Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ga naar hoofdmenu / zoeken

Kosten van Ziekten

www.kostenvanziekten.nl

  • Kosten naar diagnose
  • Kosten naar leeftijd
  • Kosten naar geslacht
  • Kosten naar sector
  • Kosten naar zorgfunctie
  • Kosten naar financiering
  • Cijfers
  • Kosten van Ziekten in Nederland 2005

    Website over de kosten van de Nederlandse gezondheidszorg

    In 2005 werd in Nederland 68,5 miljard euro aan de gezondheidszorg uitgegeven, hetgeen overeenkomt met ongeveer 13,5% van het bruto binnenlands product. Per inwoner gaat het om een bedrag van 4.200 euro. Op deze website vindt u informatie over hoe deze zorgkosten samenhangen met kenmerken als ziekte, leeftijd en geslacht, het aanbod van zorg (sectoren en zorgfuncties) en de financiering van de zorg.

    Toelichting

    27 juni 2008

    Informatie over kosten van ziekten in Nederland

    In 2008 is wederom een Kosten van Ziektenstudie uitgevoerd, voor het peiljaar 2005. Doel van deze studie en van deze website is een beschrijving te geven van de zorgkosten van 2005 uitgesplitst naar enerzijds gebruik van zorg (ziektediagnose, leeftijd, geslacht) en anderzijds naar aanbod van zorg (sector, zorgfunctie en financieringsvorm). De website bestaat uit twee delen:

    • Een beschrijvend deel waarin een globale beschrijving wordt gegeven van de zorgkosten in 2005.
    • Een interactief deel waar gebruikers zelf hun eigen kostentabellen kunnen samenstellen, en ook grafieken kunnen maken, voor de peiljaren 2005 en 2003..

    Start
    Klik op het logo om te starten

    Gemaakt in opdracht van

    Logo VWS

    Start de Kosten van Ziekten site

     

    Product van het centrum Volksgezondheid Toekomst Verkenningen van het RIVM in samenwerking met o.a.:

    erasmusMC


    logo_cbs


    4 april 2008

    Cost of Illness in the Netherlands

    According to the System of Health Accounts of the OECD, the Netherlands spent 47.7 billion euro on health care in 2005 , which is equivalent to 9.4% of the Gross National Product or on average 2,900 euro per inhabitant. According to Dutch national estimates the amount spent on healthcare was much higher: about 68.5 billion euro. The study 'Cost of Illness in the Netherlands 2005' explains among other things why national and international estimates differ so much for the Netherlands.

    The main goal of our study is to determine the demands on health care resources caused by disease, age and gender and to demonstrate the importance of the perspective on health expenditure (national versus international). We report our results in six dimensions: health care provider, health care function, source of finance, age, gender and disease.

    On this moment one report of the study is published in English:

    The other reports are published in Dutch. However we do provide an English summary in our Dutch reports, which can be downloaded:

    Available august 2008:

    This site has been funded by:

    Logo VWS

    It also possible to query and download our data in full detail. The perspective used on this interactive site is the System of Health Accounts of the OECD. For more information on querying: How to create a table or graph? :

    Create tables/graphs.

    More information about the methodology used in the Dutch cost of illness study can be found in our draftt guidelines for conducting a COI study. These are based on our 2003 COI study and have been commisioned by the OECD:

    A product of the center for Public Health Forecasting of the National Institute for Public Health and the Environment (RIVM) in collaboration with.:

    erasmusMC


    logo_cbs


    19 juni 2008
    Kosten van Ziekten in Nederland 2005
    Toelichting
    Hoe zijn zorgkosten afgebakend?


    Binnen de beschrijvingen op de website 'kosten van ziekten' worden de Zorgrekeningen van het CBS als afbakening van de kosten genomen. Enerzijds omdat dit een zeer brede definitie van zorg is, waaruit andere definities makkelijk kunnen worden afgeleid, anderzijds omdat het een stabiele definitie is, wat kostenvergelijkingen tussen verschillende jaren mogelijk maakt. Naast de zorgrekeningen zijn er echter andere perspectieven op zorgkosten mogelijk. In dit document wordt nader op de voors en tegens van de perspectieven ingegaan.


    Drie perspectieven op zorgkosten

    Over de uitgaven aan zorg zijn verschillende cijfers in omloop. Welk cijfer wordt gepresenteerd hangt namelijk af van het perspectief waaruit de zorgkosten worden belicht. Staat volledigheid centraal? Wordt vergelijkbaarheid met andere landen beoogd? Of gaat het om de zorguitgaven waarvoor de minister verantwoording aflegt aan de Tweede Kamer?

    Voor Nederland zijn drie perspectieven relevant die in de studie Kosten van Ziekten in Nederland 2005 naast elkaar worden gehanteerd, namelijk de Zorgrekeningen (ZR), het Budgettair Kader Zorg (BKZ) en het System of Health Accounts (SHA). Alle zorgkosten, of het nu gaat om de kosten naar diagnose, sector of leeftijd, kunnen vanuit deze perspectieven in beeld worden gebracht. Wat houden deze perspectieven in en om welke kostenbedragen ging het in 2005?


    Zorgrekeningen: € 68,5 miljard

    De Zorgrekeningen van het CBS beogen een volledig, samenhangend en consistent beeld te geven van de zorguitgaven. Het gaat om een brede definitie van zorg waartoe ook belangrijke delen van de welzijnszorg worden gerekend, inclusief kinderopvang Centraal in de Zorgrekeningen staan zogeheten actoren, dat zijn (groepen van) zelfstandige organisatorische eenheden, zowel vrije beroepsbeoefenaren als instellingen, die activiteiten uitoefenen op het terrein van de zorg. De uitgaven worden per actor berekend op basis van de totale omzet van alle activiteiten ongeacht of deze binnen of buiten het wettelijk vastgestelde verstrekkingenpakket vallen. De uitgaven aan apotheken omvatten dus ook de omzet van zelfzorggeneesmiddelen en andere producten die over de toonbank gaan, maar weer niet de kosten van geneesmiddelen die afgezet worden door apotheekhoudende huisartsen. Die vallen onder de actor huisartsen.

    De Zorgrekeningen hebben als belangrijk voordeel dat de tijdreeksen consistent zijn. Vergelijkingen tussen verschillende jaren worden niet gehinderd door verschillen in de afbakening van het terrein en de definities van actoren en kosten. Voor analyse van de kostenontwikkeling bieden de Zorgrekeningen tevens een uitsplitsing naar een prijs- en volumecomponent. Een ander voordeel is dat vanuit de Zorgrekeningen een eenduidige aansluiting op de internationaal gangbare definitie van het System of Health Accounts (SHA) kan worden gemaakt.

    Voor deze studie hebben wij gebruik gemaakt van de cijfers overeenkomstig de CBS publicatie gezondheid en zorg in cijfers( Van Hilten & Mares, 2007.) Ten opzichte van eerdere CBS-publicaties is het terrein van de Zorgrekeningen met name voor welzijn fors uitgebreid, ondermeer met de kosten van de WVG, de jeugdzorg en de asielopvang. Een groot deel van deze uitbreiding betreft niet-ziektegerelateerde kosten. Andere aanpassingen zijn het volledig meetellen in de Zorgrekeningen van de budgetten van een aantal grote onderzoeksinstituten (RIVM,NVI en VWA). Deze aanpassingen zijn door CBS met terugwerkende kracht verwerkt in de zorgrekeningen. Het terrein van de bedrijfsgezondheidszorg binnen de Zorgrekeningen is uitgebreid met reïntegratiebedrijven.

    In mei 2008 heeft het CBS een herziening van de ziekenhuiskosten over 2005-2007 doorgevoerd, welke niet meer in de Kosten van Ziektenstudie 2005 verwerkt kon worden. Deze herziening was nodig omdat besloten is de effecten van overfinanciering van ziekenhuiszorg welke samenhangen met invoering van de DBC-bekostiging in 2005 alsnog buiten beschouwing te (Persbericht CBS, 16 mei 2008) Een meer uitgebreide toelichting op de systematiek van de Zorgrekeningen is te vinden in de working paper zorgrekeningen 1998-2004 (Smit et al., 2006.).


    Budgettair Kader Zorg: € 46,5 miljard

    Het Ministerie van VWS bakent de zorgkosten af in termen van ministeriële verantwoordelijkheid. Centraal daarin staan begrotingsgefinancierde uitgaven, bijvoorbeeld op het terrein van de programmatische preventie, en het Budgettair Kader Zorg (BKZ) dat de zorg omvat die uit collectieve premies wordt gefinancierd. Daarbuiten vallen bijvoorbeeld de kosten van gemeentelijke gezondheidsdiensten, arbo-diensten en praktijken voor alternatieve gezondheidszorg. Wanneer in beleidsdocumenten over zorguitgaven wordt gesproken wordt vrijwel altijd het BKZ bedoeld. Het gaat dan in hoofdlijnen om de Zorgverzekeringswet en de AWBZ. Aanvullende verzekeringen worden niet tot het BKZ gerekend, evenmin als andere inkomsten van zorgaanbieders. In de KVZ-studie hanteren we het zogeheten 'bruto BKZ', dit is het BKZ inclusief de kosten voor gebruikers van zorg van wettelijk verplichte eigen bijdragen.

    In samenhang met de beleidsmatige achtergrond en de functie in de parlementaire besluitvorming en verantwoording kan de definitie van het BKZ van jaar op jaar in meer of mindere mate verschillen. Zo zijn in 2004 de mondzorg voor volwassenen en de fysiotherapie grotendeels uit het BKZ gehaald. Dat wil niet zeggen dat de kosten niet meer gemaakt worden, ze worden echter anders gefinancierd - buiten het BKZ om, bijvoorbeeld via aanvullende verzekeringen. Voor analyses van de kostenontwikkeling op is het BKZ daarom minder geschikt. Tevens is er daardoor geen vaste relatie met de Zorgrekeningen. Mede ten behoeve van deze studie heeft het CBS een eenduidige aansluiting gemaakt tussen Zorgrekeningen en het BKZ voor de peiljaren 2005, uitgaande van de realisatiecijfers volgens de jaarverslagen 2004 en 2006 van het ministerie van VWS.


    System of Health Accounts: € 47,7 miljard

    De OECD verzamelt ten behoeve van internationale vergelijkingen gegevens over gezondheid en zorg in haar lidstaten. Deze worden ingedeeld volgens het System of Health Accounts (SHA) dat uitgaat van zorgfuncties.(OECD, 2000a) Deze functies beperken zich tot alles wat met genezing en verpleging te maken heeft. Verzorging wordt door de OECD niet tot het terrein van de gezondheidszorg gerekend. Dit betekent dat het merendeel van de kosten van de Nederlandse gehandicaptenzorg, verzorgingshuizen en thuiszorg niet wordt meegeteld in de OECD-cijfers. Anders dan het BKZ omvat het SHA wel de kosten van onder andere de openbare gezondheidszorg, tandheelkundige zorg voor volwassenen, arbo-diensten en alternatieve geneeswijzen. Maar voor niet-zorg activiteiten, zoals onderwijs in academische ziekenhuizen en andere inkomsten van zorgaanbieders, hanteert de SHA weer wel hetzelfde uitgangspunt als het BKZ, namelijk dat deze kosten niet tot de zorguitgaven worden gerekend


    Drie soorten verschillen

    Bovengenoemde perspectieven verschillen op drie manieren van elkaar. Wanneer zorgvoorzieningen vanuit het ene perspectief wel worden meegeteld maar vanuit een ander perspectief niet, zoals de GGD-en of de verzorgingshuizen, spreken we over terreinverschillen. Daarnaast zijn er ook definitieverschillen en allocatieverschillen. Bij een definitieverschil is er wel overeenstemming dat een bepaalde voorziening moet worden meegeteld, maar verschilt de mening over de hoogte van het bedrag. Zo worden in de Zorgrekeningen alle inkomsten van een actor meegeteld, dus bijvoorbeeld ook de onderwijsbijdrage die academische ziekenhuizen van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap ontvangen, terwijl het BKZ alleen naar het wettelijk budget kijkt. Bij een allocatieverschil verschilt alleen het inzicht waar de betreffende kosten geboekt moeten worden. Het bekendste voorbeeld betreft de uitgaven aan geneesmiddelen bij apotheekhoudende huisartsen. Deze kunnen als farmaceutische hulp worden verantwoord (BKZ), maar ook als omzet van huisartsen worden geboekt (ZR).


    23 juni 2008
    Kosten naar sector
    Toelichting
    Hoe zijn de sectoren samengesteld?


    De indeling in sectoren is gebaseerd op de Zorgrekeningen van het CBS. De zorgrekeningen delen de zorgsector in in 98 zogeheten actoren. Deze actoren zijn door het CBS gedefinieerd als '(groepen van) zelfstandige organisatorische eenheden die activiteiten uitoefenen op het terrein van de zorg, zoals ziekenhuizen, huisartsen, verpleeghuizen en thuiszorginstellingen'. De actor-benamingen zijn voor 81 actoren overgenomen uit de Working paper Zorgrekeningen 1998-2004 (Smit et al., 2005). In 2007 heeft het CBS het aantal actoren met 17 uitgebreid, ter opvulling van de zogeheten witte vlekken in de Zorgrekeningen: een groep van vooral welzijnsuitgaven die nog niet waren opgenomen in de zorgrekeningen. Deze aanvulling is met terugwerkende kracht vanaf 1998 doorgevoerd. De benaming voor deze nieuwe actoren is overgenomen van een door CBS aan RIVM verstrekte beschrijving van deze uitbreiding. Een summiere beschrijving van de nieuwe actoren is opgenomen in hoofdstuk 7 van Gezondheid en zorg in cijfers (Centraal Bureau voor de Statistiek, 2007). Iedere sector binnen de Kosten van Ziektenstudie is samengesteld uit één of meer actoren. Een actor is altijd maar in één sector opgenomen. De kosten van een sector zijn dus altijd gelijk aan de som van de kosten van de actoren in die sector. In sommige sectoren is nog een verdeling in subsectoren gemaakt.

    Hieronder volgt een beschrijving van de sectoren en hun actoren beschreven volgens de Zorgrekeningen van het CBS:


    Openbare gezondheidszorg en preventie

    De sector openbare gezondheidszorg en preventie is samengesteld uit acht actoren. Deze zijn over drie subsectoren verdeeld.

    Gemeentelijke gezondheidsdiensten

    • Gemeentelijke gezondheidsdiensten

    Bevolkingsonderzoeken

    • Instellingen voor baarmoederhalskankeronderzoek
    • Instellingen voor borstkankeronderzoek

    Overige openbare gezondheidszorg

    • Bureau's voor sexueel overdraagbare aandoeningen
    • Centra voor erfelijkheid
    • Nederlands Vaccin Instituut (NVI)
    • Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM)
    • Voedsel- en Waren Autoriteit (VWA)

    Eerstelijnszorg

    De sector eerstelijnszorg is samengesteld uit zestien actoren. Deze zijn over vijf subsectoren verdeeld.

    Huisartsenzorg

    • Gezondheidscentra
    • Huisartsenlaboratoria
    • Huisartsenpraktijken

    Mondzorg

    • Mondhygiënistenpraktijken
    • Tandartsen
    • Tandtechnische werkplaatsen

    Verloskundigenpraktijken

    • Verloskundigenpraktijken

    Fysiotherapie

    • Fysiotherapeutenpraktijken

    Overige eerstelijnszorg

    • Cesarpraktijken
    • Diëtistenpraktijken
    • Ergotherapeutenpraktijken
    • Logopedistenpraktijken
    • Mensendieckpraktijken
    • Podotherapeutenpraktijken
    • Praktijken van psychologen
    • Sportmedische adviescentra

    Ziekenhuiszorg en medisch specialistische zorg

    De sector ziekenhuiszorg en medisch specialistische zorg is samengesteld uit elf actoren. Er is geen indeling in subsectoren.
    • Academische ziekenhuizen
    • Algemene ziekenhuizen
    • Asthmakliniek Davos
    • Categorale ziekenhuizen
    • Gevangenis ziekenhuizen
    • Kaakchirurgen
    • Medisch specialistenpraktijken
    • Medische laboratoria
    • Oncologische en radiotherapeutische instituten
    • Orthodontisten
    • Zelfstandige trombosediensten

    Ouderenzorg

    De sector ouderenzorg is samengesteld uit vijf actoren. Er is geen indeling in subsectoren.

    • Gezinshuishoudingen verpleging en verzorging
    • Thuiszorginstellingen
    • Verpleeghuizen
    • Verpleegkundigenpraktijken
    • Verzorgingshuizen

    Gehandicaptenzorg

    De sector gehandicaptenzorg is samengesteld uit vijf actoren. Er is geen indeling in subsectoren.

    • Doventolken
    • Gezinshuishoudingen gehandicapten
    • Instellingen geïntegreerde gehandicaptenzorg
    • Instituten voor blindengeleidehonden
    • MEE-organisaties

    Geestelijke gezondheidszorg

    De sector geestelijke gezondheidszorg is samengesteld uit drie actoren. Er is geen indeling in subsectoren.

    • Instellingen geïntegreerde geestelijke gezondheidszorg
    • Vrijgevestigde psychiaters
    • Vrijgevestigde psychotherapeuten

    Genees- en hulpmiddelen, lichaamsmaterialen

    De sector genees- en hulpmiddelen, lichaamsmaterialen is samengesteld uit tien actoren. Deze zijn over vier subsectoren verdeeld.

    Geneesmiddelen

    • Leveranciers geneesmiddelen

    Hulpmiddelen

    • Apotheken hulpmiddelen
    • Medische speciaalzaken
    • Orthopedisch schoenmakers
    • Overige fabrikanten hulpmiddelen

    Brillen,lenzen, gehoorapparaten

    • Audiciëns
    • Audiologische centra
    • Opticiëns

    Lichaamsmaterialen

    • Bloedbanken
    • Eurotransplant

    Ambulancezorg en vervoer

    De sector ambulancezorg en vervoer is samengesteld uit zes actoren. Deze zijn over twee subsectoren verdeeld.

    Ambulancezorg

    • Ambulancediensten
    • CPA-en (onafhankelijk)
    • CPA-en (samenwerkend)
    • GGD-ambulancediensten

    Vervoer

    • Gezinshuishoudingen ziekenvervoer
    • Taxibedrijven

    Overige zorgaanbieders

    De sector overige zorgaanbieders is samengesteld uit negen actoren. Deze zijn over twee subsectoren verdeeld

    Bedrijfsgezondheidszorg en arbo-diensten

    • ARBO-diensten (adviesdiensten)
    • ARBO-diensten (intern)
    • ARBO-diensten (zelfstandig)
    • Reïntegratiebedrijven

    Andere aanbieders van zorg

    • Abortusklinieken
    • Medische diensten defensiepersoneel
    • Praktijken voor alternatieve gezondheidszorg
    • Privéklinieken
    • Zorgaanbieders in het buitenland

    Beheer

    De sector beheer is samengesteld uit vijf actoren. Er is geen indeling in subsectoren.

    • Beheerscolleges algemeen
    • Beheersorganisaties AWBZ
    • Beheersorganisaties overheid
    • Beheersorganisaties particuliere verzekering
    • Beheersorganisaties ziekenfondswet

    Welzijnszorg

    De sector welzijnszorg is samengesteld uit negentien actoren. Deze zijn over vijf subsectoren verdeeld.

    Kinderopvang

    • Gezinshuishoudingen kinderopvang
    • Kinderopvangcentra

    Jeugdzorg

    • Instellingen voor jeugdzorg

    Maatschappelijke opvang

    • Asielzoekerscentra
    • Instellingen voor algemeen maatschappelijk werk
    • Instellingen voor specifiek maatschappelijk werk
    • Medische kindertehuizen
    • Medische kleuterdagverblijven
    • Opvanghuizen

    Maatschappelijke ondersteuning

    • Wet voorzieningen gehandicapten

    Overig welzijn

    • Adviesorganen school- en beroepskeuze
    • Brede welzijnsinstellingen
    • Exploitatie van wijkcentra en jeugdgebouwen
    • Instellingen voor sociaal cultureel werk
    • Instellingen voor welzijn ouderen
    • Overige instellingen voor maatschappelijk advies en informatie
    • Overige internaten
    • Overkoepelende organen + samenwerkings- en adviesorganen + fondsen
    • Zelfhulpgroepen + patiëntenverenigingen en ouderverenigingen

    19 juni 2008
    Kosten van Ziekten in Nederland 2005
    Toelichting
    Hoe zijn de diagnosegroepen samengesteld?

    Leidraad bij de indeling in diagnosegroepen is de International Classification of Diseases (ICD) van de WHO (WHO, 1977 ).Wij gebruiken ICDversie 9 omdat deze nog veel gebruikt wordt in de Nederlandse zorgregistraties, met name in de ziekenhuizen. We onderscheiden achttien hoofddiagnosegroepen, verdeeld in één of meer subdiagnosegroepen. Kosten zijn steeds zo specifiek mogelijk per diagnose- of subdiagnosegroep toegewezen. Indien wel bekend is bij welke hoofddiagnosegroep de kosten horen, maar niet bij welke subdiagnosegroep, dan zijn de kosten toegewezen aan zogeheten restgroepen binnen iedere hoofddiagnosegroep. Iedere hoofdgroep bevat nul, één, soms twee van deze restgroepen, waarvan de naam begint met 'overige ..'. Een voorbeeld is de diagnose glaucoom, waarvoor geen aparte subdiagnosegroep bestaat binnen de hoofddiagnosegroep Zenuwstelsel en zintuigen. De kosten voor glaucoom zijn dus opgenomen in de restgroep overige Oogziekten.


    Infectieziekten en parasitaire ziekten

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Infecties maag-darmkanaal

    001-009

    Tuberculose

    010-018, 137

    Meningitis

    036, 047, 320-322

    Sepsis

    038

    HIV/AIDS

    042-044

    Sexueel overdraagbare aandoeningen

    054, 078, 090-099

    Hepatitis

    070, 573.1

    Overige infectieziekten

    019-035, 037, 039-041, 045-046, 048-053, 055-069, 071-077, 079-089, 100-136, 138-139, v01-v07, v73-v75


    Nieuwvormingen (kanker)

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Slokdarmkanker

    150

    Maagkanker

    151

    Dikke darm- en endeldarmkanker

    153-154

    Alvleesklierkanker

    157

    Longkanker

    162

    Borstkanker

    174

    Baarmoederhalskanker

    180

    Ovariumkanker

    183

    Prostaatkanker

    185

    Overige kankers geslachtsorganen

    179, 181-182, 184, 186-187

    Blaas- en nierkanker

    188-189

    Non-Hodgkin lymfomen

    200, 202

    Overige lymfe- en bloedkankers

    201, 203-208

    Overige kankers

    140-149, 152, 155-156, 158-161, 163-172, 175-178, 190-199, 209, v76

    Goedaardige nieuwvormingen geslachtsorganen

    217-222

    Overige goedaardige nieuwvormingen

    173, 210-216, 223-239


    Endocriene, voedings en stofwisselingsziekten

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Diabetes mellitus inclusief diabetische complicaties

    250, 357.2, 362.0, 581.8, 582.8, 583.8

    Overige endocriene, voedings- en stofwisselingsziekten

    240-249, 251-279, V77


    Bloed en bloedvormende organen

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Ziekten van bloed en bloedvormende organen

    280-289, V78


    Psychische stoornissen

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Dementie

    290, 311

    Schizofrenie

    295

    Psychotische stoornissen exclusief schizofrenie

    297-298

    Depressie

    296, 300.4

    Angststoornissen

    300.0, 300.10-300.15, 300.2-300.3, 300.5, 308, 309.8

    Persoonlijkheidsstoornissen

    300.16-300.19, 301

    Alcohol en drugs

    291-292, 303-305

    Overige psychische stoornissen

    293-294, 299, 300.6-300.9, 302, 306-307, 309.0-309.7, 309.9, 310, 312-316, v79

    Verstandelijke handicap, inclusief syndroom van Down

    317-319, 758.0


    Zenuwstelsel en zintuigen

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Ziekte van Parkinson

    332

    Multiple sclerose

    340

    Epilepsie

    345

    Cataract

    366

    Refractie- en accomodatiestoornissen

    367

    Blindheid en slechtziendheid

    369

    Ooglid aandoeningen

    373-374

    Overige oogziekten

    360-361, 362.1-362.9, 363-365, 368, 370-372, 375-379

    Gehoorstoornissen

    380-389

    Overige aandoeningen zenuwstelsel en zintuigen

    323-331, 333-339, 341-344, 346-356, 357.0-357.1, 357.3-357.9, 358-359, v80


    Hartvaatstelsel

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Hypertensie

    401-405

    Coronaire hartziekten

    410-414

    Hartfalen

    428-429

    Overige aandoeningen hart, inclusief longcirculatie

    390-398, 415-427

    Beroerte

    430-438

    Perifeer arterieel vaatlijden, inclusief aneurisma aorta

    440-448

    Overige aandoeningen vaatstelsel

    451-459


    Ademhalingswegen

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Bovenste luchtweginfecties

    460-466

    Longontsteking en influenza

    480-487

    Astma en COPD

    490-496

    Overige aandoeningen ademhalingswegen

    467-479, 488-489, 497-519


    Spijsverteringsstelsel

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Tandcariës

    521.0

    Paradontale afwijkingen

    523

    Tandeloosheid

    525.1

    Orthodontie

    V58.5

    Overige gebitsafwijkingen

    520, 521.1-521.9, 522, 524, 525.0, 525.2-525.9, 526-529

    Zweren van maag en twaalfvingerige darm

    531-534

    Appendicitis

    540-543

    Buikbreuken

    550-553

    Inflammatoire darmziekten

    555-556

    Overige darmziekten

    557-569

    Chronische leverziekte en -cirrose

    571

    Overige leverziekten

    570, 572, 573.0, 573.2-573.9

    Gal(blaas)ziekten

    574-576

    Overige aandoeningen spijsverteringsstelsel

    530, 535-537, 577-579


    Urogenitaal systeem

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Nefritis, nefrose

    580, 581.0-581.7, 581.9, 582.0-582.7, 582.9, 583.0-583.7, 583.9, 584-589

    Acute nier- en urineweginfecties

    590, 595, 597, 599.0

    Overige ziekten nieren en urinewegen

    591-594, 596, 598, 599.1-599.9

    Hyperplasie van de prostaat

    600

    Overige ziekten mannelijke geslachtsorganen

    601-608

    Ziekten van vrouwelijke geslachtsorganen

    610-627, 629

    Fertiliteitsproblemen bij de vrouw

    628, v26


    Zwangerschap, bevalling en kraambed

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Zwangerschap

    630-648, V22-V23

    Bevalling

    650-669, V20, V27, V30-V39

    Kraambed

    670-676, V24

    Anticonceptie

    v25


    Huid en subcutis

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Eczeem

    691-692

    Chronische huidzweren, inclusief decubitus en open been

    707

    Overige aandoeningen huid en subcutis

    680-690, 693-706, 708-709


    Bewegingsstelsel en bindweefsel

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Reumatoïde artritis

    714

    Artrose

    715

    Dorsopathieën

    720-724

    Osteoporose

    733.0-733.1

    Dérangement interne van de knie

    717

    Weke delen reuma

    725-729

    Overige aandoeningen bewegingstelsel en bindweefsel

    710-713, 716, 718-719, 730-732, 733.2-733.9, 734-739


    Congenitale afwijkingen

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Aangeboren afwijkingen centraal zenuwstelsel

    740-742

    Aangeboren afwijkingen hartvaatstelsel

    745-747

    Overige aangeboren afwijkingen, exclusief syndroom van Down.

    743-744, 748-757, 758.1-758.9, 759, v28


    Aandoeningen perinatale periode

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Vroeggeboorten

    765

    Problemen bij op tijd geborenen

    764, 768, 771

    Overige aandoeningen perinatale periode

    760-763, 766-767, 769-770, 772-779


    Symptomen en onvolledig omschreven ziektebeelden

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Symptomen en onvolledig omschreven ziektebeelden

    780-799


    Ongevalsletsel en vergiftigingen

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Schedel-hersenletsel

    800-801, 803-804, 850-854, 950-951

    Fracturen bovenste extremiteiten

    810-819

    Heupfractuur

    820-821

    Overige fracturen onderste extremiteiten

    822-829

    Oppervlakkig letsel

    910-924

    Overige letsels

    802, 805-809, 830-849, 855-909, 925-949, 952-999


    Nog niet toegewezen of niet ziektegerelateerd

    Diagnosegroep

    Definitie volgens ICD-9

    Nog niet toewijsbaar

    V10-V19, V21, V40-V57, V58.0-V58.4, V58.6-V58.9, V63-V64, V66-V68, V71-V72, V81-V82

    Niet ziektegerelateerd

    V59-V62, V65, V70


    19 juni 2008
    Kosten van Ziekten in Nederland 2005
    Toelichting
    Welke bronnen zijn gebruikt?

    De belangrijkste databronnen gebruikt binnen de studie zijn opgesomd in de tabel. De tabel is georganiseerd per sector. In de linker kolom staat de organisatie die de data verstrekt of gecompileerd heeft, in de rechterkolom wordt de specifieke bron (registratie, rapport) omschreven. Op deze website zijn gegevens voor twee peiljaren vermeld, 2003 en 2005. Gebruikte data hebben steeds betrekking op het beschreven peiljaar, tenzij expliciet een jaartal vermeld is bij de bron, dan is voor beide peiljaren dezelfde bron gebruikt. In dat geval zijn de leeftijds- en geslachtstoewijzing wel aangepast aan demografische veranderingen in de bevolking tussen 2003 en 2005. Sommige bronnen zijn zeer specifiek voor een sector, andere bevatten data die voor meerdere sectoren bruikbaar zijn.

    Organisatie

    Bron

    Openbare gezondheidszorg en preventie

    GGD

    GGD benchmark begroting 2003

    Erasmus MC

    LETB/LEBA

    CBS

    Bevolkingsstatistiek

    CBS

    Gezondheidsstatistisch Bestand (GSB)

    NVI

    Jaarverslag

    Eerstelijnszorg

    CBS

    POLS

    SFK

    SFK datawarehouse

    NIVEL

    LINH

    Erasmus MC

    Bevolkingsonderzoek naar borstkanker, opkomstcijfers

    Erasmus MC

    Bevolkingsonderzoek naar baarmoederhalskanker, opkomstcijfers

    Branchevereniging tandtechniek

    Productiecijfers tandtechniek 2003

    NIVEL

    Monitor verloskundige zorg en kraamzorg 2003

    NIVEL

    LiPZ

    CBS

    POLS

    NIVEL

    LINH

    NIVEL

    Landelijke enquête eerstelijnspsychologen 2002+2005

    NMT

    Peilstations

    MO-groep

    Madi-monitor 2003

    Ziekenhuiszorg en medisch specialistische zorg

    SFK

    SFK datawarehouse

    CBS

    Gezondheidsstatistisch bestand (GSB)

    Prismant

    LAZR

    Prismant

    LMR

    CBV

    Revalidatie Nederland

    Landelijke Databank Revalidatie 2003

    NIVEL

    LINH

    Geestelijke gezondheidszorg en maatschappelijke opvang

    CREMM 1999

    GGZ-Nederland

    Zorgis

    Federatie opvang 

    Figuren en cijfers 2002

    Genees- en hulpmiddelen, lichaamsmaterialen

    CBS

    POLS

    SFK

    SFK datawarehouse

    CVZ

    GIP

    CVZ

    Databank hulpmiddelen

    CBS

    Gezondheidsstatistisch bestand (GSB)

    Ambulancezorg en vervoer

    RIVM

    Steekproef Regionale Ambulance Voorzieningen

    RIVM

    Geconstrueerde dataset overig ziekenvervoer, diverse bronnen

    Overige zorgaanbieders

    CBS

    POLS

    CBS

    Gezondheidsstatistisch bestand (GSB)

    IGZ

    Jaarrapport afbreking zwangerschap

    Verpleging, verzorging en thuiszorg

    CAK

    Datawarehouse CAK intramurale/extramurale zorg

    Arcares

    LZV

    NIVEL

    Monitor verloskundige zorg en kraamzorg

    CVZ

    GIP

    Gehandicaptenzorg

    VGN

    Databestand Vraaggestuurde Bekostiging 2003

    CAK

    Datawarehouse CAK intramurale/extramurale zorg

    Welzijnszorg

    CBS

    Enquête welzijnswerk en kindercentra

    Beheer

    RIVM

    Naar ratio kosten binnen financieringstype verdeeld


    19 juni 2008
    Kosten van Ziekten in Nederland 2005
    Hoe hebben we de kosten verdeeld over ziekte, leeftijd en geslacht?

    De Nederlandse Kosten van Ziektenstudie (KVZ) is een voorbeeld van een generieke kostenstudie waarin de totale kosten van de gezondheidszorg (bekend uit nationale statistieken van het CBS) via een top-down benadering worden verdeeld over dimensies. Daar worden er zes van onderscheiden. Drie dimensies van de zorgvraag: de hoofddiagnose van de behandelde aandoening, leeftijd en geslacht van de patiënt. Ook het zorgaanbod is in drie dimensies onderscheiden: de sector die de zorg aanbiedt, de zorgfunctie die bediend wordt en de wijze van financiering van de kosten. De laatste twee dimensies komen in de studie slechts summier aan bod. Voor een uitgebreide engelstalige beschrijving van de methodiek wordt verwezen naar een paper uit 2007 dat door de auteurs van de Nederlandse Kosten van Ziektenstudie voor de OECD is gemaakt. Dit paper maakt gebruik van voorbeelden uit de KVZ-2003 studie.

    Draft guidlines Dutch Cost of Illness study

    Appendix V Draft guidelines Dutch Cost Of Illness study

    Een Nederlandstalige beschrijving van de methodiek is opgenomen in bijlage D van Kosten van Ziekten in Nederland 1999 - De zorgeuro ontrafeld.


    19 juni 2008
    Zelf tabellen en grafieken samenstellen
    Hoe maak ik zelf een tabel of grafiek met kosten van ziekten data? (2005)

    Er moeten zes stappen doorlopen worden bij het zelf maken van een tabel of grafiek. Deze worden kort toegelicht. Klik hier om direct naar het maken van tabellen en grafieken te gaan.

    1. Kies de dimensies van de tabel of grafiek

    De kosten van ziekten cijfers zijn beschikbaar in zeven dimensies: ziektediagnose, leeftijd, geslacht, zorgsector, zorgfunctie, financieringsbron en periode waarop kosten betrekking hebben (2003 of 2005). Standaard worden alleen de kosten over de periode 2005 weergegeven. In deze eerste stap bepaal je welke dimensies je tegen elkaar uit wilt zetten. Selecteer er twee als je een kruistabel wilt maken, of een lijn of staafgrafiek. Selecteer er een als je een eenkoloms-tabel of een taartgrafiek wilt maken. Het is ook mogelijk helemaal geen dimensie te kiezen. In dat geval wordt een simpele tabel met slechts een getal getoond. Wordt de optie 'geslacht als extra dimensie' gekozen, dan worden de kosten ook nog naar geslacht opgesplitst. Dit is alleen beschikbaar als geslacht nog niet is gekozen als dimensie.

    2. Kies een uitkomstmaat

    De kostencijfers kunnen op twee manieren worden weergegeven. Enerzijds als totaalkosten voor heel Nederland in het peiljaar, met als eenheid miljoen euro. Anderzijds als kosten per hoofd van de bevolking, in euro. Het tweede bedrag is berekend door de totale kosten te delen door het aantal inwoners waar deze kosten betrekking op hebben. Hoeveel inwoners dit zijn hangt af van de gemaakte selectie voor leeftijd en geslacht (zie stap 5). Maak je geen keuze in deze stap, dan krijg je standaard de totaalkosten te zien.

    3. Kies een perspectief op zorgkosten

    Bij het afbakenen van zorgkosten kunnen verschillende keuzes worden gemaakt. Die keuze wordt in deze stap gemaakt. Maak je geen keuze, dan worden kosten getoond volgens het perspectief van de Zorgrekeningen van het CBS. Dit is een brede definitie van zorgkosten, waaronder bijvoorbeeld ook alternatieve geneeswijzen, bedrijfsgezondheidszorg en betaalde kinderopvang vallen. Het is ook mogelijk de kosten te tonen volgens het Budgettair Kader Zorg (BKZ) van het Ministerie van volksgezondheid, welzijn en sport. Dit perspectief beperkt zich tot de zorgkosten waarover het ministerie verantwoording moet afleggen tegenover het parlement. Voor zorgverzekeringen betekent dit bijvoorbeeld dat alle kosten voor de basisverzekering wel mee genomen worden, maar niet de kosten waarvoor mensen zich vrijwillig bijverzekeren of die ze zelf betalen. Denk bijvoorbeeld aan de uitgaven voor brillen en contactlenzen, of de tandartszorg voor volwassenen. Een derde perspectief, het System of Health Accounts van de OECD gaat uit van een internationaal vergelijkbare definitie van zorgkosten, en verschilt van beide voorgaande definities. Het belangrijkste verschil met de Zorgrekeningen en het BKZ is dat een groot deel van de Nederlandse AWBZ-zorg internationaal niet als zorgkosten worden gezien. Dit perspectief is uitsluitend in een engelstalige versie beschikbaar. Een uitgebreidere toelichting op de perspectieven is te vinden in de publicatie 'Kosten van ziekten in Nederland 2003' (Slobbe et al., 2006).

    4. Kies een weergave van de kosten

    Standaard worden kosten weergegeven in lopende prijzen, wat wil zeggen dat de kosten worden getoond zoals ze in het betreffende jaar zijn gemaakt. Bij het vergelijken van de uitgaven over twee verschillende perioden kan het handig zijn om kosten in constante prijzen weer te geven, waarbij kosten voor verschillende perioden op eenzelfde prijsniveau worden weergegeven, er is dan gecorrigeerd voor prijsontwikkeling. Op de website zijn constante prijzen voor het prijsniveau 2005 beschikbaar. Voor de periode 2005 is de lopende prijs gelijk aan de constante prijs. Voor de periode 2003 is het verschil tussen lopende prijzen en constante prijzen 2005 gelijk aan de prijsontwikkeling tussen 2003 en 2005. Deze prijsontwikkeling verschilt per sector, en is gebaseerd op door CBS gemaakte schattingen van de prijsontwikkeling.

    Het CBS maakt deze schatting door eerst de volume ontwikkeling (gebaseerd op een groei of daling van de hoeveelheid geleverde zorg: aantal bezoeken aan huisarts, aantal ligdagen) voor een sector in kaart te brengen, en daarna de prijsontwikkeling af te leiden als het verschil tussen de totale kosten-ontwikkeling en de volume-ontwikkeling. De aldus berekende prijsontwikkeling staat dus los van de consumentenprijsontwikkeling, of de prijsontwikkeling van specifieke zorgproducten die niet direct als volume-maat gebruikt worden. Door deze methodiek komen de effecten van bijvoorbeeld substitutie van dure merkgeneesmiddelen door equivalente maar goedkope generieke middelen in de prijsontwikkeling terecht, evenals de kosten-effecten van substitutie van hoger gekwalificeerd personeel door lager gekwalificeerd personeel. In een aantal sectoren neemt het CBS dan ook prijsdalingen waarbij substitutie-effecten in het algemeen de belangrijkste verklaring vormen.

    5. Beperk desgewenst de selectie

    Op elk van de dimesies kan desnoods nog een selectie-filter worden toegepast, middels keuzelijstjes.

    Periode

    Het filter periode staat standaard op het meest recente peiljaar (2005) ingesteld. Het is ook mogelijk kosten voor een eerder peiljaar (2003) weer te geven. Is periode geselecteerd als rij of kolomdimensie in de tabel, dan kun je ook kiezen voor 'alles' en worden kosten over 2003 en 2005 weergegeven, zodat vergelijking mogelijk is.

    Diagnose

    Er kan trapsgewijs worden gefilterd op diagnose. Kies eerst een hoofdgroep van diagnose, en daarna indien gewenst een ziekte binnen deze hoofdgroep. Kiezen voor 'alles' heft het eerder gemaakte filter weer op.

    Sector

    Er kan trapsgewijs worden gefilterd op sector. Kies eerst een hoofdsector, en daarna indien gewenst een subsector. Niet alle sectoren kennen subsectoren. Kiezen voor 'alles' heft het eerder gemaakte filter weer op.

    Leeftijd

    Kies eerst voor een gewenste opdeling van leeftijd (in 2, 4, 8 of 21 klassen). Beperk daarna desgewenst de selectie tot een klasse binnen de geselecteerde opdeling. Kiezen voor 'alles' heft het eerder gemaakte filter weer op.

    Geslacht

    Filter desgewenst voor mannen en vrouwen apart. Kiezen voor 'alles' heft het eerder gemaakte filter weer op.

    Zorgfunctie

    Filter desgwenst voor een van de drie onderscheiden zorgfuncties. Kiezen voor 'alles' heft het eerder gemaakte filter weer op.

    Financiering

    Filter desgewenst voor een van de vier onderscheiden financieringsvormen. Kiezen voor 'alles' heft het eerder gemaakte filter weer op.

    6. Kies of je een tabel of grafiek wilt maken

    Bepaal door middel van keuze-knoppen of je een tabel of grafiek wilt maken. De knop selectie opheffen is voor het resetten van onder stap 1 t/m 5 gemaakte keuzes, en zet deze terug naar de beginwaarden. Een reeds gemaakte tabel of grafiek wordt gewist. De vormgeving van de tabel kan niet worden gewijzigd, die van de grafiek wel. Nadat een grafiek wordt gemaakt verschijnen een aantal extra keuzemogelijkheden. Zo kunnen series uit een grafiek worden weggelaten en het kleurenpalet of het grafisch formaat worden gewijzigd. Standaard worden alle series getoond, en is het grafisch standaard-formaat .png. Wijzigingen van de grafische weergave moeten worden bevestigd met de knop 'bijwerken'.

    Hoe kan ik mijn resultaten bewaren?

    Grafieken kunnen worden bewaard door met de muis boven de figuur te gaan staan en op de rechtermuisknop te klikken. De opslag mogelijkheid is een optie in het keuzemenu. Tabellen en de gegevens uit de grafieken kunnen worden opgeslagen via enkele extra keuzemogelijkheden die na het maken van de grafiek of tabel onderaan de figuur worden getoond. De gegevens worden opgeslagen in .csv formaat, dat in vrijwel alle spreadsheet-programma's verder kan worden bewerkt.

    Maak zelf een tabel of grafiek.


    Bronnen

    Literatuur

    Hilten O van, Mares AMHM (redactie). Gezondheid en zorg in cijfers 2007.  Voorburg/Heerlen: CBS, 2007.
    Hilten O van, Mares AMHM. Gezondheid en zorg in cijfers 2007.  Voorburg/Heerlen: CBS, 2007.
    OECD. A system of health accounts, version 1.0.  Parijs: OECD, 2000a.
    Slobbe LCJ, Kommer GJ, Smit JM, Groen J, Meerding WJ, Polder JJ. Kosten van Ziekten in Nederland 2003; Zorg voor euro's 1. RIVM-rapport nr. 270751010.  Bilthoven: RIVM, 2006.
    Smit JM, Freese MFC, Groen J. Working paper Zorgrekeningen 1998-2004.  Voorburg/Heerlen: CBS, 2005.
    Smit JM, Freese MFC, Groen J. Working paper Zorgrekeningen 1998-2004.  Voorburg/Heerlen: CBS, 2006.
    WHO, World Health Organization. International Classification of Diseases, injuries an causes of death, 9th revision.  Geneva: World Health Organization, 1977.