| Nationaal Kompas Volksgezondheid (www.nationaalkompas.nl) |
![]() |
|
![]() |
|
|
Meer mensen in ziekenhuis opgenomen Ongeveer 6% van de Nederlandse bevolking wordt per jaar in een ziekenhuis opgenomen (zie tabel 1). Dit percentage is sinds 2001 iets toegenomen. De toename van het aantal opgenomen personen kan te maken hebben met het extra geld dat het Ministerie van VWS beschikbaar heeft gesteld om de productie in ziekenhuizen te verhogen. Het doel hiervan was het verminderen van de wachtlijsten (zie ook Zorgbalans: Wachten op ziekenhuiszorg). Daarnaast kunnen ook verschuivingen in het voorkomen van ziekten en van klinische naar dagopnamen van invloed zijn op het aantal ziekenhuisopnamen (CBS, 2005). Patiënten liggen korter in het ziekenhuis De gemiddelde opnameduur in een ziekenhuis is afgenomen. Het aantal opnamen is tussen 2000 en 2003 toegenomen, terwijl het totaalaantal verpleegdagen iets is afgenomen (zie tabel 2). Het aantal patiënten dat een 'verkeerd bed' bezet houdt, is in algemene ziekenhuizen afgenomen en in academische ziekenhuizen toegenomen. Het aantal dagopnamen neemt toe. Met een gemiddelde jaarlijkse groei van bijna 20% geldt dit vooral voor academische ziekenhuizen. | Tabel 1: Percentage personen in de bevolking dat minimaal één keer per jaar is opgenomen in een ziekenhuis met een minimaal verblijf van één nacht a (bron: CBS, Statline).
a Opnamen in verband met bevalling en geboorte, opnamen die vanuit en naar andere instellingen plaatsvinden en opnamen waarbij de patiënt overlijdt zijn buiten beschouwing gelaten. Daarom moet met enige onderrapportage rekening gehouden worden Tabel 2: Aantal verpleegdagen, 'verkeerde bed'-dagen, dagverplegingsdagen en poikliniekbezoeken (Bron: Prismant/Enquête Jaarcijfers Ziekenhuizen, Prismant/Jaarcijferenquête Academische Ziekenhuizen).
a De cijfers over 2001 zijn schattingen vooraf; deze zijn waar mogelijk aangepast aan de hand van recente gegevens. | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
Tweevijfde van de bevolking heeft contact met medisch specialist Van de Nederlandse bevolking heeft 40% minimaal één keer per jaar contact met een medisch specialist (zie tabel 3). Dit percentage lijkt sinds 2001 iets te zijn toegenomen. De toename is het sterkst bij personen van 65 jaar en ouder. Voor meer informatie over diagnoses op basis waarvan personen worden doorverwezen naar een medisch specialist zie Hoe vaak en waarvoor verwijzen huisartsen door? Chirurgie en interne geneeskunde meest bezocht Chirurgie en interne geneeskunde staan in de top drie van specialismen met de meeste polikliniekbezoeken, dagopnamen en verpleegdagen. Daarnaast komen bij oogheelkunde veel polikliniekbezoeken en dagopnamen voor en kent cardiologie relatief veel verpleegdagen (zie tabel 4). Gastro-enterologie en klinische geriatrie sterkste stijgers Zowel gastro-enterologie als klinische geriatrie komt in de top vijf voor van specialismen waarbij het aantal polikliniekbezoeken, dagopnamen en verpleegdagen het meest zijn gestegen in de periode 2000-2003. | Tabel 3: Percentage personen in de bevolking met minimaal één contact met een medisch specialist per jaar a (CBS StatLine).
a Hieronder vallen niet de contacten met de specialist tijdens opname in een ziekenhuis. Tabel 4: Top tien van medisch specialismen wat gebruik van polikliniekbezoeken, dagopnamen en klinische opnamen betreft in algemene ziekenhuizen in 2003 (Prismant/NVZ, 2003).
| |||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||