| Nationaal Kompas Volksgezondheid (www.nationaalkompas.nl) |
![]() |
|
![]() |
|
|
Zorg voor borstkanker voornamelijk in het ziekenhuis De zorg voor patiënten met borstkanker vindt grotendeels plaats in het ziekenhuis. Na screening bij het Bevolkingsonderzoek Borstkanker (zie ook borstkankerpreventie) of een consult bij de huisarts worden patiënten voor uitgebreide diagnostiek naar het ziekenhuis verwezen. In samenspraak met radioloog, patholoog, radiotherapeut en internist stelt de chirurg na de gestelde diagnose een specifiek behandelplan per patiënt op. De eerste stap in de curatieve zorg is meestal een operatie. De radiotherapeut en internist kunnen er tevens bij betrokken worden wanneer aanvullende bestraling of chemo- of hormoontherapie gegeven moeten worden. Controlebezoeken na zorg in het ziekenhuis Wanneer de curatieve zorg in het ziekenhuis afgerond is, maakt de patiënt afspraken voor controlebezoeken bij de behandelaar (chirurg, radiotherapeut of internist) op de polikliniek. Deze controles vinden in het eerste jaar na de behandeling elke drie maanden plaats. In de opeenvolgende jaren nemen deze vervolgcontroles bij de behandelend specialisten af in frequentie naar één keer per halfjaar of jaar. Voor klachten tussen de controles op de polikliniek in, kan een patiënt terecht bij de huisarts. De huisarts is door middel van een brief van de specialist op de hoogte gesteld van de behandeling in het ziekenhuis. | Sterke stijging aantal dagopnamen Het aantal vrouwen dat in een jaar in het ziekenhuis is opgenomen voor borstkanker (ziekenhuisprevalentie, dit betreft zowel klinische als dagopnamen) is in de periode 1995-2004 met 13% toegenomen. Het aantal klinische opnamen is iets afgenomen. Het aantal opnamedagen (exclusief dagopnamen) is in de periode 1995-2004 gehalveerd, terwijl het aantal dagopnamen ruim 4,5 keer zo veel is geworden (zie figuur 1). Bij al deze trends is gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking in Nederland. Gemiddelde opnameduur in tien jaar gehalveerd Het absoluut aantal klinische opnamen voor borstkanker is voor vrouwen toegenomen van 13.053 in 1995 naar 14.459 in 2005. Het absoluut aantal dagopnamen heeft in die periode een sterke groei doorgemaakt: van 2.037 in 1995 naar 12.986 in 2005. De gemiddelde klinische opnameduur is gehalveerd. In 1995 lagen vrouwen met borstkanker nog gemiddeld tien dagen in het ziekenhuis, in 2005 slechts vijf dagen (LMR). Figuur 1: Ziekenhuisprevalentie, klinische opnamen, klinische opnamedagen en dagopnamen met borstkanker als hoofdontslagdiagnose in de periode 1995-2004; gecorrigeerd voor veranderingen in leeftijdssamenstelling en omvang van de bevolking en geïndexeerd (1995 is 100) (Bronnen: CBS StatLine; LMR). ![]() Voor meer informatie over de behandelingen zie Wat zijn de mogelijkheden voor diagnostiek en behandeling? | |
Ontwikkelingen in de zorg | ![]() |
Diagnose voor borstkanker steeds vaker via mammapoli gesteld In de IKW-regio werd in 2004 96% van de diagnoses borstkanker via een mammateam gesteld. In 2002 was dit percentage nog 89% (Blaauwgeers et al., 2005). Door invoering van speciale teams in het ziekenhuis, de mammateams of mammapoli’s, is de coördinatie van ziekenhuiszorg voor patiënten met borstkanker sinds 2001 veranderd. Deze teams zijn een samenwerkingsverband tussen de chirurg, radioloog, patholoog, radiotherapeut en mammacareverpleegkundige. Een snelle diagnostiek en een meer op maat gemaakt behandelplan zijn de belangrijkste aandachtspunten (CBO & NABON, 2005). | Aanvullende zorg ter verbetering van lichamelijk en psychisch functioneren De patiënt met borstkanker kan meedoen aan een programma om het lichamelijk en psychisch functioneren te verbeteren. Sinds 1996 zijn op initiatief van integrale kankercentra ‘Herstel en Balans-programma’s’ opgestart voor mensen met kanker. Patiënten die dit programma gevolgd hebben, laten een significante verbetering zien in kwaliteit van leven en fysiek functioneren (Van Weert, 2005). 60% van de deelnemers aan dit programma is behandeld voor borstkanker. | |
Kosten | ![]() |
247 miljoen euro voor de zorg van borstkanker in 2005 De kosten van zorg voor borstkanker bedroegen in 2005 in totaal 247,2 miljoen euro. De kosten voor borstkanker maakten 9,3% uit van de totale kosten voor zorg van nieuwvormingen en 0,4% van de totale kosten voor gezondheidszorg in Nederland (Poos et al., 2008). Ziekenhuiszorg grootste kostenpost voor borstkanker Ruim de helft van de kosten voor borstkanker gaat naar ziekenhuiszorg (54,4%). De openbare gezondheidszorg (inclusief preventieve zorg) is verantwoordelijk voor 17,8%. Deze kosten worden vooral gemaakt voor de uitvoering van de borstkankerscreening. De kosten voor borstkanker in de openbare gezondheidszorg worden vooral gemaakt voor personen in de leeftijdsgroep 50-74 jaar (zie figuur 2 en zie ook borstkankerpreventie). Hogere kosten door betere opsporing In figuur 2 is een piek te zien in de kosten voor borstkanker bij vrouwen op 50-59 jarige leeftijd. Deze piek wordt mogelijk veroorzaakt doordat vrouwen vanaf hun vijftigste levensjaar worden uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek op borstkanker. Het aantal incidente gevallen op het vijftigste levensjaar zal hierdoor enigszins verhoogd zijn, omdat bij het bevolkingsonderzoek tumoren aan het licht kunnen komen die in de jaren voorafgaand aan het vijftigste levensjaar nog niet zijn ontdekt. | Figuur 2: Kosten van de zorg voor borstkanker naar leeftijd en sector in 2005 (bron: Kosten van Ziektenstudie). ![]() | |