RIVM logo, Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu. Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Biobeschikbaarheid in beleid ... wat er aan vooraf ging en wat nog komt. Resultaten van een workshop en het beleidsvervolg

Bioavailability in standard setting, results of a workshop

Publiekssamenvatting

Al jaren wordt er wetenschappelijk onderzoek gedaan naar de biologische beschikbaarheid van stoffen in het milieu. Vanuit de praktijk van de risicobeoordeling is er een sterke wens geuit om na te gaan of biologische beschikbaarheid in de normstelling en risico-beoordeling waar nodig verduidelijkt of geimplementeerd kan worden. De Stuurgroep INS (Integrale Normstelling Stoffen) heeft die wens vertaald in de vraag om een advies over de rol van biologische beschikbaarheid in de normstelling en risico-beoordeling. Medewerkers van RIVM en RIZA hebben met de hulp van experts uit verschillende Nederlandse onderzoeksinstituten en universiteiten een workshop voorbereid om de vraag van de Stuurgroep INS te kunnen beantwoorden. In dit rapport wordt verslag gedaan van de voorbereidingen en de uitkomsten van de workshop. Op basis van de uitkomsten is een aantal beleidsadviezen geformuleerd ter beantwoording van de vraag van de Stuurgroep INS. In het rapport wordt ingegaan op de biologische en chemische aspecten van biobeschikbaarheid en op de huidige mogelijkheden om deze aspecten in risicobeoordeling en/of normstelling te verdisconteren. Er kan geconcludeerd worden dat het concept van chemische beschikbaarheid in het algemeen beter ontwikkeld is dan het concept van biologische beschikbaarheid. Koppeling van chemische beschikbaarheid aan biologische beschikbaarheid (relatie met daadwerkelijke effecten) is een belangrijk knelpunt voor de implementatie van chemische beschikbaarheid. Op dit moment lijkt de potentie voor implementatie van biobeschikbaarheid in 1e lijnsbeoordeling in het algemeen gering te zijn. Dit betekent in algemene zin dat het 'vangnet' van de 1e lijnsbeoordeling voldoende effectief dient te zijn om ook in geval van een hoge beschikbaarheid het optreden van vals-negatieven te voorkomen. De potentie voor implementatie van biobeschikbaarheid in normstelling/risicobeoordeling ligt voornamelijk in de 2e lijns risicobeoordeling. Dit rapport plaatst de vele ideeen in de bruikbaarheid op korte en lange termijn. Implementatie van de verschillende mogelijkheden (op termijn) zal een meer realistische risico-beoordeling tot gevolg hebben die ten goede zal komen aan de betrouwbaarheid van het stoffenbeleid en de risicobeoordeling van het milieu, zonder het milieu te kort te doen. Een actieve opstelling vanuit het beleid is gewenst om de in deze rapportage gesignaleerde kansrijke ontwikkelingen te helpen implementeren en het juiste klimaat te scheppen waarin zij tot volwassen en geaccepteerde methoden kunnen uitgroeien. Dit helpt het beleid om met de normstelling en risicobeoordeling een stap verder te komen en helpt het reeds lopende (en nieuw te starten) onderzoek op dit gebied te focussen op aspecten die beleidsmatig het meest relevant zijn. De verdere benodigde stappen zullen vanuit de overheid dienen te worden geinitieerd en gecoordineerd. Met name de Stuurgroep INS en, in geval van bodemnormstelling, de werkgroep UI zijn hiervoor naar het oordeel van de opstellers van dit rapport, het juiste forum. Alvorens de uit deze workshop voortvloeiende adviezen geimplementeerd kunnen worden zal er ook nog een praktische toets moeten plaatsvinden met betrekking tot uitvoerbaarheid en hanteerbaarheid van de voorgestelde wijzigingen.
 

Home / Documenten en publicaties / Biobeschikbaarheid in beleid ... wat er aan vooraf ging en wat nog komt. Resultaten van een workshop en het beleidsvervolg

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu