Borstprothesen en het bevolkingsonderzoek

Veelgestelde vragen over borstprothesen en het bevolkingsonderzoek.
  1. Het maken van de foto’s
  2. Beoordelen van de foto’s
  3. Risico’s bij prothesen
  4. Door borstprothesen is een borstfoto niet altijd goed te beoordelen
  5. Zelfonderzoek bij prothesen

1. Het maken van de foto’s

Het bevolkingsonderzoek bestaat uit het maken van röntgenfoto’s van uw borsten. Prothesen laten geen röntgenstralen door. Afhankelijk van de plaats en grootte van de prothese kan het zijn dat een deel van het borstweefsel niet te zien is op de foto. Wij maken standaard altijd twee foto's per borst.

Bekijk de korte film 'Meedoen met een prothese?'

Bekijk de korte film 'Meedoen met een prothese?'

Naar boven

2. Beoordelen van de foto’s

Bij de meeste vrouwen met borstprothese(n) kunnen we het borstweefsel op de röntgenfoto’s beoordelen. Bij een kleine groep vrouwen met borstprothesen kunnen we de foto’s niet beoordelen. Dit is afhankelijk van de plaats en grootte van de borstprothese. Na het bevolkingsonderzoek worden vrouwen door ons geïnformeerd.

Bekijk de korte film 'Wat is er te zien op een mammogram?'

Bekijk de korte film 'Wat is er te zien op een mammogram?'

Naar boven

3. Risico’s bij prothesen

Uw borst wordt tijdens het maken van borstfoto’s tussen twee platen geklemd. Er wordt dus druk uitgeoefend op de borst. Volgens plastisch chirurgen is het risico dat prothesen daardoor kapot gaan heel klein. Er is volgens hen daarom geen bezwaar om mee te doen aan het bevolkingsonderzoek. Vertel de laborant dat u een borstprothese heeft. U kunt dan tijdens het onderzoek ook zelf aangeven hoeveel druk u op uw borst aandurft. U kunt voor uzelf beslissen of u wel of niet wilt deelnemen.

Bekijk de korte film 'Meedoen met een borstprothese?'

Bekijk de film meedoen met een borstprothese

Naar boven

4. Door borstprothesen is een borstfoto niet altijd goed te beoordelen

Borstprothesen laten geen röntgenstralen door. Afhankelijk van de plaats en grootte van de borstprothese kan het zijn dat we hierdoor het borstweefsel dat achter de prothese ligt, niet goed zien op de röntgenfoto’s. Als we onvoldoende borstweefsel op de röntgenfoto’s zien, kunnen we niet goed genoeg beoordelen of u een verdachte afwijking heeft in uw borsten. Als u mee heeft gedaan met het bevolkingsonderzoek en uw röntgenfoto’s zijn niet goed genoeg te beoordelen, dan staat dit in uw uitslagbrief.

Naar boven

5. Zelfonderzoek bij prothesen

Uit studies weten we dat borstzelfonderzoek niet leidt tot minder sterfte aan borstkanker en vroege ontdekking van een tumor in de borst. Maar in borsten met prothese(n) zijn knobbeltjes of andere afwijkingen soms eerder te voelen. Blijf alert op veranderingen in uw borsten. Maandelijks zelfonderzoek kan u daarbij helpen.
Meer informatie over zelfonderzoek staat op de website van Borstkankervereniging Nederland

Welke klachten kunnen wijzen op borstkanker?

  • ongewoon knobbeltje in de borst
  • deukjes of kuiltjes in de huid
  • verandering van de tepel met verschijnselen als roodheid, schilfertjes, eczeem
  • sinds kort ingetrokken tepel
  • verdikt strengetje naar de tepel
  • vocht uit de tepel (bloederig, waterig of groen van kleur)
  • de borst voelt warm aan en is rood van kleur; huid lijkt soms op sinaasappelschil
  • pijn in de borst op een plek waar ook het klierweefsel iets anders aanvoelt
  • lokale pijn of gevoeligheid in één borst
  • huidzweertje dat niet goed geneest

Ziet of voelt u één van deze veranderingen bij uzelf? Neem dan contact op met uw huisarts.

Naar boven

afbeelding vrouwen folder 2014

Home / Onderwerpen / B / Bevolkingsonderzoek borstkanker / Veelgestelde vragen / Borstprothesen en het bevolkingsonderzoek

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu