Go to abstract

Samenvatting

Sinds 2012 gebruikt fabrikant Chemours (Dordrecht) de GenX-technologie om plastics (fluorpolymeren) te maken. Bij deze technologie zijn de omstreden PFOA-verbindingen vervangen door de stoffen FRD-902 en FRD-903 en E1. Naar verwachting vormt de uitstoot van deze stoffen door de fabriek via de lucht geen risico voor de gezondheid van omwonenden. Dit blijkt uit onderzoek van het RIVM. In opdracht van het ministerie van Infrastructuur en Milieu (IenM) is onderzocht in hoeverre de drie stoffen schadelijk zijn voor omwonenden van de fabriek. Hiervoor is in de wetenschappelijke literatuur en de informatie in de Europese stoffenwetgeving REACH onderzocht wat bekend is over de eigenschappen van de genoemde stoffen. Daarnaast is op basis van zowel de maximaal vergunde hoeveelheid als de emissiegegevens die Chemours heeft verstrekt, berekend in welke mate ze zijn vrijgekomen. FRD-903 wordt gebruikt om FRD-902 te maken. E1 ontstaat tijdens het productieproces. FRD-903 en E1 worden via de fabrieksschoorsteen naar de lucht uitgestoten. Net als PFOA zijn geperfluorideerde koolwaterstoffen FRD-902 en FRD-903 en E1 slecht afbreekbaar in het milieu. Ook veroorzaken FRD-903 en FRD-902 vergelijkbare schadelijke effecten als PFOA (zoals kankerverwekkend en effecten op de lever). Deze stoffen zijn wel minder schadelijk voor de voortplanting dan PFOA; bij PFOA is dit aspect juist de reden om deze stof als zeer zorgwekkend te beschouwen. In tegenstelling tot PFOA lijken FRD-903 en FRD-902 zich niet in de mens op te hopen. Voor FRD-903 en FRD-902 heeft het RIVM een veilige grenswaarde voor de algemene bevolking afgeleid op basis van een worst-case scenario. De concentratie FRD-903 in lucht blijft onder deze grenswaarde. Voor E1 ontbreekt informatie om een grenswaarde te kunnen bepalen. Op basis van de beperkt beschikbare informatie wordt verondersteld dat deze stof waarschijnlijk minder schadelijk is dan PFOA.

Abstract

Since 2012, Chemours (Dordrecht) is using the GenX technology to produce plastics (fluoropolymers). In this technology, the substances FRD-902, FRD-903 and E1 replace the controversial PFOA substances. No health risk is expected for people living in the vicinity of the plant due to the emissions of these substances.

This is the finding of the RIVM. Commissioned by the Ministry of Infrastructure and the Environment (IenM), it is investigated to what extent the three substances are harmful to people living near the factory. For this, the scientific literature and the information in the European chemicals legislation REACH are examined on the properties of the listed substances. In addition, based on both the maximum authorised quantity and the recorded emission data that Chemours has provided, it is calculated to what extent they are released.

FRD-903 is used to manufacture FRD-902. E1 is formed during the manufacturing process. FRD-903 and E1 are emitted to the air. Like PFOA, FRD-903, FRD-902 and E1 are perfluorinated hydrocarbons and poorly degradable in the environment. Also, FRD-902 and FRD-903 are causing similar harmful effects as PFOA (such as carcinogenic and effects on the liver). These substances are, however, less harmful to reproduction than PFOA; reproduction toxicity is the reason to regard PFOA as substance of very high concern. In contrast to PFOA, FRD-902 and FRD-903 seem not to bioaccumulate in humans.

A safe limit value for the general population is derived based on a worst-case scenario. The concentration FRD-903 in air stays below this limit value. For E1, information is missing to derive a limit value. Based on the limited available information, this substance is probably less harmful than PFOA.

Resterend

Grootte
1.86MB