Feiten en Fabels over bevolkingsonderzoek borstkanker

Het bevolkingsonderzoek borstkanker is een aanbod van de overheid voor vrouwen van 50 tot en met 75 jaar. Als u een uitnodiging ontvangt, is de keuze om wel of niet deel te nemen aan u. Om u zoveel mogelijk te helpen bij het maken van een keuze vindt u informatie op onze website. Hier vindt u een overzicht van onderwerpen die vaak worden besproken. We leggen daarbij uit wat waar is: dit zijn Feiten. En we leggen uit wat niet waar is: dit zijn Fabels. Als u na het lezen van de Feiten en Fabels meer achtergrondinformatie wilt hebben, klik dan op de link onder de uitleg.

Feiten (in willekeurige volgorde)

Fabels (in willekeurige volgorde)


Feit 1: Door het bevolkingsonderzoek wordt sterfte aan borstkanker voorkomen

Jaarlijks sterven ongeveer 850 minder vrouwen aan borstkanker door vroege opsporing via het bevolkingsonderzoek. Daarnaast zorgen steeds betere behandelmethodes nog eens voor ongeveer 700 minder sterfgevallen per jaar.

Van iedere 1.000 vrouwen van vijftig jaar overlijden er 40 in de loop van hun leven aan borstkanker. Door regelmatige deelname aan het bevolkingsonderzoek wordt de kans op overlijden aan borstkanker gehalveerd.

Lees meer over het voorkomen van sterfte aan borstkanker door het bevolkingsonderzoek.

Naar boven

Feit 2: Het bevolkingsonderzoek biedt geen volledige zekerheid

De uitslag van het bevolkingsonderzoek borstkanker geeft geen volledige zekerheid. Op de röntgenfoto’s worden niet alle afwijkingen gevonden. 7 van de 10 gevallen van borstkanker worden gevonden, 3 van de 10 dus niet. Als u klachten aan uw borsten heeft, is het belangrijk dat u contact opneemt met de huisarts. Daarnaast is het bevolkingsonderzoek een momentopname. Tussen twee onderzoeken in kan alsnog borstkanker ontstaan. Bij ongeveer 2 op de 1.000 gescreende vrouwen wordt in de twee jaar tussen de bevolkingsonderzoeken toch borstkanker geconstateerd.

Lees meer over de zekerheid van het bevolkingsonderzoek.

Naar boven

Feit 3: Er worden vrouwen doorverwezen voor verder onderzoek, terwijl dit achteraf gezien niet nodig was.

Jaarlijks worden 18 van elke 1000 vrouwen die meedoen aan het bevolkingsonderzoek onterecht doorverwezen. Zij blijken na verder onderzoek geen borstkanker te hebben. Het liefst willen we bij het bevolkingsonderzoek alleen vrouwen doorverwijzen die wel borstkanker blijken te hebben. Dit zal ondanks alle zorgvuldigheid en de moderne technieken helaas nooit mogelijk zijn. Op de röntgenfoto’s zijn soms afwijkingen te zien die verdacht lijken. Alleen verder onderzoek in het ziekenhuis kan duidelijk maken of er echt iets aan de hand is of niet. Bij de meeste van deze vrouwen kan met een extra mammografie en/of echografie worden vastgesteld dat ze geen borstkanker hebben. De 18 vrouwen die inderdaad geen borstkanker blijken te hebben, hebben onnodig last gehad van angst en onrust, maar ervaren daarna waarschijnlijk ook opluchting.

Lees meer over het achteraf onnodig doorverwijzen van vrouwen.

Naar boven

Feit 4: Er worden vrouwen behandeld voor borstkanker, terwijl ze geen last zouden hebben gehad van de tumor.

Borstkanker wordt bijna altijd behandeld. Bij ongeveer 1 op de 10 vrouwen die meededen aan het bevolkingsonderzoek en bij wie borstkanker is gevonden, groeit de tumor zo langzaam dat zij er tijdens hun leven geen last van zouden hebben gehad: overbehandeling. Een behandeling was dan achteraf gezien niet nodig geweest. Helaas kan nooit van te voren worden vastgesteld bij wie dit het geval is.

