Nationaal Kompas Volksgezondheid (www.nationaalkompas.nl)

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu Nationaal Kompas Volksgezondheid
Depressie
Omvang van het probleem
Achtergronden en details bij cijfers uit huisartsenregistraties

Meerdere oorzaken voor verschillen in de cijfers

De prevalentie- en incidentiecijfers op basis van verschillende huisartsenregistraties variëren vaak aanzienlijk. De oorzaak kan zijn dat het voorkomen van ziekten in de praktijkpopulaties verschilt, maar het kan ook het gevolg zijn van verschillen in de algemene werkwijze van de registraties en de wijze waarop prevalentie- en incidentiecijfers worden berekend. Bovendien kunnen registraties voor bepaalde ziekten specifieke (al dan niet vastgelegde) regels hanteren. Daarom zijn hieronder allereerst de kenmerken van depressie beschreven en de kenmerken van de gebruikte huisartsenregistraties. Daarbij gaat het om kenmerken die van invloed zijn op de wijze waarop huisartsen depressie registreren.

Kenmerken van depressie in de huisartsenpraktijk

Depressie is een aandoening met over het algemeen een beperkte duur, maar kan ook recidiverend zijn of chronisch. Een deel van de patiënten met depressie zal in behandeling zijn bij de ambulante GGZ. Daarbij zal de huisarts dan nog weinig bemoeienis hebben.

Mogelijk zullen sommige huisartsen bij het registreren van patiënten met depressieve klachten terughoudend zijn met de code ‘depressie’ en meer geneigd zijn de code ‘depressieve gevoelens’ te gebruiken. Daarom zijn ook prevalentie- en incidentiecijfers gepresenteerd van personen met een ‘depressie en/of een depressief gevoel’.

Specifieke regels van de registraties voor het vastleggen van depressie

Hieronder worden enkele specifieke regels vermeld die de registraties hanteren bij het vastleggen van depressie. Algemene gegevens over de registraties worden zichtbaar als u op de desbetreffende registratie klikt.

CMR-Nijmegen e.o. (2000-2004)

  • Er zijn aparte codes voor depressieve stoornis en dysthyme stoornis. Deze zijn hier opgeteld.

LINH, contactregistratie (2004) en Transitieproject (2000-2004)

  • Geen specifieke opmerkingen

RNH-Limburg (2001-2004)

  • Het RNH gaat uit van probleemlijsten. Over het algemeen worden daarop alleen gevallen geregistreerd waarbij de klachten langdurig zijn of recidiverend. Eenmalige, kortdurende depressies worden niet vastgelegd.
  • Indien geregistreerd, blijft de aandoening vaak lang als prevalent probleem geregistreerd staan; de huisarts haalt de aandoening dan niet van de probleemlijst.

RNUH-LEO (1-82001 tot en met 31-72004)

  • Er zijn twee soorten prevalentiecijfers: cijfers die gebaseerd zijn op de contactregistratie en die gebaseerd zijn op probleemlijsten.
  • De cijfers uit de contactregistratie geven aan van hoeveel personen bij de huisarts bekend is dat ze in een recente periode klachten hadden van hun depressie en/of er zorg voor ontvingen. De cijfers uit de probleemlijst geven aan van hoeveel personen bij de huisarts bekend is dat ze een depressie hebben welke medische aandacht verdient (maar die mogelijk recent niet gepaard ging met klachten of waarvoor recent geen zorg nodig was of waarbij de huisarts niet op de hoogte was dat de patiënt er recent zorg voor ontving).
  • De nieuwe, incidente problemen op de probleemlijst zijn echte chronische problemen. De bekende, prevalente problemen op de probleemlijst zijn mogelijk voor een deel nog problemen die in het verleden overgenomen zijn van de papieren registratie van de huisartsen, maar die inmiddels niet meer als chronisch probleem mogen worden beschouwd.

De cijfers op basis van de huisartsenregistraties

De prevalentie- en incidentiecijfers zijn weergegeven in tabel 1 en 2. Het betreft informatie die medio 2005 beschikbaar was. De Kompas-schattingen zijn gemiddelden van enkele registraties, soms de cijfers van een enkele registratie. Voor de keuze van de registraties, zie Achtergrond bij keuze van huisartsenregistraties.

Gebruikte codes uit de CMR-Nijmegen: voor depressieve stoornis een cluster van E-code 1260 (depressie) en E-code 1342 (dysthyme stoornis). Uit de andere registraties: ICPC-code P76 voor depressieve stoornis. In de Tweede Nationale Studie, RNH en RNUH-LEO is een cluster gemaakt van P76 en/of P03 (depressief gevoel). Hierbij zijn personen die beide aandoeningen hebben maar één keer meegeteld.

Tabel 1: Jaarprevalentie (per 1.000 en absoluut) en incidentie (per 1.000 per jaar en absoluut) van depressie (personen) in vijf huisartsenregistraties; gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2003.

Jaarprevalentie

Incidentie

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

CMR-Nijmegen e.o.

11,71

20,56

2,98

5,34

LINH

14,56

30,11

4,78

8,98

RNH (probleemlijst)

15,49

27,97

1,47

2,34

RNUH-LEO (contactregistratie)

11,63

24,00

3,98

7,88

RNUH-LEO (probleemlijst)

24,75

50,09

0,67

1,10

Transitieproject

22,77

45,72

5,79

11,55

Kompas-schatting relatief a

14,56

30,11

4,78

8,98

Kompas-schatting absoluut a

116.900

246.700

38.400

73.600

a De huidige Kompas-schatting voor zowel de prevalentie als incidentie komen uit LINH.

Tabel 2: Jaarprevalentie (per 1.000 en absoluut) en incidentie (per 1.000 per jaar en absoluut) van depressie en/of depressief gevoel (personen) in drie huisartsenregistraties; gestandaardiseerd naar de bevolking van Nederland in 2003.

Jaarprevalentie

Incidentie

mannen

vrouwen

mannen

vrouwen

LINH

19,30

40,26

7,76

14,65

RNH (probleemlijst)

18,60

34,10

1,61

2,70

RNUH-LEO (contactregistratie)

16,31

34,76

7,28

14,43

RNUH-LEO (probleemlijst)

17,10

36,12

0,76

1,34

Transitieproject

26,65

55,30

8,91

18,38

Kompas-schatting relatief a

19,30

40,26

7,76

14,65

Kompas-schatting absoluut a

155.000

329.900

62.300

120.100

a De huidige Kompas-schatting voor zowel de prevalentie als incidentie komen uit LINH.

detailsBeschrijving gebruikte bronnen

detailsPrevalentie en incidentie naar leeftijd en geslacht