U bevindt zich op: Home › Onderwerpen › H › Hoofdluis
De hoofdluis is een parasiet: het beestje leeft van mensenbloed. Hij zoekt graag behaarde en warme plekjes op zoals achter de oren, in de nek of onder een pony. Een hoofdluis is ongeveer 3 millimeter groot en grijsblauw of, nadat hij bloed opgezogen heeft, roodbruin van kleur. Mensen en alle diersoorten hebben een eigen luizensoort. Hondenluizen kunnen bijvoorbeeld niet op mensen overleven en andersom. De eitjes van de hoofdluis, de neten, zijn grijswit en lijken op roos. Het verschil is dat roos los zit terwijl neten juist aan de haren kleven. Hoofdluis verspreidt zich in een hoog tempo. Een jonge luis is na 7-10 dagen volwassen en klaar om zelf weer eitjes te leggen. Hij leeft dan ongeveer één maand en legt in die tijd zo’n 250 eitjes. Snel ingrijpen is bij hoofdluis dus erg belangrijk.
Dat is de boodschap die de overheid wil meegeven aan basisscholen, kinderopvang en ouders van schoolgaande kinderen. Want naast de kinderen zelf, krijgen vooral zij met hoofdluis te maken. De juiste aanpak kan voorkomen dat hoofdluis een hardnekkig probleem wordt. Regelmatige controles zorgen er bijvoorbeeld voor dat een snelle behandeling mogelijk is. Zo blijven kinderen elkaar niet besmetten.
En als een kind hoofdluis heeft, dan is het advies het haar gedurende twee weken dagelijks te kammen met een fijntandige kam. Eventueel kan het kammen gecombineerd worden met een antihoofdluismiddel. Verder is het belangrijk om ook huisgenoten te controleren. En het is verstandig om het te melden op school, bij clubjes en vriendjes.
Uit een literatuurstudie is gebleken dat er onvoldoende bewijs
is voor overdacht van hoofdluis via voorwerpen zoals beddengoed,
jassen, petten etc. Om deze reden hebben wij ons beleid aangepast;
het RIVM-beleid is namelijk (indien mogelijk) altijd gebaseerd op
wetenschappelijke evidence.
Wij richten ons bij hoofdluis vooral op de behandeling (kammen, al
dan niet in combinatie met een antihoofdluismiddel) van de haren en
niet op de omgeving. Hoofdluis is voornamelijk overdraagbaar via
haar-haar-contact en niet via indirect contact.
Het effect van een luizencape op de verspreiding van hoofdluis is
niet wetenschappelijk aangetoond. Dit is de reden waarom wij
luizencapes niet aanraden.
Er zijn middelen op de markt die een beschermende werking hebben. Er is nog onvoldoende onderzoek bij proefpersonen dat bewijst dat de middelen effectief zijn. Het is ook nog niet bekend óf en hoe snel resistentie optreedt. Het RIVM is, wegens de mogelijke toename van resistentie en wegens mogelijke bijwerkingen op langere termijn, geen voorstander van het gebruik van middelen om hoofdluis te voorkomen.
Het advies is om wekelijks het haar te controleren op de aanwezigheid van hoofdluis: zo wordt de hoofdluis ontdekt voordat er veel verspreiding heeft kunnen plaatsvinden naar anderen. De behandeling bestaat uit twee weken lang elke dag kammen, eventueel in combinatie met een antihoofdluismiddel.
Vanaf de eerste kambeurt is het besmettingsgevaar grotendeels geweken. De reden dat men toch twee weken moet doorgaan is dat de neten niet allemaal tegelijk uitkomen maar geleidelijk. Als je de eerste dag alle luizen hebt verwijderd, kunnen dus tot twee weken daarna nog nieuwe luizen uit de neetjes komen die je niet hebt verwijderd.
In het Loket Gezond Leven is een toolkit over hoofdluis beschikbaar. Iedereen die het publiek wil informeren over hoofdluis kan er vrijelijk uit putten. Het vermelden van een standaard disclaimer is de enige voorwaarde voor gebruik. Naast afgeronde voorlichtingsmiddelen, illustraties en foto’s biedt de toolkit losse teksten voor een persbericht, een artikel voor huis en huisbladen, een bericht voor de eigen website en een tekst voor kinderen. Iedereen kan er gericht uit kiezen en het materiaal gebruiken of verwerken in de eigen communicatie. De onderdelen zijn gemakkelijk te downloaden. U kunt de diverse voorlichtingsmaterialen downloaden in het Loket Gezond Leven op http://toolkits.loketgezondleven.nl/toolkits/?page_id=100.