Lees meer over de behandeling van borstkanker, ook al is er geen last van de tumor.

Naar boven

Feit 5: Vrouwen die regelmatig meedoen met het bevolkingsonderzoek verminderen het risico om te overlijden aan borstkanker met de helft.

Van iedere 1.000 vrouwen van vijftig jaar overlijden er 40 in de loop van hun leven aan borstkanker. Door regelmatige deelname aan het bevolkingsonderzoek wordt de kans op overlijden aan borstkanker gehalveerd. Vrouwen die regelmatig meedoen aan het bevolkingsonderzoek hebben ongeveer 50% minder kans om te overlijden aan borstkanker dan vrouwen die niet meedoen. Voor vrouwen die wat ouder zijn (tussen de 70 en 75 jaar) en vaker hebben deelgenomen, blijkt het effect van borstkankerscreening groter. Bij deze groep is de sterftedaling ongeveer 80%. Voor de wat jongere vrouwen (tussen de 50 en 69 jaar) ligt dat percentage lager, namelijk ongeveer 40%.

Lees meer over het verminderen van het risico om te overlijden aan borstkanker, door regelmatig meedoen aan het bevolkingsonderzoek.

Naar boven

Feit 6: Voor vrouwen boven 75 jaar heeft het bevolkingsonderzoek gemiddeld meer nadelen dan voordelen.

De voordelen van het onderzoek wegen bij vrouwen boven de 75 jaar meestal niet op tegen de nadelen. De kans is groter dat borstkanker wordt ontdekt waar een vrouw tijdens haar leven geen last van zou hebben gekregen. Daarnaast is de kans op andere ziektes bij vrouwen boven de 75 jaar groter. De overheid nodigt daarom alle vrouwen vanaf 50 jaar uit, tot het jaar waarin vrouwen 76 jaar worden.

Lees meer over de nadelen voor vrouwen boven 75 jaar bij deelname aan het bevolkingsonderzoek.

Naar boven

Feit 7: Vroeg opsporen verhoogt de kans op succesvolle behandeling

Als borstkanker vroeg wordt gevonden, heeft een vrouw meer kans om te overleven. Vaak is ook een minder ingrijpende behandeling nodig. Bij vrouwen die niet deelnemen aan het bevolkingsonderzoek worden meer vergevorderde tumoren aangetroffen. Hierdoor is vaak een zwaardere behandeling nodig en is de kans op overleving voor deze vrouwen kleiner.

Lees meer over het vroeg opsporen van borstkanker.

Naar boven

Feit 8: Het Nederlandse bevolkingsonderzoek is van hoge kwaliteit

In Europa staat het Nederlandse bevolkingsonderzoek bekend als heel zorgvuldig. Een voordeel van het screeningsprogramma in Nederland is dat dit landelijk is georganiseerd. Er doen veel vrouwen mee en daardoor is het landelijk programma effectief. Uit een Europese vergelijking blijkt dat Nederland een goed georganiseerd bevolkingsonderzoek heeft, dat voldoet aan de geldende kwaliteitseisen. Nederland heeft een gunstig percentage vrouwen dat terecht wordt doorgestuurd voor nader onderzoek.

Lees meer over de kwaliteit van het bevolkingsonderzoek.

Naar boven

Feit 9: Het maken van de borstfoto’s kan pijnlijk zijn.

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat röntgenfoto’s nog steeds de beste manier zijn om borstkanker in een vroeg stadium te ontdekken bij een grote groep vrouwen met een gemiddeld risico op borstkanker. Om een goede röntgenfoto te maken, moet de borst worden vastgeklemd tussen twee platen. Het samendrukken kan pijnlijk zijn. Er wordt veel onderzoek gedaan naar minder pijnlijke manieren om borstkanker te ontdekken. De resultaten van dit onderzoek worden nauw gevolgd.

Lees meer over de pijn bij het maken van borstfoto's.

Naar boven

Feit 10: De borstfoto’s van vrouwen met dicht borstweefsel zijn lastiger te beoordelen

Bij vrouwen met heel dicht borstweefsel is veel klier- en bindweefsel aanwezig. Dit dichte borstweefsel kan borstkanker verbergen op een röntgenfoto. Hierdoor kan eventuele borstkanker worden gemist. Daarnaast hebben vrouwen met heel dicht (dense) borstweefsel meer kans om borstkanker te krijgen.

Lees meer over beoordeling van borstfoto's van vrouwen met dicht borstweefel.

Naar boven

Feit 11: Als u iets voelt in uw borst, is het belangrijk om contact op te nemen met de huisarts.

Het is belangrijk om bij veranderingen in uw borsten contact op te nemen met uw huisarts. Wacht dan niet op een uitnodiging van het bevolkingsonderzoek. Ook als u net mee hebt gedaan aan het bevolkingsonderzoek, is het belangrijk naar de huisarts te gaan. De uitslag van het onderzoek is een momentopname en geeft geen volledige zekerheid. Op de röntgenfoto’s worden niet alle afwijkingen gevonden. 7 van de 10 gevallen van borstkanker worden bij het bevolkingsonderzoek wel ontdekt. 3 van de 10 niet.

Lees meer over veranderingen in uw borst.

Naar boven

Feit 12: Het bevolkingsonderzoek kost geld, maar is een relatief goedkope maatregel voor gezondheidswinst

Per jaar wordt ongeveer € 64 miljoen aan het bevolkingsonderzoek borstkanker besteed. Dit is ongeveer 0.07% van de totale uitgaven aan de gezondheidszorg. In 2012 waren de kosten voor één onderzoek ongeveer € 64. Dit bestaat uit een bezoek aan een van de mobiele of vaste onderzoeksunits, twee röntgenfoto’s per borst en een radiologische beoordeling van de foto’s, waarna een uitslag wordt verstuurd.

Lees meer over kosten van bevolkingsonderzoek borstkanker.

Naar boven


Fabel 1: Het bevolkingsonderzoek heeft alleen maar voordelen.

Het bevolkingsonderzoek borstkanker heeft naast voordelen ook nadelen. Een vrouw kan een behandeling ondergaan die achteraf gezien niet nodig was (overbehandeling). Ook kan een afwijking worden gezien op de borstfoto, terwijl daarna uit verder onderzoek blijkt dat er niets ernstigs aan de hand is (een fout-positieve uitslag). Of er wordt juist géén afwijking gezien, maar er wordt tussen twee screeningsrondes toch borstkanker ontdekt (een fout-negatieve uitslag). Dit wordt gezien als de belangrijkste nadelen van het bevolkingsonderzoek. Daarnaast wordt een vrouw tijdens het bevolkingsonderzoek blootgesteld aan een kleine hoeveelheid röntgenstraling (gemiddeld 0.6 mSv per onderzoek). Het effect van deze blootstelling is zeer klein en ligt onder de Europese richtlijn.

Lees meer over de voor- en nadelen van het bevolkingsonderzoek.

Naar boven

Fabel 2: Er wordt expres weinig gezegd over de nadelen van het bevolkingsonderzoek

De overheid wil dat vrouwen op basis van eerlijke informatie een beslissing kunnen nemen over hun deelname aan het bevolkingsonderzoek. Op www.bevolkingsonderzoekborstkanker.nl wordt alle belangrijke informatie gegeven over dit bevolkingsonderzoek. Ook de nadelen van het bevolkingsonderzoek worden beschreven. Daarnaast krijgt iedere vrouw die wordt uitgenodigd voor het bevolkingsonderzoek informatie over het bevolkingsonderzoek in een beknopte folder, waarin ook de website wordt genoemd.

Lees meer over de keuze van informatiedeling mbt het bevolkingsonderzoek borstkanker.

Naar boven

Fabel 3: Het bevolkingsonderzoek heeft een commercieel belang

Het bevolkingsonderzoek wordt gefinancierd met overheidsgeld. Hierop is strenge controle. Naast het RIVM werken alle bij de uitvoering betrokken partijen zonder winstbelang. Er is dus geen commercieel belang. De kosten van het bevolkingsonderzoek zijn terug te vinden in openbare verslagen en bedraagt € 64 miljoen per jaar. Per deelneemster kost de uitvoering van het bevolkingsonderzoek ongeveer € 64.

Lees meer over de financiën van het bevolkingsonderzoek borstkanker.

Naar boven

Fabel 4: Er zijn meer nadelen bij het bevolkingsonderzoek borstkanker dan voordelen. Voor het bevolkingsonderzoek worden de nadelen onderschat, de voordelen overschat.

Aan ieder bevolkingsonderzoek zitten voor- en nadelen. Voordat een bevolkingsonderzoek wordt ingevoerd, wordt onderzocht of de voordelen voor een groep mensen groter zijn dan de nadelen. In Nederland wordt dit door de Gezondheidsraad gedaan, een onafhankelijk wetenschappelijk adviesorgaan van het ministerie van VWS. Bij het bevolkingsonderzoek borstkanker zijn de voordelen voor de doelgroep groter dan de nadelen. Daarom biedt de overheid het bevolkingsonderzoek aan. Voor een individu kan de balans tussen voordelen en nadelen anders zijn. Iedere vrouw moet daarom zelf de keuze maken om wel of niet aan het bevolkingsonderzoek deel te nemen.

Lees meer over voor- en nadelen van het bevolkingsonderzoek.

Naar boven

Fabel 5: Het voordeel van borstkankerscreening is niet goed uitgezocht

Uit zorgvuldig en continu onderzoek en berekeningen blijkt dat door het bevolkingsonderzoek in Nederland per jaar ongeveer 850 vrouwen minder aan borstkanker overlijden. Vrouwen die regelmatig meedoen aan het bevolkingsonderzoek hebben ongeveer de helft (50%) minder kans om te overlijden aanborstkanker dan vrouwen die niet meedoen. De minister van VWS laat het bevolkingsonderzoek regelmatig evalueren. De Gezondheidsraad bekijkt dan het nut van het bevolkingsonderzoek en de balans tussen voor- en nadelen van het bevolkingsonderzoek in Nederland op basis van de laatste informatie. De Raad heeft begin 2014 geconcludeerd dat het bevolkingsonderzoek nog steeds loont.

Lees meer over de evaluatie van het bevolkingsonderzoek borstkanker.

Naar boven

Fabel 6: Het heeft geen zin om mee te doen aan het bevolkingsonderzoek

Per jaar doen een miljoen vrouwen mee aan het bevolkingsonderzoek borstkanker. In 2011 werd bij ruim 6.000 vrouwen borstkanker gevonden door dit bevolkingsonderzoek. Niet alle vrouwen hebben baat bij deze vroege opsporing: sommige vrouwen zouden achteraf gezien nooit last van borstkanker hebben gehad. Van te voren is niet vast te stellen bij wie dit het geval zou kunnen zijn. Daarom worden alle vrouwen behandeld, die borstkanker hebben.

Lees meer over de daling van het sterftecijfer aan borstkanker sinds start bevolkingsonderzoek.

Naar boven

Fabel 7: De overheid wil het bevolkingsonderzoek borstkanker niet aanbieden aan vrouwen onder de 50 jaar, omdat dit te duur is.

De meeste vrouwen die borstkanker krijgen, zijn ouder dan 50 jaar. De Gezondheidsraad maakt een afweging tussen de voor- en nadelen van het bevolkingsonderzoek voor verschillende leeftijdsgroepen. Vrouwen onder de 50 jaar hebben vaak veel klier- en bindweefsel in de borsten. Dit weefsel is gevoeliger voor straling en door dit weefsel zijn röntgenfoto’s van de borsten vaak minder goed te beoordelen. Anderzijds komt borstkanker ook bij deze jongere vrouwen steeds vaker voor. De Gezondheidsraad heeft geadviseerd om voorlopig de leeftijdsgrenzen niet te veranderen.

Lees meer over de redenen waarom het bevolkingsonderzoek niet wordt aangeboden onder de 50 jaar.

Naar boven

Fabel 8: Het aantal voorkomen sterfgevallen komt alleen door verbeterde behandeling en niet door vroege opsporing.

