Besmettingsroutes

Zoönosen kunt u op verschillende manieren oplopen. Hier vindt u een overzicht van de besmettingsroutes.

Ons voedsel

De voeding in ons land is veiliger dan ooit. Toch blijven er ziektes die je via het voedsel op kunt lopen. Het vergroten van de bekendheid van de risico’s is de belangrijkste manier om maatregelen te nemen en ziekte te voorkomen. Klik hier om naar de pagina over voedsel-overdraagbare infecties te gaan.

Wandelen en kamperen

Recreatie buitenshuis brengt behalve veel goeds ook een paar risico’s met zich mee. Dit komt doordat mensen vaker naar buiten gaan in het zomerseizoen, maar ook doordat de overbrengers van ziektes, zoals muggen, vliegen en teken, actiever zijn wanneer het warmer is.

Zwemmen

Wanneer het buiten warm genoeg is zwemmen veel mensen niet alleen in het zwembad, maar ook in rivieren, vennetjes en ander oppervlaktewater. In sommige recreatieplassen is wel enige controle op het voorkomen van ziekteverwekkers in het water, maar dit is niet overal het geval.

De zandbak

Zandbakken, in de achtertuin of in het park, zijn een fantastische speelplaats. Kleine kinderen steken echter vaak zand in hun mond. Ook wanneer ze boterhammen eten met ongewassen zandhanden krijgen ze zand binnen. In dat zand kunnen de eitjes of oöcysten van besmettelijke ziektes, zoals Toxocara canis (spoelwormen van honden), Toxocara cati (spoelwormen van katten), of Toxoplasma zitten.

De (kinder)boerderij

De kinderboerderij is de plek bij uitstek waar kinderen met dieren in aanraking komen. Dit is uitermate leerzaam, zeker voor kinderen die op andere wijze niet met dieren in contact komen. Kinderen leren de verschillende dieren kennen, leren ervoor te  zorgen, en overwinnen eventuele angsten in de omgang met dieren. Het is daarom zeker niet de bedoeling om de kinderboerderij te vermijden, wel is het goed om te weten welke ziektes kinderen eventueel kunnen oplopen door het bezoek aan de kinderboerderij, en hoe dit te vermijden is. Welke ziektes dit zijn wordt uitgebreid beschreven in hoofdstuk 4.3 van de Staat van Zoönosen 2015.

Huisdieren

Ongeveer 55 procent van de Nederlandse huishoudens heeft een of meerdere huisdieren. Dit zijn in totaal bijna twee miljoen honden, ruim drie miljoen katten, bijna twee miljoen konijnen, vijf miljoen vogels, 19 miljoen vissen en een kwart miljoen amfibieën en reptielen (bron: ministerie van EL&I).
Wanneer een huisdier ziek wordt, is dat meestal alleen vervelend voor het dier zelf en voor zijn soortgenoten. Echter, een aantal ziektes zijn ook overdraagbaar van (huis)dier op mens.

Op reis

Buiten Nederland zijn er vele soorten zoönosen aanwezig. Reizigers naar verre landen denken er vaak wel aan om zich bij de GGD te informeren over de mogelijke risico’s en de bestaande middelen ter preventie van ziekte. Het is echter binnen Europa ook goed te bedenken dat er andere dieren en andere ziektes voorkomen. Klik hier om direct naar de pagina over reizigersziekten te gaan.

Risicogroepen

Mensen uit risicogroepen hebben ofwel meer last wanneer ze een zoönose oplopen (de ‘YOPI’s’: jonge kinderen, ouderen, zwangere vrouwen en immuungecompromitteerden), ofwel ze lopen beroepshalve meer risico door meer contact met dieren of dierlijke producten om een zoönose op te lopen dan mensen van andere beroepen.
 

 

Home / Onderwerpen / Z / Ziek door dier / Besmettingsroutes

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu