RIVM_Logo

Nationale surveillance MRSA en CPE tot en met week 24, 2012

Nationale surveillance van meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA).


Infecties veroorzaakt door meticillineresistente Staphylococcus aureus (MRSA) zijn moeilijk te behandelen door de ongevoeligheid van deze bacterie voor alle β-lactamantibiotica (zoals penicillines, cefalosporines en carbapenems) en hun wisselende gevoeligheid voor andere groepen antibiotica. De nationale surveillance is opgezet om het effect van het MRSA search-and-destroybeleid te monitoren en te toetsen.

In tabel 1 is het totale aantal MRSA-isolaten opgenomen maar tevens het aantal buitenland gerelateerde en veegerelateerde isolaten en er is weergegeven hoeveel isolaten uit mogelijk infectieus materiaal afkomstig zijn en hoeveel afgenomen zijn voor screening.

Tabel 1: Overzicht MRSA-isolaten week 1 t/m 24, 2012

2011

2012

Totaal aantal MRSA-isolaten
1365
1243

Aantal buitenland gerelateerde isolaten *

48
40

Aantal veegerelateerde isolaten (ST 398)

574
517

Aantal niet-veegerelateerde isolaten

791
726

Aantal screeningsisolaten

887
838

Isolaten uit mogelijk infectieus materiaal

471
376

Isolaten uit ander materiaal

7
29

Tabel 2: meest frequent gevonden spa-types tot en met week 24, 2012

 

 

2011

2012

Veegerelateerd (ST 398)

t011

370
332

 

t108

98
92

 

t034

56
43

Niet veegerelateerd

t002

92
82

 

t008t

110
59

 

t1081

17
39


De genetische karakterisering van de MRSA-isolaten gebeurt met spa-typering. Bij spa-typering bepaalt men de DNA-sequentie van de repeatregio in het Staphylococcus proteïne A- (spa) gen. (2) Op basis van het spa-type kan men een uitspraak doen over een eventuele epidemiologische link. In tabel 2 zijn de meest frequent gevonden spa-types te zien tot en met week 10 in 2012 en de aantallen daarvan in 2011.

Literatuur

  1. Harmsen D., H. Claus, et al. Typing of methicillin-resistant Staphylococcus aureus in a university hospital setting by using novel software for spa repeat determination and database management. J Clin Microbiol 2003; 41(12): 5442-8.
 

Nationale surveillance van carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae (CPE)

In onderstaand overzicht vindt u de resultaten van de nationale surveillance van carbapenemaseproducerende Enterobacteriaceae (CPE). Doel van de surveillance is het voorkomen van CPE in kaart brengen. In het overzicht is 1 isolaat per patiënt weergegeven en zijn alleen de aangetoonde carbapenemasegenen opgenomen. In het overzicht zijn grote uitbraken niet opgenomen.

CPE-surveillance

Micro-organismen

Gen

Aantallen tot en met week 24, 2012

Klebsiella pneumonia

IMP

2

 

VIM

1

 

NDM

3

 

OXA-48

5

Enterobacter spp

VIM

1

 

NDM

1

 

OXA 48

2

Escherichia coli

NDM

2

 

OXA-48

2

Indeling van de gevonden carbapenemasen

Drie Amblerklassen (1)

  • A: serinecarbapenemasen KPC (Klebsiella pneumoniae-carbapenemase)
  • B: metallocarbapenemasen VIM (Verona integron encoded metallo-ß-lactamas
    NDM (New Dehli metallo-β-lactamase)
  • D: OXA-carbapenemasen OXA-48 (oxacillinehydrolyserende ß-lactamase)

Literatuur

  1. R.P. Ambler, et al. Biochem J. (1991) 276, 269-272.

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Juli 2012 / Nationale surveillance MRSA en CPE tot en met week 24, 2012

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu