Suikers

Suikers komen van nature voor in alle planten en dieren, en worden gebruikt zowel als energiebron als om andere biologisch belangrijke moleculen aan te maken.

Algemeen gebruik
Suikers worden algemeen gebruikt als zoetstof in de voedings- en drankenindustrie.

afbeelding Suikers

Toepassing binnen de tabaksindustrie
Tabaksproducenten voegen suikers toe om de smaak van de tabak te verbeteren, als bindmiddel, en om de tabak vochtig te houden. Voorbeelden van deze toegevoegde suikers zijn glucose, fructose en sucrose.
 
De suikers die van nature in tabak aanwezig zijn kunnen tot aan 20% van het totale gewicht van de tabak vormen. Dit percentage hangt af van de wijze waarop de tabak is verwerkt. De hoeveelheid toegevoegde suiker kan tot aan 4% van het totale tabaksgewicht van één sigaret bedragen. Van alle tabaksadditieven worden suikers in één van de hoogste percentages toegevoegd. In Nederland geven tabaksproducenten aan dat de suikers die zij toevoegen gemiddeld 1,3% van het totale gewicht van één sigaret vormen (het hoogst aangegeven percentage is 3,9).

Andere tabaksadditieven die ook grote hoeveelheden suiker bevatten (en op die manier bijdragen aan het totale suikergehalte van de tabak) zijn vruchtensappen, honing, maïs, karamel en ahornsiroop. 
 
Schadelijke gezondheidseffecten
De meeste suikers in de tabak worden geheel verbrand tijdens het roken van de sigaret. Hierbij worden verschillende stoffen gevormd, zoals aldehyden. Van de stoffengroep aldehyden is bekend dat zij de keel irriteren (bijvoorbeeld acroleïne en furfural) en dat zij kankerverwekkend zijn voor mensen (bijvoorbeeld aceetaldehyde en formaldehyde). Het International Agency for Research on Cancer (een vooraanstaand instituut in kankeronderzoek) heeft aceetaldehyde aangemerkt als mogelijk kankerverwekkend en voor formaldehyde is er zelfs sterk bewijs dat het kankerverwekkend is voor mensen. 
 
Invloed op de verslaving
Een aantal onderzoeken heeft aangetoond dat sigaretten met een hoog suikergehalte grotere hoeveelheden aceetaldehyde produceren tijdens de verbranding. Aceetaldehyde kan de verslaving aan sigaretten verhogen door het effect op de hersenen van één van de geproduceerde stoffen: harman. Van de stof harman wordt verondersteld dat het een stemmingsverhogende werking heeft – vergelijkbaar met het effect van antidepressiva. Deze stemmingsverhogende effecten kunnen de rookverslaving versterken. Aceetaldehyde zou ook de verslaving aan sigaretten kunnen vergroten door het versterken van de verslavende werking van nicotine. Hierdoor kan het gebruik van suikers in tabak indirect schadelijk zijn. Het kan er uiteindelijk toe leiden dat meer sigaretten worden gerookt en zo ook de oorzaak zijn van een hogere mate van blootstelling aan de giftige stoffen in sigarettenrook.

Tijdens de verbranding van de suikers in de tabak worden bovendien zuren gevormd die het moeilijker maken voor de in de sigarettenrook aanwezige nicotine om de hersenen te bereiken. Dit dwingt rokers om meer trekjes te nemen en dieper te inhaleren teneinde in hun nicotinebehoefte te voorzien.

De toevoeging van suikers aan sigaretten (of het selecteren van tabakssoorten met een hoger natuurlijk suikergehalte) maskeert de bittere smaak van de tabaksrook, maakt de rook minder scherp en beter te verdragen voor de roker. Zo helpen suikers om het product aangenamer en aantrekkelijker te maken en de consumptie te vergroten. Dit is vooral zorgwekkend omdat het zoete karamelaroma vooral jongeren aanspreekt en zo de drempel om met roken te beginnen zou kunnen verlagen.

© Afbeelding: Federal Office of Public Health FOPH, Switserland

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu