RIVM_Logo

Toxiciteit van Rijnwater in 1988 - Rijn Actieplan (RAP)

Publiekssamenvatting

Organische concentraten van Rijnwater zijn getest op acute toxiciteit met een 15 minuten durende MICRO-test op bioluminescerende bacterien (Photobacterium phosphoreum). In de periode van april tot augustus 1988 werden 18 monsterpunten een keer per maand bemonsterd. De twee meest uiteenliggende monsterpunten (Lobith en Maassluis) werden ook nog tweewekelijks bemonsterd vanaf 1 januari tot 1 november 1988. De watermonsters werden geconcentreerd d.m.v. adsorptie met XAD-hars en vervolgens geelueerd met aceton. De toxiciteit is op een relatieve schaal weergegeven. De relatieve toxiciteit heeft een bereik van ongeveer 3 tot 18, wat overeenkomt met een concentratiefactor van 55 tot 330 maal. Tijdens het transport in Nederland trad er een geleidelijke vermindering op van de organische toxiciteit. Deze vermindering is deels toe te schrijven aan adsorptie aan nieuwe gevormd particulair materiaal (algen) en deels aan afbraak, speciaal bij hogere temperaturen. Rond Rotterdam zien we een lichte toename in de toxiciteit, die vermoedelijk wordt veroorzaakt door industriele verontreiniging. De waterkwaliteit is de laatste jaren flink verbeterd met het oog op de anorganische vervuiling (zware metalen). Daarom geeft de door de organische componenten veroorzaakte toxiciteit tegenwoordig een veel beter beleid van de huidige situatie. De snelheid en eenvoud van de combinatie van XAD-concentratie en MICROTOX-toxiciteitsmeting maakt het mogelijk om biomonitoring op grote schaal toe te passen met betrekking tot organische stoffen in matig vervuilde wateren.

Synopsis

Abstract not available

 

Home / Documenten en publicaties / Toxiciteit van Rijnwater in 1988 - Rijn Actieplan (RAP)

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu