| Nationaal Kompas Volksgezondheid (www.nationaalkompas.nl) |
![]() |
|
![]() |
|
|
Voorlichting over borstvoeding via diverse kanalen Via diverse kanalen wordt voorlichting gegeven over borstvoeding. Zo leren zorgverleners aan (aanstaande) moeders hoe ze borstvoeding moeten geven. Daarnaast bestaan er telefonische hulpdiensten waar geïnteresseerden en moeders informatie kunnen krijgen over borstvoeding en is het mogelijk om per e-mail vragen voor te leggen aan de borstvoedingorganisaties. Bij de borstvoedingorganisaties zijn diverse schriftelijke en audiovisuele voorlichtingsmaterialen verkrijgbaar voor moeders zoals folders, brochures, handboeken, video's, informatiemappen, nieuwsbrieven en andere uitgaven. Een deel van deze materialen wordt door sommige zorgverleners gebruikt in hun eigen voorlichting aan ouders. Verder zijn er op regionaal niveau informatiebijeenkomsten, thema-avonden en cursussen voor aanstaande moeders. Tot slot worden allerlei voorlichtingsactiviteiten georganiseerd tijdens de jaarlijkse WereldBorstvoedingsWeek. Ook veel digitale informatie over borstvoeding beschikbaar Er is veel digitale informatie over borstvoeding beschikbaar. Zo beheren de borstvoedingorganisaties gezamenlijk een borstvoedingsforum. Hier kunnen moeders terecht bij elkaar met hun vragen en ervaringen, maar er zijn ook contactpersonen van de borstvoedingorganisaties actief om de informatiestroom te modereren. De borstvoedingorganisaties hebben ook elk hun eigen website. Er zijn daarnaast nog andere internetsites over borstvoeding en er zijn diverse borstvoedingswinkels te vinden op internet die behalve handige producten voor borstvoeding ook informatie bieden. Op sites van tal van zorginstellingen is informatie te vinden over borstvoeding. Ook maakt informatie over borstvoeding onderdeel uit van het digitale opvoedondersteuningsprogramma ‘Hallo Wereld’ van het ministerie van Jeugd & Gezin. Op de site van het Voedingscentrum tenslotte is ook veel aandacht voor borstvoeding. Naast de thema’s ‘borstvoeding en gezondheid’, ‘borstvoeding en maatschappij’ en ‘borstvoeding en werk’ is er ook het animatiefilmpje ‘Zo wordt moedermelk gemaakt’ te vinden over het productieproces van moedermelk en is er ruimte voor eigen ervaringen over voeden in het openbaar. Diverse activiteiten in het kader van het masterplan Borstvoeding In het kader van het masterplan Borstvoeding zijn en worden de volgende activiteiten uitgevoerd:
| Digitaal advies op maat in de maak In het kader van het masterplan Borstvoeding wordt een programma ontwikkeld dat digitale, praktische, gepersonaliseerde informatie en advies moet gaan bieden aan moeders, gericht op het geven van borstvoeding, vooral in de eerste weken na de bevalling. Het doel van dit programma is een brug vormen tussen de behoefte aan informatie, advies en ondersteuning van de moeder en het bestaande aanbod in de eigen omgeving. Bevorderen van het geven van borstvoeding ook via regelgeving De overheid zet ook regelgeving in om het geven van borstvoeding te stimuleren. Zo bestaat er wetgeving die het combineren van borstvoeding en werk faciliteert. In artikel 4:8 van de Arbeidstijdenwet is gesteld dat een werkgever een vrouw de gelegenheid, in tijd en ruimte, moet geven om onder werktijd moedermelk af te kolven dan wel haar baby te voeden. Dit tot negen maanden na de bevalling. Ook hoeft een vrouw, conform artikel 4:7 van de Arbeidstijdenwet de eerste zes maanden na de bevalling geen nachtdiensten of overwerk te verrichten. In de Arbowetgeving is vastgelegd dat de aard van het werk of de werkplek geen negatief effect mag hebben op de gezondheid van de moeder die borstvoeding geeft, noch op de melkproductie. Is er wel sprake van een negatief effect, dan moet de werkgever zorgen voor aangepast werk, aangepaste werktijden of een andere werkplek. Ook is er regelgeving gericht op zuigelingenvoeding (als alternatief voor borstvoeding). De warenwetregeling Zuigelingenvoeding stelt eisen aan de samenstelling en verpakking van volledige zuigelingenvoeding (in termen van de warenwet: zuigelingenvoeding voor kinderen van 0 tot 6 maanden) en opvolgmelk. In deze regeling is vastgelegd dat er geen reclame voor volledige zuigelingenvoeding mag worden gemaakt en dat er op de verpakking duidelijk moet worden aangegeven dat borstvoeding de beste voeding voor een zuigeling is. Handhaving van de warenwetregeling ligt bij de Voedsel- en Warenautoriteit (VWA). De warenwetregeling is een uitwerking van de gedragscode van de WHO uit 1981 (zie ook: Zijn er verschillen tussen Nederland en andere landen?). Bevorderen van kwaliteit geleverde zorg rond borstvoeding via certificering In Nederland wordt via certificering van instellingen getracht de kwaliteit van de geleverde zorg rond borstvoeding te verhogen. De certificering is de uitwerking van de wereldwijde campagne 'Baby Friendly Hospital Initiative' (BFHI) van de WHO en UNICEF. De WHO en UNICEF hebben in 1991 'Tien vuistregels voor het welslagen van borstvoeding' geformuleerd. Deze vuistregels zijn bedoeld voor instellingen voor moeder en kindzorg. De Stichting Zorg voor Borstvoeding werkt dit initiatief voor Nederland uit en heeft onder meer de 'Zeven stappen voor ondersteuning van borstvoeding in de Jeugdgezondheidszorg' opgesteld. De stichting informeert instellingen over het toepassen van de tien vuistregels en de zeven stappen en begeleidt hen daarbij. Instellingen die aan deze criteria voldoen ontvangen een 'UNICEF Certificaat Zorg voor Borstvoeding'. Om het certificaat te behouden moeten de instellingen elke 3 jaar een reassessment ondergaan. Sinds kort kunnen ook verloskundige praktijken een borstvoedingscertificaat verwerven. Zie ook:
| |