RIVM_Logo

KRW-maatlat macrofauna voor zoet getijdenwater (R8) : nadere analyses

Publiekssamenvatting

De Europese Kader Richtlijn Water (KRW) schrijft het gebruik voor van biologische methoden om te toetsen of een watersysteem een goede ecologische toestand heeft. De ecologische toestand is niet optimaal als de samenstelling van de dier- en plantensoorten afwijkt van de referentie. Dergelijke referenties verschillen per watertypen. De aard van de afwijkingen geeft inzicht in de oorzaak van de verandering in soortensamenstelling: er verdwijnen soorten die gevoelig zijn voor een bepaalde verstoring, of er verschijnen juist soorten die hiervoor ongevoelig zijn. Een ecosysteem wordt echter beïnvloed door een verscheidenheid aan verstoringen, waarvan de effecten slechts gedeeltelijk verschillend zijn. m de chemische kwaliteit van sedimenten in zoete getijdewateren (watertype R8) te beoordelen is in de periode 2007-2009 in opdracht van Rijkswaterstaat een biologische methode ontwikkeld. Uit onderzoek van het RIVM blijkt dat deze methode kan worden verbeterd door soorten met een geringe indicatiewaarde voor verontreiniging anders of niet mee te wegen. Dit onderzoek is in opdracht van Rijkswaterstaat uitgevoerd, om de R8-maatlat te verbeteren en het vertrouwen in de uitkomsten van de maatlat te vergroten. Indertijd is bij het afleiden van deze methode uitgegaan van de levensgemeenschap van soorten als geheel. Ook zijn de concentraties van individuele giftige stoffen in de sedimenten betrokken. Bij de nu uitgevoerde analyse van dezelfde meetgegevens is de reactie van individuele soorten bekeken in relatie tot enkele uiteenlopende milieufactoren en een kwantitatieve waarde voor de mate waarin het mengsel toxicanten in de betrokken sedimenten schadelijk is (toxische druk). Dit maakt het mogelijk om met grotere zekerheid de indicatiewaarde van de individuele soorten voor de aanwezigheid van toxiciteit te bepalen.

Synopsis

WFD-metric tidal surface waters reanalyzed The European Water Framework Directive (WFD) prescribes the use of biological methods to determine the ecological status of water bodies. The ecological condition is considered sub-optimal if the assemblage of species is deviating from a water type specific reference condition. The nature of the deviation may reveal the disturbing factors that are causing the change in species composition: species that are sensitive towards a particular stress factor may disappear, and they may be replaced by species that are insensitive. However, ecosystems may simultaneously be influenced by a variety of disturbing factors causing effects that are only partially different. To determine the effects of chemical quality of sediments in tidal freshwater bodies in the Netherlands (water body type R8), a biological evaluation method (R8-metric) is developed over the years 2007-2009 by order of the Netherlands Directorate General for Public Works and Water Management. The present RIVMstudy indicates that this method can be improved by excluding or downweighting taxa with a weak indicative capacity. This study, conducted by order of the same water management authority, has the objective to improve the sensitivity of the R8-metric, and also to increase trust in the evaluation results obtained. The original R8-metric method is derived by considering the local assemblage of macrofauna species as a whole. Furhermore, this method was based on the concentrations of individual toxicants contained in the local sediments. The RIVM-study, based on the same dataset, focused on the responses of individual species in relation to a variety of disturbing factors and a single quantitative estimate of the impacts caused by exposure to the local mixture of toxicants (toxic pressure). This approach allows us to increase certainty in the determination of the capacity of individual species to indicate the presence or absence of toxicity.
 

Home / Documenten en publicaties / KRW-maatlat macrofauna voor zoet getijdenwater (R8) : nadere analyses

RIVM De zorg voor morgen begint vandaag
Menu