| Nationaal Kompas Volksgezondheid (www.nationaalkompas.nl) |
![]() |
|
![]() |
|
|
Bronnen Nederlands Tuberculose Register (NTR ) Tuberculose is een aangifteplichtige B-ziekte die door de behandelend arts binnen 24 uur aan de GGD gemeld moet worden. De GGD geeft de aangifte door aan de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ). Vanaf 1990 is de tuberculosebestrijding ondergebracht bij de GGD’en. Naast de wettelijk verplichte gegevens, verzamelen zij gegevens over de patiënt, diagnose, behandeling en begeleiding. Deze gegevens worden vastgelegd in het NTR, waarvan de Koninklijke Nederlandse Centrale Vereniging tot bestrijding der tuberculose (KNCV) houder is. Sinds 2005 is de verplichte melding aan de IGZ, via het electronisch meldingssysteem RIVM-Osiris, gekoppeld aan de vrijwillige melding in het NTR. Het jaarlijks aantal geregistreerde tuberculosepatiënten is enerzijds afhankelijk van de intensiteit van de diagnostiek en anderzijds van de bereidheid tot melding. De indruk bestaat dat de aangifteplichtige registratie van de incidentie van tuberculose in Nederland zeer betrouwbaar is, al valt niet uit te sluiten dat de diagnose soms wordt gemist en de patiënt spontaan geneest.Het KNCV Tuberculosefonds publiceert jaarlijks een rapport met de in het NTR verzamelde gegevens ten aanzien van tuberculose. Naast de gegevens van het NTR, is dit rapport gebaseerd op gegevens verzameld in andere surveillancesystemen die beheerd worden door KNCV Tuberculosefonds: Monitoring van Screening Immigranten (MSI) en DNA-fingerprint- en resistentie-surveillance. Een rapport over de tuberculosesituatie in de jaren 2003 en 2004 (KNCV, 2006) verscheen in mei 2006 en is in te zien en te downloaden via de website van het KNCV Tuberculosefonds. Opsporing van tuberculose bij asielzoekers Gegevens over tuberculose bij asielzoekers worden verzameld door twee zogenoemde "centrum-GGD’en" die de verantwoordelijkheid hebben voor de uitvoering van de screening bij binnenkomst in Nederland. De resultaten van de screening bij asielzoekers worden jaarlijks gerapporteerd (GGD Flevoland & GGD Hart voor Brabant). Resistentie- en clustersurveillance Het voorkomen van resistente tuberculose wordt bewaakt door het RIVM. Alle in Nederland geïsoleerde tuberculosestammen worden naar het RIVM gestuurd ter bepaling van het gevoeligheidspatroon. Daarnaast wordt het DNA-patroon ("fingerprint") van deze stammen vergeleken met reeds bekende stammen. Isolaten met een identiek fingerprintpatroon worden bij elkaar in één zogeheten "cluster" ingedeeld. Vervolgens zoeken GGD'en naar mogelijke epidemiologische verbanden tussen de patiënten in een cluster. Deze werkwijze vormt een waardevolle aanvulling op het bron- en contactonderzoek rond de tuberculosepatiënt en is met name waardevol voor het vaststellen van transmissie in moeilijk bereikbare groepen. CBS Doodsoorzakenstatistiek Het betreft hier alleen sterfgevallen met tuberculose als primaire doodsoorzaak (CBS Doodsoorzakenstatistiek). Europese tuberculose surveillance EuroTB is een Europees netwerk voor surveillance van tuberculose in Europa, dat in 1996 is opgezet. EuroTB brengt jaarlijks het surveillancerapport 'Surveillance of tuberculosis in Europe' uit. De gegevens in het rapport zijn afkomstig van de nationale tuberculose instituten in de 52 landen van de regio Europa van de WHO. Het Institut de Veille Sanitaire dat in Frankrijk is gevestigd, coördineert het netwerk. De EU (DG-SANCO) ondersteunt het netwerk financieel. | Epidemiologische terminologie Incidentie In het NTR heeft de incidentie betrekking op het aantal gevallen van actieve tuberculose. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen nieuwe (of recente) gevallen en recidieve (niet-nieuwe) gevallen. Nieuwe gevallen hebben betrekking op patiënten die voor het eerst in hun leven gediagnosticeerd worden. Het kan zowel om primaire als om post-primaire tuberculose gaan. Recidieve gevallen zijn reactiveringen van reeds eerder opgetreden tuberculose of zijn het gevolg van een nieuwe infectie bij iemand die reeds eerder tuberculose doormaakte. Dit laatste komt vaak voor bij hiv-geïnfecteerden, maar er zijn aanwijzingen dat het optreden van recidief tuberculose als gevolg van re-infectie ook bij immuuncompetente personen een rol speelt. Actieve tuberculose Op basis van alleen klinische bevindingen kan men niet met zekerheid de diagnose tuberculose stellen. Over het algemeen streeft men ernaar de diagnose met een positieve kweek te bevestigen. In een minderheid van de gevallen is dat niet mogelijk en wordt de diagnose gesteld op basis van het klinisch beeld, in combinatie met pathologisch anatomische afwijkingen of een radiologische progressie. Bij een aldus gestelde diagnose spreekt men van 'actieve' tuberculose. Infectieprevalentie De infectieprevalentie is het percentage van de bevolking dat op een bepaald tijdstip door tuberkelbacteriën besmet is. De infectieprevalentie komt overeen met het percentage personen dat positief reageert op de tuberculinehuidtest of Mantoux-test (en vooraf niet met BCG gevaccineerd werd). Deze maat wordt ook wel de tuberculine-index genoemd. Infectie-incidentie (infectierisico) De infectie-incidentie of het infectierisico heeft betrekking op het aantal personen dat jaarlijks door tuberkelbacteriën wordt geïnfecteerd (en bij wie de tuberculinetest in de loop van het jaar van negatief tot positief omslaat), ongeacht of daardoor ziekte is opgetreden. Het infectierisico wordt meestal niet rechtstreeks bepaald, maar wordt afgeleid uit infectieprevalentiecijfers. Daartoe wordt op een gegeven tijdstip in een aantal groepen van opeenvolgende leeftijden (bijvoorbeeld alle klassen van een aantal scholen) de infectieprevalentie bepaald, óf wordt jaarlijks de infectieprevalentie bepaald in één enkele leeftijdsgroep van telkens andere individuen (zoals dat bijvoorbeeld gebeurde bij dienstplichtigen). In Nederland zijn sinds de jaren negentig geen systematische infectieprevalentiestudies meer uitgevoerd. | |