscriterium (T). Daarnaast zou een uitbreiding op het gebied van long-range transport potential (LRTP) kunnen worden overwogen.

Naar boven

Nieuwe PBT-werkgroep onder ECHA

door Eric Verbruggen

Tot maart 2008 bestond de oude PBT-werkgroep, ressorterend onder de toenmalige technische commissie voor nieuwe en bestaande stoffen (TCNES). Met het in werking treden van REACH hield deze groep op te bestaan. Vervolgens werd duidelijk dat er nog steeds behoefte is aan een expert groep die zich bezig houdt met aan PBT gerelateerde zaken. Om die reden werd in november 2010 een bijeenkomst van een informele PBT groep in Berlijn georganiseerd. Een jaar later werd daar in Utrecht een vervolg aan gegeven. Kort daarop volgde het besluit van ECHA om weer een formele PBT werkgroep bijeen te roepen, wat resulteerde in een nieuwe PBT-werkgroep sinds begin van dit jaar, in eerste instantie vooral in het kader van REACH. Deze PBT werkgroep heeft een minder bindend en meer adviserend karakter dan de oude PBT-werkgroep. De doelstellingen zijn het selecteren en prioriteren van mogelijke PBT stoffen, het ontwikkelen van methodieken en richtlijnen voor het beoordelen van PBT stoffen en het geven van advies over teststrategieën en de beoordeling voor specifieke stoffen.

Naast PBT en vPvB (REACH artikelen 57d en 57e) zal de groep zich ook bezighouden met PBT-gerelateerde vragen omtrent stoffen die in aanmerking komen voor ‘equivalent concern’ (REACH artikel 57f). De PBT werkgroep zal er zorg voor moeten dragen dat de beoordeling van PBT stoffen consistent verloopt en dat de huidige stand van de wetenschap wordt meegenomen in de beoordelingsmethodieken.

De PBT werkgroep zal twee tot drie keer per jaar bij elkaar komen.

Naar boven

Industirële verontreiniging in landschap

ECETOC rapport

door Caroline Moermond

ECETOC (de wetenschappelijke non-profit organisatie van de industrie die zich richt op het gebied van risicobeoordeling van chemische stoffen voor mens en milieu) heeft onlangs een rapport uitgebracht getiteld "Refined Approaches for Risk Assessment of PBT/vPvB Chemicals". Dit rapport is te downloaden via de website van ecetoc.

In het rapport wordt een aantal methodes beschreven die gebruikt kunnen worden bij de risico-beoordeling van een stof met PBT-eigenschappen. Aan de hand van een aantal case-studies wordt geconcludeerd dat de methodiek hiervoor sterk afhangt van de stof in kwestie. Ook worden een aantal recente ontwikkelingen en mogelijkheden voor verder onderzoek beschreven. Mogelijk kunnen een aantal punten uit dit rapport ook worden meegenomen bij verdere discussies aan de hand van de discussiepunten-lijst (zie boven).

Naar boven

Screening POP eigenschappen alternatieven endosulfan

door Martien Janssen

Endosulfan is een gewasbeschermingsmiddel met een breed spectrum van toepassing. Tot 1989 was endosulfan in Nederland toegelaten, Europees is het gebruik in 2005 beëindigd. Wereldwijd was het na 2005 nog wel verkrijgbaar. In 2007 is door de Europese Commissie voorgesteld endosulfan aan het Verdrag van Stockholm toe te voegen als POP. Meer informatie is te vinden in:
http://gv-rivm/webeditor/index?page=8&fileid=rivmp:48563 en
http://chm.pops.int/Convention/ThePOPs/TheNewPOPs/tabid/2511/Default.aspx

Bij de daadwerkelijke toevoeging van endosulfan aan het Verdrag in 2011 is door een aantal partijen bedongen dat ook de alternatieven voor endosulfan worden gescreend op hun POP karakteristieken. Zij zijn erop beducht dat een stof die zij mogelijk invoeren als alternatief op een later moment ook wordt genomineerd als POP. Deze ontwikkeling is nieuw binnen het Verdrag en voor een gewasbeschermingsmiddel relatief gemakkelijk in kaart te brengen omdat informatie over alternatieven vrij simpel te verkrijgen zijn. De verschillende partijen en stakeholders konden tot eind 2011 informatie aanleveren over middelen die als alternatief voor endosulfan op verschillende crop/pest combinaties worden toegepast. Deze inventarisatie heeft geleid tot ruim 120 alternatieve gewasbeschermingsmiddelen wereldwijd, variërend van Abamectine to Zeta-cypermethrin. De alternatieven zijn gescreend op hun POP karakteristieken door gebruik te maken van de RIVM PB-screeningsmethode en door experimentele data voor deze alternatieven te analyseren. De rapportages hierover zullen in de loop van de zomer op de website van het verdrag worden geplaatst.
Er werd één stof als potentiële POP geïdentificeerd: dicofol. Van 22 stoffen wordt het niet waarschijnlijk geacht dat zij aan de POP criteria voldoen. Van de overige stoffen ontbraken te veel data om een heldere uitspraak te kunnen doen en is verder onderzoek nodig om uitsluitsel te geven.

Tarweveld

Naar boven

Interne reorganisatie RIVM

door Caroline Moermond

De werkzaamheden met betekking tot PBT beoordelingen vinden momenteel grotendeels plaats binnen het Stoffen Expertise Centrum (SEC). Per 1 januari 2013 zal dit centrum opgaan in het nieuwe centrum voor Veiligheid van Stoffen en Producten (VSP). Binnen dit centrum zullen met name de afdelingen Industriële Chemicaliën (IC) en MilieuRisico's van stoffen en producten (MR) zich bezig blijven houden met milieurisicobeoordelingen van stoffen binnen beleidskaders, zoals REACH, POPs, biociden, gewasbeschermingsmiddelen en geneesmiddelen. De PBT-activiteiten concentreren zich dan ook binnen deze twee afdelingen.

Naar boven

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / PBT-nieuwsbrief oktober 2012

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu