RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

The evaluation of the equilibrium partitioning method using sensitivity distributions of species in water and soil or sediment

De evaluatie van de evenwicht partitie methode met behulp van de gevoeligheidsverdelingen van soorten in water en bodem of sediment

Publiekssamenvatting

De evenwicht partitie methode (EqP-methode) kan worden gebruikt om milieukwaliteitsnormen (zoals het Maximaal Toelaatbaar Risiconiveau of de interventiewaarde) voor bodem of sediment af te leiden uit aquatische toxiciteitsgegevens en een bodem/water of sediment/water partitiecoefficient. De validiteit van het gebruik van de EpP-methode voor dit doel kan bestudeerd worden door aquatische toxiciteitsdata te vergelijken met terrestrische. Voor 12 organische stoffen en voor 8 metalen waren voldoende gegevens in de literatuur beschikbaar om deze vergelijking te maken. De toxiciteits- en sorptie-data voor water en bodem werden gehaald uit de rapporten die worden gebruikt om milieukwaliteitsnormen in Nederland af te leiden. Met behulp van geselecteerde sorptie constanten (uitgedrukt in L/kg) werden de EC50 (Effect Concentratie 50%) of No Observed Effect Concentration (NOEC) waarden (uitgedrukt in 4g/L) voor waterorganismen vergeleken met de EC50 of NOEC waarden (uitgedrukt in mg/kg) voor bodemorganismen of bodem processen. Voor koper, chloorpyrifos, atrazine en voor het effect van pentachloorfenol of cadmium op bodem processen, waren de terrestrische toxiciteitsgegevens (EC50 of NOEC) significant hoger dan de aquatische toxiciteitsgegevens. Voor 2,4,6-trichloorfenol, trichlooretheen, chroom III, arsenicum en lood waren de aquatische toxiciteitsgegevens significant hoger. Sommige van deze statistisch significante verschillen kunnen misschien worden toegeschreven aan de selectie van de sorptie constanten, maar voor chloorpyrifos en trichlooretheen was dit niet het geval. De significant lagere EC50 waarden van chloroform (trichloormethaan) voor processen in het sediment vergeleken met diersoorten in water, kon ook niet verklaard worden door de selectie van de sorptie constante. Voor chloorpyrifos, trichlooretheen en chloroform kunnen deze statistisch significante verschillen misschien worden toegeschreven aan de selectie van de bodem of sediment toxiciteitstesten. Deze significante verschillen geven aan dat de EqP-methode geen wetenschappelijk gevalideerde methode is om milieukwaliteitsnormen af te leiden maar alleen beschouwd kan worden als een schattingsroutine die een significante over- of onder-schatting kan geven. De EqP-methode wordt gebruikt om de Hazardous Concentration 5% (HC5) waarden voor bodem of sediment te schatten met behulp van aquatische toxiciteitsgegevens. Deze HC5 waren in 5% van de gevallen meer dan factor 20 hoger dan de overeenkomstige HC5 waarden, die direct werden afgeleid met behulp van toxiciteitstesten met bodemorganismen voor de 12 organische stoffen en 8 metalen. Deze factor 20 geeft aan dat de EqP-methode niet gebruikt kan worden voor een accurate bepaling van bodem of sediment HC5 waarden, maar alleen geschikt is voor een ruwe schatting. Wanneer een risicobeoordelaar geconfronteerd wordt met een beperkt aantal terrestrische toxiciteitsgegevens en een veel groter aantal aquatische toxiciteitsgegevens, samen met een betrouwbare bodem/water partitiecoefficient. Dan dient er voor een ruwe schatting van de bodem-kwaliteitsnorm een keuze gemaakt te worden tussen het gebruik van de terrestrische data, of het gebruik van de EpP-methode. De aanbevelingen geven gedetailleerde adviezen voor deze keuze, ten einde de vaak erg grote onzekerheid in de schatting van een bodem-kwaliteitsnorm te minimaliseren.
 

Home / Documenten en publicaties / The evaluation of the equilibrium partitioning method using sensitivity distributions of species in water and soil or sediment

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu