Rabiës, ook wel hondsdolheid genoemd, wordt veroorzaakt door een infectie met het rabiësvirus. Mensen kunnen besmet raken via een beet, krab of lik van een geïnfecteerd dier. Infectie is in veel gevallen dodelijk.
De tijd tussen besmetting en eerste ziekteverschijnselen is afhankelijk van een aantal factoren zoals de plek van de beet of kras en de hoeveelheid virus dat het lichaam binnenkomt. De eerste verschijnselen treden meestal 20 tot 60 dagen na besmetting op. De ziekte begint met niet-specifieke ziekteverschijnselen zoals rillingen, koorts, braken en hoofdpijn. In een later stadium treden hyperactiviteit, nekstijfheid, spierkrampen en verlamming op. Uiteindelijk leiden complicaties zoals slik- en ademhalingsproblemen tot de dood.
Het rabiësvirus komt met name voor bij honden, vleermuizen, vossen en katten. Het virus kan via het speeksel van een geïnfecteerd dier in het lichaam komen door een beet, krab of lik. Na een beet kan preventieve behandeling voorkomen dat het virus in het zenuwstelsel terecht komt. Preventieve behandeling is uitsluitend mogelijk voor aanvang van de ziekteverschijnselen. Onbehandelde rabiësinfecties zijn altijd dodelijk. Vaccinatie kan verstrekt worden aan risicogroepen zoals mensen die veelvuldig werken met vleermuizen of specifieke groepen reizigers naar gebieden waar rabiës veel voorkomt.
De afgelopen 40 jaar zijn er in Nederland 5 dodelijke gevallen van rabiës geweest. Al deze patiënten zijn besmet geraakt in het buitenland. In Nederland wordt een minder besmettelijke variant van het rabiësvirus regelmatig gedetecteerd in vleermuizen, hoewel dit nooit tot besmetting bij mensen heeft geleid.
Voor literatuurverwijzingen en meer informatie zie LCI-richtlijn Rabiës
Delen op: