Nationaal Kompas Volksgezondheid (www.nationaalkompas.nl)

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Nationaal Kompas Volksgezondheid
Longkanker
Geografische verschillen
Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?

Incidentie Sterfte Overleving

Incidentie

Incidentie bij Nederlandse mannen daalt sneller dan in andere landen

De longkankerincidentie bij mannen in Nederland behoort niet langer tot de hoogste in de EU. Dit komt enerzijds doordat de incidentie van longkanker onder de in 2004 toegetreden lidstaten hoog is, anderzijds doordat de incidentie onder Nederlandse mannen sneller daalt dan in andere landen. Dit proces is te zien in figuur 1 waar de incidentie onder de oudste categorie mannen nog relatief hoog is in Nederland, maar in de andere leeftijdsklassen ten opzichte van andere landen een stuk lager. De incidentie van longkanker is het hoogst in Hongarije. Bij de oude EU-15 is de incidentie in België hoog. Maar ook voor België geldt dat de incidentie onder de jongere leeftijdscategorieën lager is vergeleken met andere landen dan onder de hoogste leeftijdscategorie. Ten opzichte van 1995 zijn de trends in 1998 bij mannen gedaald. Alleen bij Franse en Spaanse mannen is de incidentie gestegen (EUCAN, 2003)

Stijgende trend bij vrouwen hoogst in Nederland en Frankrijk

In tegenstelling tot bij mannen is de incidentie in de meeste Europese landen bij vrouwen in de periode 1995-1998 juist gestegen (EUCAN). Die stijging is binnen de EU-15 het grootst in Nederland en Frankrijk. Ook ligt de incidentie van longkanker onder Nederlandse vrouwen boven het EU-25-gemiddelde. Denemarken vormt een uitzondering. De incidentie bij Deense vrouwen is sinds 1995 juist licht gedaald. Dit zou erop kunnen wijzen dat in Denemarken het hoogste niveau van longkanker bereikt is en dat de trends vanaf nu verder zullen dalen. In alle Europese landen is de incidentie onder vrouwen lager dan bij mannen.

Verschillen in incidentie te verklaren door rookgedrag

Internationale verschillen in de incidentie van longkanker en verschillen tussen mannen en vrouwen komen voort uit vroegere rookgewoonten. De bevolking van ontwikkelingslanden en westerse vrouwen zijn later gaan roken dan westerse mannen. Dit betekent dat de incidentie van longkanker bij deze groepen de komende decennia zal stijgen. In een aantal westerse landen zal de longkankerincidentie bij mannen jonger dan 75 jaar verder dalen doordat mannen minder zijn gaan roken.

Zie ook:

detailsRoken; zijn er internationale verschillen?

Figuur 1: Incidentie van longkanker bij mannen in verschillen leeftijdscategorieën in een aantal EU-landen (GLOBOCAN 2002).

longkanker_internat_inc_man2005

Figuur 2: Incidentie van longkanker bij vrouwen in een aantal EU-landen; gecorrigeerd voor leeftijd en geslacht (GLOBOCAN 2002).

longkanker_internat_inc_vrouw2005

Sterfte

In Nederland relatief hoge sterfte onder oudere mannen

Bij mannen is de sterfte aan longkanker in Nederland hoog vergeleken met West-Europa (zie figuur 3). De hoge sterfte aan longkanker in Nederland komt vooral voor onder de hogere leeftijdsklassen. Bij de leeftijdsklassen 35-44 en 45-54 jaar, neemt Nederland binnen Europa een middenpositie in en is de sterfte hoger in Spanje, Italië, Griekenland en Frankrijk (Van der Wilk et al., 2001). Sinds eind jaren tachtig daalt de sterfte aan longkanker bij mannen in de meeste Europese landen. Alleen in Portugal neemt de sterfte door longkanker bij mannen nog steeds toe (Bray et al., 2004).

Longkankersterfte bij Nederlandse vrouwen hoger dan EU-gemiddelde

Bij Nederlandse vrouwen is de sterfte aan longkanker hoger dan gemiddeld in de EU-25. In de meeste Europese landen neemt de sterfte als gevolg van longkanker bij vrouwen toe, al zijn de sterftecijfers voor vrouwen overal in Europa nog wel lager dan voor mannen (Bosetti et al., 2005). Uitzonderingen zijn het Verenigd Koninkrijk en Ierland waar sterftecijfers door longkanker dalen bij jongere vrouwen en stabiliseren bij oudere vrouwen (Bray et al., 2004). Sommige onderzoekers spreken de hoop uit dat met behulp van goede antirookcampagnes de longkankerepidemie bij vrouwen niet hetzelfde niveau zal halen als in de Verenigde Staten (Bosetti et al., 2005). In de VS steeg het sterftecijfer door longkanker met 149 procent in de periode 1973–1997 voor vrouwen (tot ongeveer 35 per 100.000 vrouwen). Ter vergelijking: voor mannen steeg dit cijfer met zes procent. In de VS werd in 1987 de sterfte door borstkanker "ingehaald" door longkanker als belangrijkste vorm van kankersterfte bij vrouwen (SGR, 2001).

Figuur 3: Sterfte aan longkanker in een aantal Europese landen in 2001; gestandaardiseerd naar de Europese bevolking. Volgorde op basis van mannen en vrouwen samen (Eurostat, 2005).

longkanker_internat_sterfte_2005

Overleving

5-jaarsoverleving relatief gunstig in Nederland

Nederland behoort tot de landen met een redelijk gunstige relatieve vijfjaarsoverleving. De verschillen in levensverwachting van longkankerpatiënten in Europa zijn opvallend groot (zie figuur 4, Sant et al., 2003a).

Overleving in VS en Canada vergelijkbaar met besten in Europa

In de VS is de vijfjaarsoverleving van longkanker voor mensen gediagnosticeerd in 1989-1996 rond de vijftien procent (13,6 procent voor mannen, 17,5 procent voor vrouwen; Ries et al., 2004). Net als in Europa is de overleving in de VS beter voor vrouwen dan voor mannen. Overlevingskansen zijn weinig veranderd de afgelopen decennia (SGR, 2001). In Canada is de vijfjaarsoverleving voor mannen en vrouwen respectievelijk veertien en zeventien procent (National Cancer Institute of Canada, 2002).

Figuur 4: Relatieve vijfjaarsoverleving van longkanker in een aantal EU- landen. Volgorde op basis van het gewogen gemiddelde van mannen en vrouwen. De diagnose werd gesteld in de periode 1990-1994 (EUROCARE-3, 2003; Sant et al., 2003a). Cijfer voor Groot-Brittanië is het gewogen gemiddelde van Wales, Schotland en Engeland.

Relatieve 5-jaarsoverleving van longkanker in een aantal EU-landen