RIVM_Logo

Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit: Nematodenfauna. Deel 5: Bemonstering 1996 (akkerbouwgebieden op zeeklei)

Soil Quality Monitoring Programme: Nematodefauna. Part 5: Sampling in 1996 (arable farmlands on clay soils)

Publiekssamenvatting

In de eerste helft van 1996 werden 20 akkerbouwbedrijven bemonsterd. De nematodendichtheid is met gemiddeld 1700 nematoden per 100 gram grond in vergelijking met akkerbouwbedrijven op zandgrond (5100) aan de lage kant. In alle 20 bedrijven zijn soorten uit de familie Rhabditidae en het taxon Acrobeloides gevonden. Een indeling in trofische groepen geeft een verdeling van 51,6% bacterie-eters, 40,4% planteneters, 6,3% schimmeleters, 0,2% carnivoren en 1,4% omnivoren en komt hiermee meer overeen met de trofische verdeling van de extensieve MVH (melkveehouderijbedrijven) op zand en MVH op veen, dan met die van de akkerbouw op zand. De trofische diversitieitsindex T is met een gemiddelde van 1,94 hoger dan die van de akkerbouwbedrijven op zand (1,68). De van de soortensamenstelling afgeleide indices zoals de Maturity Indices en de soortengelijkheids-index of 'eveness' zijn hoger, dan die van de akkerbouw op zand. Daarentegen zijn de Shannon-Weaver diversiteitsindex en de soortenrijkdomsindex juist lager. Het gemiddelde aantal taxa per locatie is met 19 lager dan die van de akkerbouw op zand (25). De ecologische karakteristieken van de zeekleigronden wijzen op geringere verstoring t.o.v. dezelfde vorm van grondgebruik op zandbodems. Mogelijk is het verschil in bodemtype dominant over de antropogene invloed. Dit was vooraf niet verwacht, maar moet door nadere analyse nog bevestigd worden.
 

Home / Documenten en publicaties / Landelijk Meetnet Bodemkwaliteit: Nematodenfauna. Deel 5: Bemonstering 1996 (akkerbouwgebieden op zeeklei)

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu