RIVM_Logo

HIV and Sexually Transmitted Infections in the Netherlands in 2004 An update: November 2005

HIV en SOA in Nederland in 2004 Een update: November 2005

Publiekssamenvatting

De toename van seksueel overdraagbare aandoeningen (SOA) is in 2004 weer verder doorgezet, ondanks een stabilisatie in 2003. Dit betreft zowel het aantal consulten als het aantal SOA bij heteroseksuelen en mannen die seks hebben met mannen (MSM). In 2004, is in de landelijke registratie van nieuwe HIV diagnoses alleen het aantal bij MSM toegenomen. In deze groep zijn de afgelopen jaren verschillende SOA tegelijkertijd toegenomen. Dit duidt op toenemend onveilig seksueel gedrag bij MSM. Alertheid is nodig om verdere toename van SOA en HIV te voorkomen maar ook zijn innovatieve methoden in preventie en interventie nodig. Per juni 2005 zijn 10619 personen met HIV geregistreerd; 938 in 2004. MSM vormen hierin nog steeds de grootste groep. Het aandeel van heteroseksuelen steeg de laatste jaren, maar is gedaald in 2004. In het SOA peilstation nam het aantal gevallen van Chlamydia toe met 19%, gonorroe met 12%. Ook nam het aantal syfilis en HIV verder toe, vooral bij MSM. In 2000-2004 is het aantal syfilisgevallen bij MSM meer dan verdrievoudigd. 14% van alle gonorroe, Chlamydia en syfilis in MSM wordt gezien bij HIV positieven. Ook is in 2004 de resistentie tegen ciprofloxacine bij gonorroe verder toegenomen tot 15%. De epidemie van LGV bij MSM heeft tot intensivering van surveillance geleid en sinds januari 2004 zijn 160 gevallen gerapporteerd. LGV gevallen zijn nu ook in andere Europese landen, de VS en Canada gevonden. In Nederland lijkt LGV nog maar langzaam toe te nemen.

Synopsis

The increasing trend of Sexually Transmitted Infections (STI) has continued further in 2004, despite a slight levelling off in 2003. The rise was observed both in the number of consultations and STI among heterosexuals and men having sex with men (MSM). In 2004, the number of new HIV diagnoses in the national HIV registry only increased among MSM. Serious epidemics of STI have occurred simultaneously in this group recently. The increase of HIV and STI suggest an increase of sexual risk behaviour among MSM. Alertness and innovative prevention and intervention methods are required to prevent a further spread of STI and HIV. As of June 2005, a total of 10619 HIV cases were reported in the Netherlands; 938 diagnoses in 2004. MSM still account for the majority of the cases. The number of heterosexually acquired infections declined for the first time in 2004. In the STI sentinel surveillance network, the number of chlamydial cases increased by 19%, that of gonorrhoea by 12%. Also, diagnoses of syphilis and HIV continued to rise in 2004. In 2000-2004, the number of syphilis cases among MSM has more than tripled. 14% of all chlamydial cases, gonorrhoea and syphilis cases among MSM were seen in HIV positives. Furthermore, in 2004 the percentage of ciprofloxacin resistance in gonococci has further increased to 15%. Enhanced surveillance of LGV was started in a response to an outbreak of LGV among MSM. Since January 2004, 160 cases had been reported. LGV has now been reported by other European countries, the USA and Canada as well. In the Netherlands, the number of LGV cases seem to rise slowly.
 

Gerelateerde onderwerpen

Home / Documenten en publicaties / HIV and Sexually Transmitted Infections in the Netherlands in 2004 An update: November 2005

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu