Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. Ga naar hoofdmenu / zoeken

Zorgbalans

www.gezondheidszorgbalans.nl

Hoe bereikbaar is acute en levensreddende zorg?

Kernbevindingen

De indicatoren
Stand van zaken
Informatievoorziening

24 mei 2006
Hoe bereikbaar is acute en levensreddende zorg?
De indicatoren
Waarom en hoe meten we de bereikbaarheid van acute zorg?

Waarom is bereikbaarheid van acute en levensreddende zorg belangrijk?

Te lang wachten op zorg kan kleine en grote gevolgen voor de patiënt hebben. Naarmate er meer op het spel staat, wordt (te) lang wachten op zorg als een groter probleem ervaren. In het Engelse taalgebied worden de nadelige gevolgen van te lang wachten van ernstig tot minder ernstig gerangschikt in death, disease, disability, discomfort en dissatisfaction.

Acute levensbedreiging en levensbedreiging op korte termijn spelen in de gezondheidszorg op veel plaatsen een rol: in de acute zorg, verloskundige zorg, (hart)chirurgie, oncologie, de acute geestelijke gezondheidszorg, bij orgaandonatie en bij rampen. In deze Zorgbalans wordt aandacht besteed aan twee onderdelen: de bereikbaarheid van de basisdiensten in de acute zorg (ambulances en spoedeisende hulp) en de vraag om orgaandonoren. Samen geven ze geen volledig beeld van de acute en levensreddende zorg. Ze kunnen wel als belangrijke signalen dienen. De basisdiensten in de acute zorg helpen jaarlijks een groot aantal mensen en het merendeel van alle mensen die acute zorg nodig heeft, heeft met deze diensten te maken. De behoefte aan orgaandonoren betreft een veel kleinere aantal mensen (circa 1.400), voor wie orgaandonatie van levensbelang is, die hoogtechnische zorg nodig hebben en die afhankelijk zijn van het aanbod van donororganen.

Geen haarscherpe scheidslijn

De scheidslijn tussen acute, levensreddende en reguliere zorg is niet overal haarscherp te trekken. Niet alle acute zorg betreft immers levensbedreigende omstandigheden en een belangrijk deel van de reguliere zorg, zoals de (hart)chirurgie en oncologie is gericht op patiënten die in levensbedreigende situaties verkeren. Levensbedreiging is meestal wel aan de orde bij de behoefte aan orgaandonatie. De bereikbaarheid van de reguliere zorg komt in paragraaf 3.4 aan de orde.

De acute zorg kan onderverdeeld worden in acute zorg die naar de patiënt toekomt (ambulance, traumahelikopter, verloskundige) en acute zorg waar de patiënt zelf naar toe gaat (SEH's, huisartsenposten). De afgelopen jaren wordt er aan gewerkt om de acute zorg zodanig te stroomlijnen dat een aaneensluitende kwaliteitsketen ontstaat. Terugkerende punten van aandacht zijn de reistijden van ambulances in geval de normtijd wordt overschreden, de bereikbaarheid van spoedeisende hulpdiensten van ziekenhuizen en de bereikbaarheid van huisartsenposten tijdens avond-, nacht-, en weekenddiensten (IGZ, 2004d).

Hoe we de bereikbaarheid van spoedeisende en levensreddende zorg vaststellen


24 mei 2006
Hoe bereikbaar is acute en levensreddende zorg?
Stand van zaken
Spoedeisende hulp


Ambulances in spoedeisende gevallen

8,2% van de ambulances in spoedeisende gevallen niet binnen 15 minuten ter plaatse

Per dag vinden gemiddeld 2.200 ambulanceritten plaats. In 2001 was ruim 60% van de ambulanceritten een spoedrit (A1- of A2-ritten), de overige zijn bestelde ritten (B-ritten). Ruim 40% bestaat uit A1-ritten.

Beleidsregels stellen dat een ambulance bij een spoedeisende situatie binnen 15 minuten na melding ter plaatse moet zijn. Het meest recente onderzoek naar het aantal overschrijdingen van deze norm is gebaseerd op gegevens uit 2001. In dat jaar was 8,2% van de ambulances in spoedeisende gevallen niet binnen 15 minuten ter plaatse (zie figuur 1). Partijen zelf vinden een jaarlijkse overschrijding van 3% tot 5% acceptabel, mits de oorzaak van incidentele aard is. Een vergelijking met voorgaande jaren of met latere jaren kan niet worden gemaakt als gevolg van verandering in registratiemethodiek. Vaak ontstaan overschrijdingen door een combinatie van factoren als onvoldoende beschikbaarheid, onvoldoende spreiding van standplaatsen en overmacht.

In onderzoek naar de spreiding van standplaatsen wordt de 15-minuten responstijd onderverdeeld in 2 minuten meld- en uitruktijd en 13 minuten rijtijd. In 2003 woonde in Nederland 7,2% van de bevolking (ruim 1,1 miljoen inwoners) in een gebied waar deze 13-minuten rijtijdnorm niet gehaald kon worden. In 2005 was dit percentage gedaald tot 5,6% van de bevolking (ruim 900.000 inwoners). Gebieden buiten 13-minuten bereik van een standplaats betreffen vooral dunbevolkte en grensgebieden.

Kijk voor meer informatie over spreiding van ambulancezorg ook eens in de Nationale Atlas Volksgezondheid

Figuur 1: Percentage spoedeisende ambulanceritten (A1-ritten) dat binnen een bepaalde responstijd ter plekke is, in 2001(Bron: Kommer et al., 2003).

Zorgbalans: figuur 3.3.1

Afstand tot spoedeisende hulpdienst

2% van bevolking woont meer dan half uur rijden van spoedeisende hulpdienst

Jaarlijks worden er naar schatting ruim 1.000.000 mensen na een ongeval, geweld of zelfbeschadiging geholpen op een afdeling voor spoedeisende hulp (SEH) van een ziekenhuis. Het gebruik van spoedeisende hulp is het grootst in de grote steden. In 2001 waren er 109 SEH-afdelingen, in 2005 waren dat er 106. Sluitingen worden opgevangen door andere SEH's in de directe omgeving.

De meeste mensen gaan op eigen gelegenheid naar een SEH toe. Voor een minderheid wordt de ambulance ingeroepen. Per privé auto kon in 2001 in theorie 99,2% van de Nederlandse bevolking een SEH binnen 30 minuten bereiken. Ongeveer 0,8% (128.000 mensen) woonde meer dan 30 minuten rijden verwijderd, vooral in dunbevolkte en afgelegen gebieden (RIVM, 2005c). In 2005 is dit toegenomen tot 2% (318.500 mensen) (zie figuur 2). Er zijn geen gegevens over feitelijke reistijden bekend.

Zie ook in Nationale Atlas Volksgezondheid: atlasReistijd naar ziekenhuis met afdeling spoedeisende hulp 2005

Figuur 2: Percentage inwoners dat in theorie binnen een bepaalde reistijd een spoedeisende hulpdienst van een ziekenhuis met de auto kan bereiken, in 2005 (Bron: RIVM, 2005c).

Zorgbalans: figuur 3.3.2

24 mei 2006
Hoe bereikbaar is acute en levensreddende zorg?
Stand van zaken
Huisartsenposten


Bereikbaarheid huisartsenposten

340.000 mensen langer dan half uur onderweg om huisartsenpost te bereiken

In Nederland is in twee jaar tijd (circa 2002-2004) een vrijwel landelijk dekkend netwerk van huisartsenposten ontstaan. De verwachting is dat het aandeel van de huisartsen in de spoedeisende hulp hierdoor verder zal toenemen (IGZ, 2004d).

De onevenwichtige spreiding van de huisartsenposten in sommige regio's (in 2003) kan tot een matige bereikbaarheid van de zorg leiden. Ongeveer 340.000 mensen moeten langer dan 30 minuten reizen. In de witte gebieden worden de avond-, nacht- en weekenddiensten nog verzorgd door samenwerkende huisartsen (zie figuur 1). In hoeverre een goede fysieke bereikbaarheid een rol speelt bij de keuze om óf naar een SEH te gaan, óf de huisartsenpost te bellen, is tot nu toe niet bekend (IGZ, 2004d).

Figuur 1: Berekende reistijd naar de eigen huisartsenpost per auto, in 2003 (Bron: RIVM, 2004g)a

Zorgbalans: figuur 3.3.3

a Zie voor meer informatie over deze kaart ook Nationale Atlas Volksgezondheid


Bellen naar huisartsenposten

11% van de spoedbellers naar huisartsenposten niet binnen 1 minuut deskundig geholpen

Eind 2004 bleek grote variatie te bestaan in de wachttijd van een patiënt die opbelde naar een huisartsenpost tot het moment waarop een opgeleide medewerker hem of haar te woord stond. Van de spoedoproepen werd 51% binnen 30 seconden en 89% binnen één minuut persoonlijk beantwoord. De inspectie achtte de telefonische bereikbaarheid van de huisartsenposten over het algemeen redelijk, maar is van mening dat er voldoende ruimte is voor verbetering. De inspectie achtte het onverantwoord dat 11% van de spoedoproepen niet persoonlijk binnen één minuut beantwoord wordt en 1% zelfs niet binnen vijf minuten (IGZ, 2005f).


24 mei 2006
Hoe bereikbaar is acute en levensreddende zorg?
Stand van zaken
Orgaandonoren

1.400 mensen wachtten op een donororgaan

Per 1 maart 2004 wachtten 1.381 Nederlanders op een donororgaan waarvan 1156 personen op een donornier en 225 personen op een ander orgaan (zie tabel 1). Per 31 december 2005 bedroeg het aantal wachtenden 1.426. Het aantal wachtenden verandert de afgelopen jaren dus weinig.

Ruim tweehonderd nierpatiënten sterven per jaar omdat ze niet op tijd een nieuw orgaan krijgen aangeboden. De gemiddelde wachttijd bedraagt 4,5 jaar. Per jaar zijn 225 bruikbare nierorganen voor transplantatie beschikbaar in Nederland (NSN, 2004).

39% Nederlanders in Donorregister

Het Donorregister kende in december 2003 4,9 miljoen registraties. Dit houdt in dat 39% van de Nederlandse bevolking boven de 18 jaar zijn wil in het register heeft laten registreren. Daarvan geeft 46% volledige en 8% gedeeltelijke toestemming (Friele et al., 2004).

Vergelijking met andere landen

Met dertien orgaandonaties per miljoen inwoners scoort Nederland het laagste vergeleken met negen andere West-Europese landen. Deze lage positie hangt sterk samen met het feit dat Nederland een relatief veilig land is waar betrekkelijk weinig verkeersongevallen plaatsvinden, waardoor er minder potentiële donororganen beschikbaar komen. Op het gebied van donorefficiëntie - het aantal daadwerkelijk gedoneerde organen per miljoen inwoners gedeeld door het donorpotentieel - scoort Nederland beter en behoort het tot de middenmoot (Coppen et al., 2002). Het feit dat in Spanje, het land met de hoogste donorefficiëntie, een groot aantal potentiële donororganen niet beschikbaar komt, duidt er op dat er nog aanzienlijke verbetering mogelijk is.

Tabel 1: Aantal Nederlandse patiënten dat wacht op orgaandonatie naar orgaan (Bron: NTS, 2005b).

1 maart 2004

1 maart 2005

Nier

1156

1143

Lever

127

156

Hart

35

37

Longen

63

85

Totaal

1381

1421


24 mei 2006
Hoe bereikbaar is acute en levensreddende zorg?
Informatievoorziening
Wat we niet weten over de bereikbaarheid van acute zorg

Geen gegevens over werkelijke reistijd naar spoedeisende hulpverlening

De beschikbare gegevens leveren een beeld op hoe snel het merendeel van de mensen met acute gezondheidsproblemen zelf spoedeisende hulpverlening kúnnen bereiken of door ambulances bereikt kúnnen worden. Ze leveren bovendien een beeld op hoe snel dit ook feitelijk het geval is voor wat betreft de reactie- en aanrijtijden van ambulances. Ze geven geen inzicht in hoe snel mensen zelf spoedeisende hulpverlening bereiken.

Ambulancegegevens verouderd

De analyses met betrekking tot de responstijden van ambulances hebben betrekking op 2001 en zijn dus gebaseerd op oude gegevens. De afgelopen jaren was er geen continuïteit in de informatievoorziening in de ambulancesector. De brancheorganisatie heeft in 2005 het initiatief genomen voor een vernieuwde landelijke registratie (AZN, 2005).

Verbeteringen in ketenzorg

De gepresenteerde gegevens geven geen overzicht van eventuele knelpunten in de afstemming tussen SEH's en huisartsenposten, het functioneren van de triage en de beschikbaarheid van dossiers op huisartsenposten. De komende jaren zal extra aandacht uitgaan naar de verbetering van de ketenzorg, de bereikbaarheid van alarmnummers en huisartsenposten en de kwaliteit van de spoedeisende hulp (IGZ, 2004d; IGZ, 2004e; IGZ, 2005f). Een volgende Zorgbalans zal aan die onderwerpen aandacht moeten besteden. Verschillende instanties, waaronder RIVM en NIVEL werken aan de ontwikkeling van valide indicatoren hiervoor.


Bronnen

Literatuur

AZN, Ambulancezorg Nederland. Jaarplan ambulancezorg 2006.  Zwolle: AZN, 2005.
Coppen R R, Marquet RL RL, Friele RD RD. Het donorpotentieel. Een vergelijking van het donorpotentieel in Nederland en 9 andere West-Europese landen.  Utrecht: NIVEL, 2002.
Friele RD, Gevers JKM, Coppen R, Janssen AJGM, Brouwer W, Marquet R. Tweede evaluatie Wet op de orgaandonatie.  Den Haag: ZonMw, 2004.
IGZ, Inspectie voor de Gezondheidszorg. Huisartsenposten in Nederland. Nieuwe structuren met veel kinderziekten.  Den Haag: IGZ, 2004d.
IGZ, Inspectie voor de Gezondheidszorg. Spoedeisende hulpverlening: Haastige spoed niet overal goed.  Den Haag: IGZ, 2004e.
IGZ, Inspectie voor de Gezondheidszorg. Telefonische bereikbaarheid huisartsenposten.  Den Haag: IGZ, 2005f.
Kommer GJ, Veen AA van der, Botter WF, Tan I. Ambulances binnen bereik. Analyse van de spreiding en beschikbaarheid van de ambulancezorg in Nederland. RIVM-rapportnr. 270556006.  Bilthoven: RIVM, 2003.
NSN, Nierstichting Nederland en Niervereniging Nederland. Brief aan kabinet: 59% meer orgaandonaties bij betere registratie.  Bussum: NSN, 2004.
NTS, Nederlandse Transplantie Stichting. www.transplantatiestichting.nl.   2005b.
RIVM, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Boven PF van. Reistijd tot huisartsenpost 2003. In: Volksgezondheid Toekomst Verkenning, Nationale Atlas Volksgezondheid.  Bilthoven: RIVM, 2004g.
RIVM, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Giesbers H. Reistijd naar ziekenhuis met afdeling spoedeisende hulp 2005.  Bilthoven: RIVM, 2005c.