Nationaal Kompas Volksgezondheid (www.nationaalkompas.nl)

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Nationaal Kompas Volksgezondheid
Roken
De determinant, gezondheidsgevolgen en oorzaken
Wat zijn de mogelijke gezondheidsgevolgen van roken?

In 2007 overleden bijna 20.000 mensen aan de gevolgen van roken

In 2007 overleden in totaal bijna 20.000 mensen ten gevolge van een aan roken gerelateerde aandoening (zie tabel 1). Roken is bij mensen boven de twintig jaar verantwoordelijk voor een groot deel van de sterfgevallen door longkanker (85% van de sterfgevallen door roken), COPD (78%) en een aantal vormen van kanker in het hoofdhalsgebied (75% tot 81%). Daarnaast is circa 21% van de sterfte aan coronaire hartziekten, 14% van de sterfte aan beroerte en 10% van de sterfte aan hartfalen te wijten aan roken (CBS Doodsoorzakenstatistiek, bewerkt door het RIVM).

Roken verhoogt kans op veel aandoeningen

Roken verhoogt vooral het risico op longkanker, strottenhoofdkanker, COPD, mondholte- en keelkanker en slokdarmkanker. Daarnaast is door roken het risico op veel andere aandoeningen verhoogd (zie tabel 2).
Rokers hebben bovendien een grotere kans op postoperatieve complicaties aan de ademhalingswegen en bij het helen van wonden. Ook is bij rokers het risico op allerlei luchtwegklachten groter, zoals verminderde longgroei, respiratoire symptomen (hoesten, slijm, piepen en ademnood), vroege achteruitgang in longfunctie en (moeite met het onder controle houden van) astma gerelateerde symptomen (Surgeon General, 2004). Tot slot kan roken het beloop van een ziekte ongunstig beïnvloeden; roken versnelt bijvoorbeeld bij patiënten met multiple sclerose de overgang naar een volgende ziektefase.

Roken heeft ook andere nadelen

Roken gaat ook gepaard met een slechtere kwaliteit van leven, meer ziekteverzuim en een hoger zorggebruik (Surgeon General, 2004). In vergelijking met andere leefstijlfactoren is de bijdrage aan de totale ziektelast bij roken hoog.
Er zijn uitzonderingen waarbij roken ook voordelen heeft voor de gezondheid. De ziekte van Parkinson en colitis ulcerosa komen bijvoorbeeld minder vaak voor bij rokers. Ook hebben zwangere vrouwen die roken een kleinere kans op pre-eclampsie (verhoogde bloeddruk met eiwitverlies via de urine) (Surgeon General, 2004). Dit weegt niet op tegen de vele nadelen van roken voor zowel moeder als kind.

Passief roken verhoogt risico op longkanker, hart- en vaatziekten en luchtwegklachten

Bij mensen die worden blootgesteld aan omgevingstabaksrook (passief roken) neemt het risico op longkanker met 20% tot 30% toe ten opzichte van mensen die niet aan tabaksrook worden blootgesteld (Gezondheidsraad, 2003c; Surgeon General, 2006). Ook is het risico op hart- en vaatziekten door roken naar schatting 20% tot 30% verhoogd.
Passief roken vergroot bij (vooral astmatische) volwassenen de kans op chronische luchtwegklachten (Gezondheidsraad, 2003c). Ook bij (astmatische) kinderen leidt passief roken tot een grotere kans op (ernstige) infecties en een hogere frequentie van luchtwegsymptomen. De verhoging van het risico varieert tussen de 20% en 50%, afhankelijk van de klachten, aard en mate van blootstelling en leeftijd van de kinderen. Ook kan passief roken negatieve effecten op de longfunctie van kinderen hebben, kan het leiden tot middenoorontsteking of tot verergering van astma.

Roken tijdens zwangerschap heeft diverse gevolgen voor het kind

Het roken van de moeder tijdens de zwangerschap verhoogt het risico op een vroeggeboorte en een kortere zwangerschap, een laag geboortegewicht en een vermindering van de longfuncties bij baby's (Hofhuis et al., 2002; Surgeon General, 2004).
Als aanstaande moeders meeroken met anderen (passief roken) hebben hun kinderen bij de geboorte een hoger risico op een laag geboortegewicht dan de kinderen van moeders die niet passief roken (Surgeon General, 2006). Volgens de Gezondheidsraad is het risico op een extreem laag geboortegewicht (<2500 gram) met 20-40% vergroot als de moeder tijdens de zwangerschap meerookt (Gezondheidsraad, 2003c). Ook verdubbelt passief roken tijdens de zwangerschap de kans op wiegendood (Surgeon General, 2006; Hofhuis et al., 2002). Als de baby na de geboorte wordt blootgesteld aan tabaksrook, vergroot dit eveneens de kans op wiegendood (Gezondheidsraad, 2003c).

Tabel 1: Aantal sterfgevallen bij volwassenen (20 jaar en ouder) die toe te wijzen zijn aan roken, uitgaande van acht 'aan roken gerelateerde aandoeningen', in 2007 (Bron: CBS Doodsoorzakenstatistiek, bewerkt door het RIVM).

Mannen

Vrouwen

Totaal mannen en vrouwen

Longkanker

5.830

2.491

8.320

COPD

3.128

1.864

4.992

Coronaire hartziekten

1.876

645

2.521

Beroerte (CVA)

765

583

1.348

Hartfalen

428

216

644

Slokdarmkanker

854

250

1.104

Strottenhoofdkanker

133

39

173

Mondholtekanker

319

101

419

Totaal

13.332

6.189

19.521

Hoe eerder iemand stopt met roken, hoe lager het sterfterisico

Hoe eerder een roker stopt met roken, hoe sterker het risico op voortijdige sterfte daalt. Een roker die voor het zestigste levensjaar stopt met roken, verlengt zijn leven gemiddeld met drie jaar. Bij stoppen voor het vijftigste jaar is dat zes jaar en voor het veertigste levensjaar negen jaar. Het sterfterisico wordt ook bepaald door de duur van het roken, het aantal sigaretten dat gerookt wordt en de diepte van het inhaleren van de rook (Bemelmans et al., 2005).

Gezondheidseffecten van stoppen met roken beginnen direct

Direct nadat een roker gestopt is met roken, daalt de bloeddruk en binnen 24 uur neemt de kans op een hartinfarct al af (Hilvering, 2005). Een jaar nadat de roker gestopt is, is de kans op coronaire hartziekten gehalveerd. Binnen vijf jaar is de kans op mondholte- of slokdarmkanker gehalveerd en is de snelheid van de achteruitgang van de longfunctie van een COPD-patiënt vergelijkbaar met een nooit-roker. Tussen de vijf en vijftien jaar na het stoppen is de kans op een beroerte afgenomen tot die van een nooit-roker. Na tien jaar is de kans op longkanker gedaald tot twee keer zo groot als bij een nooit-roker. Na vijftien jaar is de kans op een hartinfarct ongeveer gelijk aan die van de nooit-roker.

Tabel 2: Ziekten die vaker voorkomen bij rokers a dan bij niet-rokers (volgens voldoende bewezen verbanden), waar mogelijk uitgedrukt in het relatieve risico (RR) b, apart voor mannen en vrouwen weergegeven. Deze tabel is gebaseerd op: Surgeon General, 2004, door het RIVM bewerkt; Van Baal et al., 2006c; Hoogenveen et al., 2007, tenzij anders aangegeven in de voetnoten.

Ziekten waarvoor roken een risicofactor is

Mannen

Vrouwen

relatieve risico (bi)

opmerkingen

relatieve risico (bi)

opmerkingen

Longkanker

11,9 - 29,3

Hoogste RR bij 60-64 jarigen

7,9 - 16,3

Hoogste RR bij 45-49 jarigen

COPD

3,1 - 13,7

Hoogste RR bij 70-74 jarigen

2,3 - 9,1

Hoogste RR bij 65-69 jarigen

Slokdarmkanker

2,6 - 8,5

RR daalt met leeftijd

2,6 - 8,5

RR daalt met leeftijd

Strottenhoofdkanker

11,6

11,6

Mondholte- en keelkanker

3,9 - 7,4

Hoogste RR bij 55-59 jarigen

3,9 - 7,4

Hoogste RR bij 55-59 jarigen

Coronaire hartziekten (w.o. hartinfarct)

1,3 - 4,5

RR daalt met leeftijd

1,1 - 4,6

RR daalt met leeftijd

Hartfalen

1,3 - 1,7

RR daalt met leeftijd

1,3 - 1,7

RR daalt met leeftijd

Beroerte (CVA)

1,1 - 3,5

RR daalt met leeftijd

1,0 - 3,7

RR daalt met leeftijd

Blaaskanker

1,7 - 2,7

Hoogste RR bij 55-59 jarigen

1,7 - 2,7

Hoogste RR bij 55-59 jarigen

Maagkanker

1,0 - 1,5

Hoogste RR bij 55-59 jarigen

1,0 - 1,5

Hoogste RR bij 55-59 jarigen

Nierkanker

1,5 - 1,6

Hoogste RR bij 50-59 jarigen

1,5 - 1,6

Hoogste RR bij 50-59 jarigen

Alvleesklierkanker

1,2 - 2,5

RR daalt met leeftijd

1,2 - 2,5

RR daalt met leeftijd

Diabetes mellitus type 2 d

1,15

1,15

ziekten die vaker voorkomen bij rokers

Maagzweer f

Vrouwen: verminderde vruchtbaarheid

Vrouwen na menopauze: lage botdichtheid

Baarmoederhalskanker

Maagkanker

Acute leukemie

Subklinische atherosclerose

Aneurysma van de buikaorta

Acute ademhalingsziekten (w.o. longontsteking)

Heupfracturen

Periodontitis (vorm van parodontitis)

Staar

Maculadegeneratie c

Glaucoom c

Rectaal kanker (vorm van dikkedarmkanker) e

Ziekte van Crohn c

Ziekte van Alzheimer c

ziekten die mogelijk vaker voorkomen bij rokers

Multiple sclerose c

Reumatoïde artritis c

a Bij veel studies is niet alleen onderscheid gemaakt tussen rokers en niet-rokers, maar is ook het aantal pack years meegenomen: een maat voor het rookgedrag waarbij zowel de duur als de intensiteit van het roken is inbegrepen.

b De RR-schatting varieert met de leeftijd tussen de aangegeven ranges. Een relatief risico van 3,1-13,7 wil zeggen dat voor rokers de kans op de ziekte tussen de 3 en 14 keer zo groot is als de kans voor niet-rokers.

c De conclusie over dit verband is gebaseerd op literatuur, die te vinden is bij de betreffende ziekte (via de hyperlink)

d De conclusie over dit verband is gebaseerd op: Patja et al., 2005

e De conclusie over dit verband is gebaseerd op: Mizoue et al., 2006

f Dit geldt alleen voor rokers waarbij tevens de bacterie Helicobacter pylori aanwezig is