RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Chlamydia trachomatis tijdig opsporen

Hoe het testbeleid voor het tijdig opsporen Chlamydia trachomatis verder verbeterd kan worden is de centrale vraag in het proefschrift van Geneviève van Liere. Afgelopen december verdedigde zij haar proefschrift ‘Chlamydia trachomatis testing policy and control: the neglected role of the anorectal site’ aan de Universiteit Maastricht. Voor haar onderzoek evalueerdezij het testbeleid van de soapoli van GGD Zuid-Limburg. Ook voerde zij verschillende onderzoeken uit om dat beleid te verbeteren. Daarbij focuste ze uiteindelijk vooral op anale chlamydia-infecties bij vrouwen en MSM (mannen die seks hebben met mannen), omdat uit haar onderzoek duidelijk werd dat deze vorm van chlamydia-infectie vaak in de opsporing gemist wordt. De eerste resultaten van het onderzoek leidden tot een aanpassing van het testbeleid op de soapoli van de GGD Zuid-Limburg en andere soapoli’s in Nederland. In dit artikel worden in vogelvlucht de aanleiding, het verloop en de conclusies van het onderzoek geschetst.

Aanleiding

Chlamydia-infectie is de meest voorkomende bacteriële soa in ons land. Volgens het RIVM werd de diagnose in 2014 in 55.753 keer gesteld. Desalniettemin worden veel gevallen van chlamydia-infectie gemist, want vaak merken patiënten niet dat ze de ziekte hebben. Slechts een klein deel van hen ervaart klachten, zoals een branderig gevoel of bloedverlies na de seks. Omdat mensen vaak niet weten dat zij een chlamydia-infectie hebben, blijven zij er mee rondlopen en kunnen ze andere mensen besmetten.

Chlamydia-infecties komen relatief veel voor onder jongeren en jong volwassenen. Soms ruimt het lichaam de infectie zelf op, in andere gevallen kan een chlamydia-infectie tot complicaties leiden. Bij vrouwen uit zich dat bijvoorbeeld in een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en soms zelfs in onvruchtbaarheid. Mannen kunnen last krijgen van een zeer pijnlijke ontsteking aan de bijbal. Wanneer de chlamydia-infectie tijdig wordt opgespoord is het goed te behandelen met antibiotica.

Met dit onderzoek wordt er een bijdrage geleverd aan het tijdig opsporen en behandelen van chlamydia-infecties. Dat past in het streven van de GGD, die de zorg continu wil verbeteren.

Onderzoek

Het onderzoek begon in 2011 met een evaluatie van het bestaande testbeleid op de soapoli van de GGD Zuid-Limburg. De opsporing van chlamydia-infecties richt zich vooral op de belangrijkste risicogroepen zoals jongeren, MSM, prostituees, maar in dit geval ook heteroseksuele paren die samen seks hebben met andere mensen (swingers). In de evaluatie werd nagegaan wie precies op chlamydia-infectie wordt getest en op welke lichaamslocaties dat gebeurt. Vervolgens werden 2 groepen onderzocht: MSM en swingers. Beide groepen hebben vaak niet alleen een genitale chlamydia-infectie, maar ook op andere lichaamslocaties zoals in de anus of in de keel. Tot de start van het onderzoek werden MSM en swingers alleen genitaal getest. Alleen als er aanwijzingen bestonden, bijvoorbeeld wanneer mensen aangaven dat zij anale seks hadden of anale klachten rapporteerden, werd ook anaal getest. In het onderzoek werd dit beleid aangepast: MSM en swingers kregen standaard 3 testen aangeboden voor zowel oraal, genitaal als anaal onderzoek. Hier werkten in totaal 1.052 bezoekers van de soapoli aan mee. Op basis van de eerste resultaten werd besloten om die werkwijze uit te breiden naar een veel bredere doelgroep: alle vrouwen die de soapoli bezochten, dus niet alleen vrouwelijke swingers. Hier werkten in totaal 611 vrouwen aan mee.

Resultaten en conclusie

Het onderzoek maakt duidelijk dat met een selectief testbeleid (alleen anaal testen na zelf-rapportage van anale seks of bij symptomen van een chlamydia-infectie) bij MSM en swingers ongeveer de helft van de gevallen van anale chlamydia-infecties wordt gemist. Dit gold ook voor 611 vrouwelijke bezoekers van de soapoli. Zo bleek dat 9% van de vrouwen een anale chlamydia-infectie had, net zoveel als de risicogroep MSM. Vrouwen worden veel vaker getroffen door anale chlamydia-infecties dan tot nu toe werd aangenomen. Zoals gezegd, werd bij vrouwelijke swingers al de helft van de gevallen van anale chlamydia-infecties gemist (16/31). Gaat het om alle vrouwelijke soapolibezoekers, dan werd zelfs twee derde van de gevallen gemist (39/55). Uit de resultaten bleek verder dat vrouwen met een genitale chlamydia-infectie vaak tegelijkertijd een anale chlamydia-infectie hadden (60-95%). Mogelijk besmetten zij zichzelf en krijgen ze een anale infectie zonder anale seks te hebben. Bijkomend probleem is dat de behandeling van een anale en genitale infectie verschilt. Als men alleen de genitale infectie ontdekt en behandelt, wordt een anale infectie misschien niet goed aangepakt. Het risico op verdere verspreiding als mogelijk gevolg van de niet goed behandelde anale infectie blijft dan bestaan.

Adviezen voor de praktijk

In haar onderzoek doet Geneviève van Liere een aantal aanbevelingen voor de praktijk van het tijdig opsporen van soa’s en het wetenschappelijk onderzoek op dit terrein. Hieronder staan de belangrijkste adviezen op een rij:

  • In de praktijk leidde het onderzoek tot de wijziging van het testbeleid op een aantal soapoli’s in Nederland. Zo worden alle MSM sinds 2010-2015 standaard op 3 plekken op het lichaam getest: oraal, genitaal en anaal. Voordat het testbeleid voor alle vrouwelijke polibezoekers wordt aangepast, wil de afdeling seksuele gezondheid, infectieziekten en milieu van de GGD Zuid-Limburg eerst nader onderzoek doen. Samen met de GGD Amsterdam en de GGD Rotterdam wordt nu het Femcure-onderzoek uit-gevoerd om meer inzicht te krijgen in anale chlamydia-infecties bij vrouwen.
  • Vrouwen onder de 21 jaar krijgen gemiddeld vaker genitale en anale chlamydia-infecties dan vrouwen ouder dan 21 jaar. Jongeren blijven dus een belangrijke doelgroep in het opsporingsbeleid.
  • Het onderzoek toont hoe belangrijk het is om herhaaldelijk het testbeleid te evalueren en waar nodig aan te passen. Het seksueel gedrag van mensen verandert continu en daarmee ook het risico op soa’s. Door soa’s vroegtijdig op te sporen kun je de verspreiding verminderen en klachten voorkomen. De hiervoor bestaande zelftesten zijn eenvoudig en niet belastend.
  • Een genitale chlamydia-infectie wordt doorgaans behandeld met eenmalig 1.000 mg azitromycine
    (2 tabletten van 500 mg), anale chlamydia-infectie met
    7 dagen doxycycline (2 keer 100 mg per dag). Het voordeel van doxycycline is dat je hiermee tegelijkertijd een eventuele genitale chlamydia-infectie bestrijdt, andersom geldt dat niet. Wanneer een patiënt alleen azitromycine krijgt, wordt een eventuele onontdekte anale chlamydia-infectie dus niet meebehandeld en kan de patiënt zichzelf en anderen blijven besmetten. Het is daarom patiënten bij wie een genitale chlamydia-infectie wordt vastgesteld meteen met doxycycline te behandelen. Bij een aantal soapoli’s in ons land gebeurt dat nu ook. Het nadeel van deze optie is dat deze kuur therapietrouw vergt, aangezien je het middel 7 dagen moet slikken in plaats van 1 dag, zoals bij azithromycine. Daarnaast past het niet binnen het beleid gericht op het terugdringen van antibioticagebruik.
  • Vrouwen die de soapoli bezoeken zouden meteen een genitale en anale swab kunnen afnemen. Als uit het onderzoek van de genitale swab blijkt dat een vrouw een chlamydia-infectie heeft, kan vervolgens de anale swab onderzocht worden. Vrouwen hoeven daar dan niet voor terug te komen. Het nadeel van deze optie is dat het extra tijd en materiaal kost, omdat er extra swabs afgenomen, bewaard en eventueel naar het laboratorium gestuurd moeten worden. Daarnaast worden met deze methode geïsoleerde anale infecties nog steeds gemist, omdat hier niet standaard op wordt getest
  • Nader onderzoek is nodig om de vraag te beantwoorden waarom vrouwen met een genitale chlamydia-infectie vaak ook een anale chlamydia-infectie hebben. Momenteel loopt de Femcure-studie die onder andere deze vraag moet beantwoorden. De GGD Zuid- Limburg coördineert de studie, in samenwerking met de GGD Amsterdam, GGD Rotterdam en verschillende partners vanuit beleid en de praktijk. ZonMW subsidieert het project.

Auteur

G. van Liere, GGD Zuid-Limburg

Correspondentie

Genevieve.vanliere@ggdzl.nl


Omslag proefschrift Chlamydia trachomatis

G. van Liere
Chlamydia trachomatis testing policy and control: the neglected role of the anorectal site
Universiteit Maastricht

ISBN 978-90-8238-082-8

Het proefschrift van Geneviève van Liere kunt u aanvragen door een e-mail te sturen naar Genevieve.vanliere@ggdzl.nl.

Geneviève van Liere werkt op de afdeling Seksuele Gezondheid, Infectieziekten en Milieu (SIM) van de GGD Zuid-Limburg, in samenwerking met de Academische Werkplaats Publieke Gezondheid Limburg en de afdeling Medische Microbiologie van het Maastricht UMC+.

 

IB cover

Download

Home / Documenten en publicaties / Uitgaven / Oktober 2016 / Chlamydia trachomatis tijdig opsporen

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu