| Nationaal Kompas Volksgezondheid (www.nationaalkompas.nl) |
![]() |
|
![]() |
|
|
Depressieve stoornis Iemand heeft een depressieve stoornis volgens de DSM-IV (codes 296.2 en 296.3) wanneer hij of zij gedurende tenminste twee weken last heeft van ten minste vijf van de negen onderstaande symptomen. Van de twee kernsymptomen moet er minstens één aanwezig zijn:
Daarnaast dienen nog minimaal drie of vier overige symptomen aanwezig te zijn:
| Dysthymie Het belangrijkste kenmerk van dysthymie is volgens de DSM-IV (code 300.40) een chronisch depressieve stemming die het grootste deel van de dag aanwezig is, op meer dagen wel dan niet, gedurende tenminste twee jaar. Van dysthymie wordt gesproken als tenminste twee van de volgende symptomen lange tijd aanwezig zijn, gedurende 2 jaar voor volwassenen en 1 jaar voor kinderen. De symptomen mogen nooit langer dan 2 maanden afwezig zijn:
De symptomen mogen niet het gevolg zijn van de fysiologische effecten van alcohol of drugsgebruik of van een lichamelijke ziekte. Andere psychische stoornissen die de symptomen zouden kunnen verklaren worden uitgesloten. Onderscheid depressieve stoornis en dysthymie Dysthymie en depressie zijn zeer nauw verwant. Het onderscheid is in sommige gevallen nauwelijks te maken.
| ||
Depressie heeft grote gevolgen voor de kwaliteit van leven Mensen met depressie zijn vaak ernstig beperkt in hun sociaal- en maatschappelijk functioneren. Uit onderzoek met de SF-36 blijkt dat een depressie voor alle aspecten negatieve gevolgen heeft. Met name de vitaliteit, het sociaal functioneren, het rolfunctioren en de geestelijke gezondheid zijn ernstig aangetast (zie Tabel 1) (Bijl & Ravelli, 2000; Kruijshaar et al., 2003a). Kwaliteit van leven afhankelijk van de ernst en de duur Er is een relatief groot verschil tussen de kwaliteit van leven bij lichte en een ernstige depressie. De kwaliteit van leven neemt af met de ernst van de depressie (Kruijshaar et al., 2003a). In een symptoomvrije periode kan er angst zijn dat de klachten weer terugkomen. Als de depressieve periodes aanhouden kunnen die overgaan in een chronisch beloop. Dit komt vooral voor bij lichte depressies. Met de duur van de depressie neemt echter ook de kans op lichamelijke ziekten toe door het optreden van weerstandsdaling of zelfverwaarlozing. Jaar na ziekte nog steeds slechtere kwaliteit van leven Personen die al een jaar diagnosevrij zijn, geven nog steeds aan dat hun kwaliteit van leven minder is dan van personen die nooit depressie gehad hebben (Bijl & Ravelli, 2000). Waarschijnlijk is dit niet het gevolg van depressie in het verleden, maar betreft dit een groep personen die een labieler gesteldheid heeft dan anderen. Deze gesteldheid heeft zich vroeger in episodes van depressie geuit en heeft uiteindelijk een verminderde kwaliteit van leven tot gevolg (Weel-van Baumgarten, 2000). Depressie hoog op DALY-ranglijst Voor de hele Nederlandse bevolking is het verlies aan kwaliteit van leven door depressie vergelijkbaar met dat van enkele ernstige en veelvoorkomende somatische ziekten. Met 169.800 Disabilty-Adjusted Life-Years (DALY's) stond depressie in 2000 op de zesde plaats in een rangorde van 49 geselecteerde ziekten. Deze psychische ziekte staat daarmee vlak boven longkanker en diabetes mellitis. (Van Oers, 2002a). Bij de berekening van de DALY's worden drie cijfers gecombineerd:
Volgens de doodsoorzaken statistieken van het CBS leidt depressie vrijwel niet tot verloren levensjaren. In 2000 leden 407.700 mensen aan depressie. De wegingsfactor van depressie is 0,42 (zie ook Wat is de relatie tussen ziekten en kwaliteit van leven?): een patiënt met depressie verliest gemiddeld 42% van de kwaliteit van leven. Het totaal aantal DALY's voor depressie in Nederland kwam daarmee in 2000 op 407.700 x 0,42 = 169.800. | Tabel 1. Verschil in kwaliteit van leven (SF-36) tussen patiënten met depressie en de algemene populatie (18-64 jaar). Een verschil wijst op een slechtere kwaliteit van leven voor patiënten.
U kunt algemene informatie over kwaliteit van leven vinden op de pagina over gezondheid-gerelateerde kwaliteit van leven | |||||||||||||||||||
Beloop depressieve stoornis De depressieve stoornis heeft, als de persoon niet wordt behandeld, een wisselend en grillig beloop: (Bouvy & Nolen, 1998, Spijker, 2002; Weel-van Baumgarten, 2000)
Bovenstaande cijfers gelden niet voor mensen met depressie die in een ziekenhuis zijn opgenomen. Deze patiënten hebben over het algemeen ernstiger symptomen, grotere beperkingen in functioneren en meer kans op bijkomende ziektes dan andere mensen met een depressieve stoornis. Dit verklaart waarom de vooruitzichten voor hen slechter zijn, ook bij intensieve behandeling: (Judd, 1997a).
| Beloop dysthymie Dysthymie heeft meestal een chronisch beloop met een grote kans op terugval na herstel (Klein et al., 1998, Klein et al., 2000):
| ||