Sinds de invoering van het bevolkingsonderzoek (1989) sterven minder vrouwen aan borstkanker. In de leeftijdsgroep 50 tot 74 jaar is de sterfte gedaald door verbeterde behandelingen en door vroegtijdige opsporing. Voor de gehele vrouwelijk bevolking betekent dit dat naar schatting 700 sterfgevallen worden voorkomen door verbeterde behandelingen en 850 sterfgevallen door het landelijk bevolkingsonderzoek. Het bevolkingsonderzoek en de verbeterde behandeling zorgen er dus samen voor dat er minder vrouwen overlijden aan borstkanker.

Lees meer over de effectiviteit van het bevolkingsonderzoek borstkanker.

Naar boven

Fabel 9: Er zijn tegenwoordig vrouwvriendelijker methoden die kunnen worden ingezet in het bevolkingsonderzoek.

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat röntgenfoto's de beste manier zijn om borstkanker te ontdekken bij een grote groep vrouwen met een gemiddeld risico op het krijgen van borstkanker. Helaas is het maken van de röntgenfoto’s soms pijnlijk. Andere methoden van onderzoek zijn minder geschikt om borstkanker vroeg te ontdekken of om grote groepen vrouwen te onderzoeken. Er wordt wel onderzoek gedaan naar mogelijk minder pijnlijke manieren om borstkanker te ontdekken. De resultaten van dit onderzoek worden op de voet gevolgd.

Lees meer over het onderzoek naar andere minder pijnlijke screeningsmethoden.

Naar boven

Fabel 10: Het onderzoek is gevaarlijk omdat er röntgenstraling wordt gebruikt.

Bij het bevolkingsonderzoek borstkanker krijgen vrouwen met een kleine hoeveelheid extra straling te maken. Gemiddeld 0,6 mSv. Dit is ruim binnen de Europese norm voor stralingsbelasting. Mensen krijgen jaarlijks gemiddeld met ongeveer 2 mSv (milliSievert) aan straling te maken. Bijvoorbeeld door TV kijken, mobiel telefoneren of vliegen. MilliSievert (mSv) geeft de hoeveelheid straling aan waarmee het lichaam gemiddeld wordt belast.

Meer informatie over de straling tijdens het borstonderzoek.

Naar boven

Fabel 11: Voor de overleving maakt het niet uit of je een tumor van 3 mm vindt in het bevolkingsonderzoek of een tumor van 2 cm door zelfonderzoek: dit is nog steeds vroeg genoeg om te behandelen.

Als borstkanker vroeg wordt gevonden, heeft een vrouw meer kans om te overleven. Er is ook vaak een minder ingrijpende behandeling nodig. Bij vrouwen die niet deelnemen aan het bevolkingsonderzoek worden de meest vergevorderde tumoren aangetroffen. Hierdoor is vaak een zwaardere behandeling nodig en is de overlevingskans voor deze vrouwen kleiner. Vrouwen die regelmatig meedoen aan het bevolkingsonderzoek verminderen de kans om te overlijden aan borstkanker.

Meer informatie over de vroege opsporing van borstkanker.

Naar boven

Fabel 12: De screening kan zich beter richten op risicogroepen en niet op alle vrouwen in de doelgroep.

Op dit moment is het niet mogelijk om het bevolkingsonderzoek te beperken tot vrouwen met een hoog risico. Daarvoor is de wetenschap nog niet ver genoeg. Wel worden vrouwen die door erfelijkheid meer kans hebben op borstkanker, vóór de leeftijd van 50 jaar onderzocht in het ziekenhuis. Daarnaast onderzoekt het Julius Centrum van het UMCU of het zinvol is om bij vrouwen met dicht borstweefsel een aanvullend MRI-onderzoek te doen, naast de standaard screening (Dense-trial).

Meer informatie over het onderzoek naar risicogroepen.

Naar boven


Belangrijke literatuur:

Home / Onderwerpen / B / Bevolkingsonderzoek borstkanker / Feiten en Fabels over bevolkingsonderzoek borstkanker

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu